Aan de Bombazijnstraat 30 in Pathmos stroomt het vol deze vrijdagmiddag. Vluchtelingen, buurtbewoners, vrijwilligers, organisatoren en mensen van de kerk komen samen voor de officiële opening van ‘House of Joy’. House of Joy moet een ontmoetingsplek met hoop worden voor vluchtelingen en andere nieuwkomers in de stad.
Vlaggetjes, feestelijke inrichting, een mooi pand, een grote tuin, een keuken waar druk gekookt wordt en tafels vol met hapjes van verschillende culturen.
House of Joy is een landelijk initiatief van Stichting Gave. De christelijke stichting gebruikt als slogan: gevlucht, gezien, geliefd.Het doel: vluchtelingen in ons land laten merken dat zij geliefd zijn. Door er voor ze te zijn, ze te helpen, met ze te praten en zo de liefde van God laten voelen.
Twee Enschedese christenen, Geert-Jan Bosch en Jan-Willem Meijer, zijn de kartrekkers van de nieuwe ontmoetingsplek in Enschede. “We wilden het goede nieuws en de liefde van Jezus op allerlei manieren in de stad laten zien”, vertelt Meijer tijdens zijn welkomstpraatje. “Wat kunnen wij nou doen in onze stad, vroeg ik me af. Geert-Jan wees me een poos geleden op het feit dat er vijfhonderd vluchtelingen naar Enschede zouden komen.”
Al sinds 2016 werkt Geert-Jan Bosch met vluchtelingen. Hij kende Stichting Gave en na een ontmoeting en informatieavond zo’n drie jaar geleden ging het balletje rollen: House of Joy komt naar Enschede.
In het pand, genaamd ‘Hiernaast’, zat eerder de stichting Kunst van Ontmoeting. Zij stopten er in maart mee en kwamen met de vraag of Stichting Gave het wilde overnemen.
Het karakteristieke pand was in de afgelopen vijftien jaar een ontmoetingsplek voor de buurt Pathmos. Wethouder Harm-Jan Vedder vindt het dan ook mooi dat House of Joy op deze plek komt. “Deze wijk heeft de afgelopen jaren veel te verduren gehad”, vertelt Vedder. “Mensen die hun huis verloren door de wateroverlast, kwamen híer samen. Nu zijn het vluchtelingen, die ook hun thuis verloren, die hier samenkomen. Dat vind ik bijzonder.”
Lees verder onder de afbeelding.
“Als we op deze manier met elkaar en met mensen die van ver komen omgaan, dan weet ik zeker dat onze stad een mooie toekomst heeft”, gaat hij verder. “Het is een heel warm initiatief. Wat je opvatting ook is over het vluchtelingenvraagstuk, dit vindt iedereen mooi. Je gunt iedereen hoopvolle plekken in de wijk.”
House of Joy wordt gerund door een christelijke organisatie en kerk, maar iedereen is welkom, verzekert Bosch. “Moslims, andere gelovigen of niet-gelovigen, we accepteren iedereen en behandelen iedereen hetzelfde. Ze moeten wel van tevoren weten dat we een christelijke organisatie zijn. We geven bijvoorbeeld ook Bijbellessen”, legt hij uit. “Voor wie daar geïnteresseerd in is. Dat is zeker niet verplicht.”
Er worden ook ‘taallessen’ gegeven, al vindt Bosch dat wat te veel gezegd. “We noemen het liever een taalcafé. We gaan gewoon met elkaar in gesprek, daar leren ze van. Het is heel anders dan de lessen in een klaslokaal tijdens een inburgeringscursus. Ik heb van sommige vluchtelingen gehoord dat ze bij ons pas zinnen leerden maken, terwijl ze al veel cursussen gedaan hadden.”
Bosch vertelt dat ze een vaste locatie wilden, op loopafstand van het AZC aan de Parkweg. “Dat dit pand vrijkwam, voelde zeker niet toevallig. Ik geloof dat niks toevallig is in het leven.” Nu House of Joy officieel geopend is, wil Bosch het liefst de hele week open zijn. “We moeten ook realistisch blijven, en kijken naar de belastbaarheid van onze vrijwilligers. Goede vrijwilligers zijn best lastig te vinden. Je wil mensen die echt hun hart geven.”
Aan de drukte te zien is dat gelukt. Daar stemt Bosch mee in. “We hebben er nu zo’n 25 en kunnen vijf of zes dagdelen in de week open. Dat willen we graag zo snel mogelijk verhogen naar minimaal tien dagdelen.”
Lees verder onder de afbeelding.
Bosch zet zich met passie in voor vluchtelingen en helpt ze waar hij kan, soms zelfs tot de Tweede Kamer, advocaten en nieuwe banen aan toe. “Je geeft liefde, maar krijgt er heel erg veel vertrouwen voor terug.” Ondanks het waardevolle werk en de waardering die de vrijwilligers krijgen, worden er ook nare verhalen gedeeld. “Je praat met ze, hoort de verhalen van henzelf en hun families in het land van herkomst.”
Abdul is één van de aanwezige vluchtelingen en vertelt zijn verhaal. In zo goed mogelijk Nederlands. Abdul is 22 en vluchtte vanuit Soedan in z’n eentje te voet naar Nederland. Daar heeft hij drie jaar over gedaan. Hij sliep onder bruggen en was eenzaam. In Frankrijk voelde hij zich zelfs zó eenzaam, dat hij begon met roken om maar iets van menselijk contact te hebben: ‘Heb je een sigaret voor me?’ was wekenlang zijn enige dagelijkse ‘gesprekje’.
Lees verder onder de afbeelding.
“Ik vind het heel mooi dat we dit nu hier hebben”, zegt Abdul. “Ik leer veel mensen kennen, mijn Nederlands verbetert en ik heb nu familie hier. Als ik verdrietig ben, bel ik Oma Gina en dan ga ik met haar praten. Dat is heel fijn.” Met Oma Gina doelt hij op Gina Verhoeckx, vrijwilliger van het taalcafé.
“Ze noemen me oma of mama”, zegt Verhoeckx. “Deze mensen zijn altijd welkom bij mij, niet alleen hier, maar ook bij mij thuis. Ik houd van het contact met hen. Ze gaan me aan het hart. Soms ben ik supermoe, maar ik zou nooit ‘nee’ zeggen tegen visite.”