Thuiszorgorganisaties in en om Enschede krijgen geen 'reëel tarief' voor de uitvoering van huishoudelijke hulp. Dat blijkt uit een onderzoek dat op verzoek van twee gecontracteerde aanbieders is gedaan. Het uurtarief stond vorig jaar op 38 euro, maar dat zou ruim boven 42 euro moeten liggen. De aanpassing, die het college verplicht zegt te moeten uitvoeren, kost de gemeente Enschede dit jaar 2,7 miljoen euro extra.
De financiële tegenvaller komt op een moment dat de uitgaven op gebied van de gemeentelijke zorgtaken na jaren bijpassen weer eens in bedwang leken te zijn. "Dit is extra zuur omdat we juist voor het eerst weer een positieve ontwikkeling op de exploitatie zien binnen de Wmo", aldus het college in een brief aan de gemeenteraad. In 2025 is het verschil tussen inkomsten en uitgaven in de Wmo meer dan 1 miljoen euro in zwarte cijfers.
Maar die positieve resultaten hebben dus deels ook een oorzaak, blijkt uit onderzoek. Per 1 januari 2024 zijn thuiszorgaanbieders na een aanbestedingstraject in twaalf Twentse gemeenten aan de slag gegaan met ondersteuning in het huishouden. Aan het einde van dat jaar hebben twee aanbieders op voorhand bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop het tarief voor 2025 (37,97 euro per uur) tot stand is gekomen.
De Twentse gemeenten hebben na juridisch advies besloten om een onderzoek te doen naar de kostprijs. Uit dit onderzoek is voortgekomen dat het 'reële tarief' voor dit jaar 42,17 euro zou moeten zijn. Zelf zou de gemeente, op basis van inflatie, zijn uitgekomen op 38,75 euro.
Het college van B&W is juridisch verplicht om de adviezen uit het kostprijsonderzoek op te volgen. Dat betekent - als het aantal cliënten niet groeit - dat de begroting voor dit jaar (en volgende jaren) met 2,7 miljoen euro verslechtert. Voor een groot deel van dat bedrag moet nog een dekking worden gezocht. Het is aan de nieuwe coalitiepartijen om daar later dit jaar een oplossing voor te vinden.