De commissie Oosting, die onderzoek deed naar de vuurwerkramp in Enschede, heeft daarbij niet alle beschikbare informatie gekregen of meegenomen. Ook gevoelige en relevante informatie is buiten beschouwing gebleven. 1Twente heeft daar al veel eerder over gepubliceerd, maar dat is nu ook de toon in het antwoord op raadsvragen. Voor het eerst.
De PVV in Enschede stelde in mei vorig jaar vragen over onder meer grondonderhandelingen in de periode voorafgaand aan de vuurwerkramp. Was de beantwoording van die vragen nog ontwijkend en ontkennend, nu geeft het Enschedese college veel meer openheid van zaken.
Bij de eerdere beantwoording van vragen, verwees het college veelvuldig naar het onderzoeksrapport van Oosting. Daarin werd de motivering gevonden voor die beantwoording, ook al was die strijdig met documenten die boven tafel kwamen nadat Oosting zijn rapport opleverde.
Dat gaat met name om een handgeschreven notitie van Boudewijn Rip, de ambtenaar die voorafgaand aan de ramp onderhandelingen voerde over de aankoop van de grond onder het ontplofte vuurwerkbedrijf. En om een rapport dat diezelfde ambtenaar kort na de ramp opstelde, met diezelfde informatie. Beide stukken zijn pas een paar jaar geleden boven tafel gekomen.
Lees verder onder de afbeelding.
In de laatste beantwoording van de vragen van de PVV refereert het college aan die stukken en citeert daar uit. Waar het college eerder geen aanleiding zag om raadsleden inzage te geven in het dossier over die onderhandelingen, schrijft het college nu: ‘Het college is bereid hier toegang tot te verlenen’.
De PVV heeft er geen vragen over gesteld, maar na de ramp was het hele dossier over die onderhandelingen verdwenen. Het was een van de opmerkelijke ‘gaten in het dossier’ waarover een rechercheurs bij het politieteam dat de ramp onderzocht zich beklaagden.
Nog een kanttekening: het grootste deel van dat gemeente-archief is na de ramp bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken beland. Daar ligt het vermoedelijk nog steeds. Dat het Enschedese college nu bereid is inzage te geven, markeert een nieuwe openheid. Maar inzage in het (digitale) Enschedese archief levert vermoedelijk niet meer op dan een deel van alle informatie over de aankoop van het SE Fireworks-terrein.
Eén ding is in elk geval duidelijk: veel informatie die wel beschikbaar was, is decennialang niet meegenomen in onderzoek naar en beantwoording van vragen over de vuurwerkramp. En: het college erkent impliciet dat met het rapport van Oosting niet het laatste woord over de vuurwerkramp is gesproken. In deze laatste beantwoording is dan ook geen enkele vraag beantwoord met een verwijzing naar dat rapport.
Daar hoort een opmerking bij: er is na verschijning van dat Oosting-rapport veel meer informatie boven water gekomen. Over allerlei aspecten met betrekking tot zowel de aanloop naar de ramp als de bestrijding van de brand die zich tot ramp ontwikkelde en de nasleep ervan.
Dat gegeven, met die impliciete erkenning van het college dat ‘Oosting’ niet de alpha en omega van de vuurwerkramp is, rechtvaardigt hernieuwd onderzoek. Iets waar een aantal fracties in de Enschedese gemeenteraad en in de Tweede Kamer al langer om vragen.
Ondanks de nieuwe openheid, wordt er in deze laatste beantwoording wel een semantisch steekspel gespeeld. De vragen over die grondonderhandelingen centreren zich rond een bod dat de gemeente een dag voor de ramp deed. De onderhandelende ambtenaar, Boudewijn Rip, spreekt van een ‘bod van fl 1.500.000,-‘ om ‘de zaak vrij van huur te krijgen’. Het college stelt dat ‘de gemeente ‘overwoog fl 1.500.000,- te bieden om het object vrij van huur te krijgen’.
