Verschillende partijen in de Tweede Kamer hebben vragen gesteld over de ontoegankelijkheid van bushaltes in deze regio. Slechts een kwart van alle haltes in Twente en de rest van Overijssel is toegankelijk voor iedereen, dus ook voor slechtzienden en mensen in een rolstoel. De conclusies komen uit een onderzoek van RTV Oost. Net als de Tweede Kamer wil ook Provinciale Staten uitleg.
SP, PvdA en GroenLinks hebben in de Provinciale Staten van Overijssel gevraagd hoe het zit. In de Tweede Kamer deden D66, GroenLinks/PvdA en de VVD hetzelfde. Volgens de partijen is het belangrijk dat mensen met een beperking mee blijven doen in de samenleving. Dat kan niet zonder toegankelijk openbaar vervoer, zeggen zij.
Eind vorige maand publiceerden RTV Oost en mediapartner 1Twente de resultaten van dit onderzoek. Daaruit blijkt dat slechts een kwart van de haltes in Overijssel toegankelijk is voor zowel mensen met een visuele beperking en mensen in een rolstoel. Ook belangrijke gebouwen zoals gemeentehuizen en ziekenhuizen zijn niet altijd bereikbaar. Bij meer dan de helft van de gemeenten is de dichtstbijzijnde halte bij deze gebouwen deels of niet toegankelijk.
In de Kamervragen wordt vaak verwezen naar het VN-verdrag Handicap. In het verdrag staat dat mensen met een handicap in 2040 volledig onafhankelijk moeten kunnen reizen. Op provinciaal niveau wijzen partijen naar de uitvoering, waarin bestuurders bestaande haltes niet op tijd toegankelijk maken. Op landelijk niveau benadrukken partijen de rol van de regering. Volgens hen zijn gemeenten verantwoordelijk voor het toegankelijk maken van de haltes, maar blijft het rijk verantwoordelijk voor toegankelijk openbaar vervoer in het algemeen.
Er is nog niet op de vragen gereageerd. Het provinciebestuur heeft vier weken de tijd om schriftelijk te reageren. In de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris drie weken om een reactie te geven.