Je zou het in alle berichten over gemeenteraadsverkiezingen en mondiale spanningen bijna vergeten, maar op 1 april is het ruim acht decennia geleden dat Enschede werd bevrijd. Over democratie en vrijheid gesproken. In café Het Bolwerk is een expositie ingericht met verhalen over verzet tegen dictatuur, vervolging en onderdrukking. Je kunt je minder actuele thema’s voorstellen.
De tentoonstelling bestaat uit objecten uit verschillende collecties en is samengesteld door een zestal Enschedeërs, betrokken bij het Twentse verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Er is een centrale plaats ingeruimd voor het verhaal van Leendert Overduin. Een verhaal dat lang onbekend bleef, maar op de keper beschouwd indrukwekkender is dan dat van Oskar Schindler.
Dat verhaal van dominee Overduin, of ‘pastor Pimpernel’, begon bij een razzia waarbij 105 Tukkers van hun bed werden gelicht en afgevoerd naar concentratiekamp Mauthausen. Geen van hen kwam terug. Het werd een ‘wake up call’ voor de regio.
Die razzia was een vergeldingsmaatregel. Sabotagegroepen hadden telefoonlijnen doorgesneden om Duitse communicatie onmogelijk te maken. Er kwam een oproep, op gezag van Hans Albinn Rauter, de hoogste SS-baas in Nederland. Alle mannen geboren tussen 1917 en 1924 moesten zich melden om in Duitsland tewerkgesteld te worden.
Aan de melder van de gouden tip over de daders van de sabotage-actie werd een beloning van 10.000 gulden in het vooruitzicht gesteld. Een godsvermogen in die tijd.
Lees verder onder de afbeelding.
In het Bolwerk hangt een origineel pamflet met die oproep, afkomstig uit de collectie van Eric Heijink. Heijink doet al jaren onderzoek naar het Twentse oorlogsverhaal en verzamelt objecten uit die tijd. Hij is een drijvende kracht achter de struikelstenen voor weggevoerde en vermoorde Joden en verzetsstrijders uit Enschede.
Het was september 1941. De deportatie van Joden in Nederland moest nog op stoom komen. In de maanden na die oproep ontstond een verzetsgroep rond Overduin, ondersteund door textielbazen en de Enschedese Joodse raad. Sig Menko, voorzitter van die raad, speelde de lijsten door met namen van Joden die op transport naar Westerbork moesten.
Overduin en de zijnen zochten hen op en boden onderduikadressen aan. Ruim duizend Joden maakten gebruik van die gelegenheid en overleefden de oorlog. Die oproep van Rauter dateert van september 1941. De deportatie van Joden in Nederland moest nog op stoom komen.
Willy Berends schreef een boek over dit fascinerende verhaal. Sonna Krom maakte tekeningen en een levensgroot schilderij van de ‘scharlaken pimpernel’. Ook die zijn in het Bolwerk te zien.
In december vorig jaar prijkte Overduin op een metershoog doek in de Grolsch Veste. Vak P, de harde kern van FC Twente-supporters, vierden het 700-jarig bestaan van hun stad met een sfeeractie die de nieuwsberichten in het hele land haalde. Een verhaal dat enkele jaren daarvoor bij maar een enkeling kende, was het verhaal van ons allemaal geworden.
Krom maakte ook een schilderij van de vijf broers Quentemeijer, die in 1935 aan de wieg stonden van de Twentse Boksclub. Toen nog D.B.O. geheten, door broeders opgericht. Een prachtig portret dat op het eerste gezicht doet denken aan de neefjes Dalton uit Lucky Luke. Krom maakte het naar een foto van stadschroniqueur Henk Brusse.
Die Daltons waren met z’n vieren, in het Bolwerk hangen vijf Quentemeijers. Van groot naar klein: Ben, Rudy, Willy, Henk en Frits. Geduchte boksers; Willy en Henk sleepten nationale en internationale titels in de wacht. De oudste vier van die broers waren actief in het verzet. De guerilla-tak, anders dan Overduin. Zij stalen wapens en bliezen spoorrails op.
Lees verder onder de afbeelding.
Naast de Quentemeijers prijkt een geschilderd portret van Ben Ali Libi, de goochelaar over wie Willem Wilmink een van zijn meest bekende en ontroerende gedichten schreef.
Memory Vrijheidsmuseum Nijverdal beheert vermoedelijk de grootste collectie objecten over die Twentse oorlogsverhalen. Enschedeër Gerard de Boer, gids in dat museum, wil ook daar dat verhaal van Overduin vertellen. Op de bovenverdieping van het museum wordt gewerkt aan een uitgebreide tentoonstelling over de luchtoorlog boven Twente.
Het museum heeft een vlag ingebracht die nog heeft gewapperd bij de bevrijding van Twente.
Ellen Koopmans, een nicht van Overduin, groeide op in Enschede maar woont al sinds jaar en dag in Amsterdam. Zij groeide op met het oorlogsverhaal van haar oom en kwam in contact met Berends.
Inmiddels maakt zij deel uit van een groepje Enschedeërs dat deze bijzondere Twentse oorlogsgeschiedenis levend houdt. Koopmans verwondert zich erover dat Nederland wel het verhaal van de Amsterdamse Joodse raad kent, maar niet dat van die Twentse afdeling. “De helft van het verhaal wordt weggelaten.”
Zowel Koopmans als Berends hebben lijntjes uitstaan in Amsterdam en Leiden, de geboorteplaats van Overduin, om ook daar presentaties te gaan geven.
Vanaf 20 april brengt de EO een podcastserie uit over de Twentse Joodse raad. Een vervolg op de succesvolle serie over die raad in Amsterdam, die een heel andere koers voer en waarmee Sig Menko bij de eerste ontmoeting meteen overhoop lag. “Het woord ‘onderduiken’ komt in ons woordenboek niet voor, meneer Menko”, liet David Cohen de Enschedese textielmagnaat weten.
Menko keerde zich om, smeet de deur achter zich dicht en keerde terug naar Twente. Hij werd een cruciale spil in het onderduik-netwerk van Overduin. Ruim de helft van de Twentse Joden overleefde de oorlog. Driekwart van de Amsterdamse Joden kwam om.
De podcastserie is gemaakt door Arthur Menko, een nazaat van die onverschrokken Twentse voorzitter en textielmagnaat.
Café het Bolwerk lijkt een vreemde plek voor een expositie als deze. Maar dat is het niet. De kroeg heeft twee wereldoorlogen gezien en was vaste pleisterplaats voor Willem Wilmink, één van Enschedees zonen die door die oorlog werd getekend èn er inspiratie uit haalde. De Twentse boksclub van de broers Quentemeijer bevindt zich pal om de hoek.
Daarbij: de Twentse oorlogsverhalen zijn volksverhalen. En sinds de Duitsers de strijdbijl begroeven is er geen tijd geweest waarin de thema’s van die verhalen - vrijheid, democratie en recht - actueler zijn geweest. Geen betere plek om die te bespreken dan een stamtafel.
De expositie in het Bolwerk is te zien tot en met 5 mei, bevrijdingsdag. Marcel Waanders stelde een beschrijving samen van de tentoongestelde objecten en de verhalen die daarbij horen.