In de lezing van het college ging het niet om een formeel bod, dus. Ook in de nu verstrekte overzichten van die onderhandelingen ontbreekt dit bod van 12 mei 2000. Daarin zijn alleen de formele biedingen opgenomen. Het is de vraag of dat terecht is; ook mondelinge afspraken of toezeggingen hebben rechtsgeldigheid. In dit geval is dit gemeentelijke bod ook nog eens vastgelegd.
Lees verder onder de afbeelding.
Los van de juridische of bestuurlijke interpretatie van dat woordje ‘bod’, gaat het hier natuurlijk om de vraag hoe de verkoper - oud-eigenaar van SE Fireworks Harm Smallenbroek - dat bod interpreteerde. Dat kwam neer op de prijs die hij tijdens de eerdere onderhandelingen verschillende keren op tafel legde. Niet zonder reden: met dat bedrag kon hij elders zelf opnieuw beginnen.
Anders gezegd: het lijkt onwaarschijnlijk dat Smallenbroek die 1,5 miljoen op 12 mei alleen als enkel een overweging heeft beschouwd. Dat blijkt ook wel uit het feit dat hij er een paar dagen na de ramp op terugkwam. Smallenbroek wees het op 12 mei af omdat er een voorwaarde aan verbonden was die hij niet wilde: de grond moest vrij van huur worden opgeleverd.
De verhouding tussen Smallenbroek en de huurders van zijn terrein, de directeuren van SE Fireworks, was grondig verziekt. Er liepen rechtszaken om overtredingen van het met die directeuren gesloten concurrentiebeding. Een basis voor onderhandelingen over afkoop was er niet.
Smallenbroek stuurde ambtenaar Rip dan ook terug naar zijn opdrachtgevers met een eerder bod van de gemeente (fl 1.250.000,-), maar dan onder de voorwaarde dat de gemeente de huurders zou afkopen. Dat had de gemeente tot dan toe niet gewild.
Afgesproken werd dat Rip maandag 15 mei terug zou komen op dat laatste voorstel van de oud-eigenaar. Zover kwam het niet: op 13 mei vond de vuurwerkramp plaats. Evengoed lag dat aankoopbedrag van 1,5 miljoen kort na de ramp weer op tafel. De grond was vrij van huur; de ramp had alles weggevaagd.
Lees verder onder de afbeelding.
Uiteindelijk kwam het tot een koop, formeel ruim een jaar later. Maar de afspraken daarover werden al in juni 2000 met potlood gemaakt. De gemeente betaalde uiteindelijk bijna 640.000 gulden voor de grond. De oud-eigenaar ontving daarnaast de verzekeringsgelden en streek in totaal ruim 1,3 miljoen gulden op, zo blijkt uit documenten over die deal.
Onderzoekers naar de vuurwerkramp zien in die gang van zaken een motief voor brandstichting op het terrein van SE Fireworks. Niet om een ramp te veroorzaken, maar om verdere bedrijfsvoering onmogelijk te maken. En voor het achterhouden van sleutelinformatie over die grondonderhandelingen, na de ramp.
Belangrijke vraag is of Rip, dan wel de gemeente, wist dat er met dat bod van 12 mei 2000 een motief voor sabotage ontstond. Het korte antwoord: ja. Daar hoort wel een belangrijke kanttekening bij: daarmee is niet gezegd dat er ook opzet in het spel is geweest. Bij het uitbrengen van dat bod, noch bij de oorzaak van de ramp, een dag later.
Om dat uit te leggen, moeten we naar een opmerkelijke passage in het antwoord op de vragen van de PVV. Die gaat over de huurovereenkomst tussen Smallenbroek en de eigenaren van SE Fireworks, de huurders van diens terrein en opstallen.
In eerdere beantwoording van vragen over die overeenkomst stelde het college dat de gemeente destijds maar een deel van die overeenkomst had gekregen. Alleen om de waarde van de grond en de opstallen te kunnen taxeren. Dat was onzin: Rip noteerde dat hij een afschrift van het hele huurcontract meenam. Met als reden: kijken of die overeenkomst mogelijkheden bood om van de huurders op het terrein af te komen. Die zaten een deal tussen de gemeente en Smallenbroek in de weg.
