Niet elke bushalte in Overijssel kan toegankelijk gemaakt worden voor mensen met een beperking. Meerdere gemeenten zeggen dat het simpelweg niet haalbaar is om alle haltes aan te passen. De provincie doet wel een belofte: "Het doel is dat in 2040 het ov geheel toegankelijk is, in lijn met het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap."
Over het algemeen is de beschikbaarheid van geld de bottleneck. "Onderzoek door het Rijk heeft aangetoond dat al de aanpassingen zo'n 800 miljoen euro gaat kosten, terwijl er slechts 30 miljoen beschikbaar is", zegt de provincie Overijssel. Gemeenten die plannen hebben voor verbeteringen aan de ov-infrastructuur en het toegankelijk inrichten van bushaltes kunnen daarvoor subsidie aanvragen bij de provincie.
Overigens kunnen dan nog niet alle haltes toegankelijk worden gemaakt, aldus de provincie: "Denk aan bushaltes op kerkpleinen, langs water of langs provinciale- en rijkswegen waar een oversteekvoorziening ontbreekt."
Uit eerder onderzoek van RTV Oost blijkt dat slechts een kwart van de haltes in Overijssel toegankelijk is voor zowel mensen met een visuele beperking als in een rolstoel. De cijfers die zijn geanalyseerd, zijn afkomstig uit DOVA halteviewer, een samenwerkingsverband van ov-autoriteiten.
In de Twentse gemeenten zijn de verschillen groot. Zo is in plattelandsgemeente Hof van Twente geen enkele (!) halte toegankelijk voor iedereen, terwijl in Hengelo juist bijna elke halte (93%) goed toegankelijk is. Losser (51%), Oldenzaal (52%) en Twenterand (43%) doen het redelijk, terwijl de grote steden Enschede (17%) en Almelo (20%) aan de bak moeten.
Veel gemeenten hebben geen concrete plannen om bestaande haltes (met name in het buitengebied) toegankelijk te maken, maar ze geven wel aan dat zij bij eventuele nieuwe bushaltes ervoor zorgen dat deze voor iedereen bruikbaar zijn. Drukbezochte en belangrijke bushaltes zijn over het algemeen wel toegankelijk voor iedereen.
Dat informatie over toegankelijkheid van haltes niet regelmatig wordt geüpdate, is onderdeel van het probleem, zegt de zeer slechtziende Hengeloër Rob Kolner: "Als je vooraf niet weet of een halte bijvoorbeeld geleidelijnen en een instapmarkering heeft, dan kun je er ook geen gebruik van maken." Er zijn afspraken gemaakt dat in 2040 deze informatie wel toegankelijk is. Dit duurt nog veertien jaar.
Geldgebrek mag geen enkele rol spelen bij het toegankelijk maken van de maatschappij, zegt Martin Boerjan, beleidsmedewerker van belangenorganisatie Ieder(in). Hij vindt dat het ministerie de gemeenten en provincie hierop moet aanspreken. En dat een stip op de horizon moet worden gezet voor het toegankelijk maken van het openbaar vervoer.
Die stip is gezet. Hiervoor moeten mensen als Rob Kolner nog zeker veertien jaar geduld hebben: Het streven is namelijk om in 2040 het ov geheel toegankelijk te hebben voor iedereen.
Voor dit verhaal zijn de cijfers gebruikt zoals die op 13 januari beschikbaar waren. De cijfers zijn afkomstig van DOVA, een samenwerkingsverband van de OV-autoriteiten, die bestaan uit de twaalf provincies, Vervoerregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, en OV-bureau Groningen Drenthe. Deze autoriteiten zijn verantwoordelijk voor de data, maar sommigen besteden het aanleveren van de haltedata uit aan de wegbeheerders. Daardoor kan het zijn dat in sommige gevallen data verouderd zijn, omdat wegbeheerders de actuele situatie nog niet hebben verwerkt, of juist na 13 januari aanpassingen hebben gedaan. Volgens DOVA zijn de wegbeheerders verantwoordelijk voor het infrastructurele beheer van de haltes.