Nu blijkt dat huurcontract toch in zijn geheel in het gemeentelijke dossier te zitten. Dat was ‘in eerste instantie over het hoofd gezien’.
Die huurovereenkomst bood twee opties voor tussentijdse beëindiging: wanneer de huurders in gebreke bleven of wanneer ze failliet zouden gaan. Smallenbroek hield Rip herhaaldelijk voor dat SE Fireworks op de rand van de afgrond stond. Dat was niet zo, maar Rip verdiepte zich daar verder niet in; dat was een zaak tussen Smallenbroek en SE Fireworks.
Hij hield wel rekening met een scenario waarin het nog heel lang zou duren voordat het terrein vrij beschikbaar zou zijn. Uit zijn aantekeningen blijkt dat de gemeente inschatte dat dat wel tot 2007 zou kunnen duren. Anders gezegd: hij wist dat er verder geen mogelijkheden waren om de huurovereenkomst zonder veel kosten te ontbinden. Het is niet zo vreemd dat de gemeente dat huurdersprobleem graag bij Smallenbroek liet.
Lees verder onder de afbeelding.
Rip wist ook dat Smallenbroek klem zat, als het om die huurders ging en dat een deal tussen de oud-eigenaar en de nieuwe directeuren van SE Fireworks - en met name Rudi Bakker - kansloos was. Ook dat blijkt uit zijn aantekeningen.
Er was nòg een mogelijkheid waarbij SE Fireworks voortijdig het veld zou moeten ruimen, zonder dat het de gemeente of Smallenbroek een cent zou kosten. Die was geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Als de opstal verloren ging, zou de huurovereenkomst van rechtswege ontbonden worden.
Lees verder onder de afbeelding.
Samengevat: de gemeente wist dat een deal tussen Smallenbroek en Bakker er niet in zat en wist dat er geen juridische mogelijkheden waren om het huurdersprobleem op te lossen. Tenzij SE Fireworks failliet zou gaan of de opstal verloren ging.
Het is in die context dat Rip op 12 mei 2000 dat bod van 1,5 miljoen op tafel legde. Onder de voorwaarde dat Smallenbroek het probleem met de huurders zou oplossen. Smallenbroek wist dat een faillissement van SE Fireworks niet aanstaande was. Daarmee verschafte de gemeente hem impliciet een motief voor sabotage van de verdere bedrijfsvoering van het vuurwerkbedrijf.
En dat had de gemeente kunnen weten. Rip gokte op faillissement, maar verdiepte zich niet in de vraag hoe realistisch die gok was. En dat was ‘ie niet. Daarmee restte er nog één scenario waarin de gemeente de grond onder SE Fireworks in handen kon krijgen en daar binnen afzienbare tijd ook iets mee kon: een noodlottig faillissement, wanneer er niets meer om te ondernemen of te huren zou zijn.
Natuurlijk, dat is een reconstructie achteraf. Het lijkt erop dat de gemeente, Ministeries of het OM die reconstructie al snel na de ramp maakten. De aanwijzingen ervoor zijn lang onder de pet gehouden. Het heeft ruim twintig jaar geduurd voordat die tevoorschijn kwamen. Ondanks alle vragen en onderzoeken. En ondanks de stellige belofte, na de ramp, dat de onderste steen boven moest.
Nog één laatste opmerking over Rip en Smallenbroek: met dit artikel is niet gezegd dat de grondonderhandelaar de oud-eigenaar bewust een motief verschafte. Of dat de laatste daar naar gehandeld heeft. Het is alleen nooit uitgezocht.
En dat geldt, zoals gezegd, voor meer.
Wil je meer weten over de vuurwerkramp van 13 mei 2000? 1Twente doet al jaren onderzoek naar de aanloop en de toedracht van die ramp, en naar wat er naderhand is verzwegen. Je vindt een uitgebreid dossier met alle tot nu toe verschenen publicaties op onze website.