Enschede telt ruim 19.000 kinderen. Zo’n 3000 van hen groeit op in een gezin dat problematische schulden heeft. En dat aandeel groeit. Dat is de conclusie die je kunt trekken uit een analyse van ESB, het platform voor economen in Nederland.
Vier wetenschappers, verbonden aan ESB (Economische Statistische Berichten), publiceerden begin deze maand een ‘empirische analyse’ van een bak aan gegevens als antwoord op de vraag hoeveel kinderen er geboren worden in een gezin met problematische schulden. De resultaten liegen er niet om: landelijk gaat dat om 12 procent van alle pasgeborenen. In Enschede ligt dat tussen de 15 en 20 procent.
De stelling uit de inleiding is misschien iets te kort door de bocht, in die zin dat geboren niet hetzelfde is als opgroeien. Problematische schulden zijn niet altijd blijvend; sommige gezinnen ontworstelen zich daar aan. Keerzijde: voor tweederde van de huishoudens met problematische schulden geldt dat die situatie al meer dan drie jaar bestaat.
Anders gezegd: voor veel kinderen die in zo’n huishouden geboren worden, zal er geruime tijd weinig of niets veranderen. Het aandeel kinderen die dat lot treft neemt toe, zo blijkt.
Analyses en onderzoeken als deze zijn nogal abstract. Maar achter de cijferbrij gaan levens schuil. Kinderen die geboren worden in een gezin met serieuze betalingsproblemen maken een valse start. Hoe langer zo’n situatie duurt, hoe lastiger is om alsnog op gang te komen. Door de bank genomen; er zijn altijd uitzonderingen.
Onderzoek wijst uit dat de eerste duizend dagen (zeg: de eerste drie jaar) van een kind een belangrijke emotionele en psychologische basis leggen voor de rest van zijn of haar leven. Gaat het daar mis, of staan die onder permanente druk, dan is die basis zwakker. Met effecten voor gezondheid en kansen later.
Lees verder onder de afbeelding.
Het is om die reden dat de landelijke overheid acht jaar geleden begon met een programma (Kansrijke Start) om de positie van kinderen en gezinnen te verbeteren. Ook Enschede spitst haar armoedebeleid toe op kinderen en gezinnen. Het lijkt er alleen op dat die inspanningen nog niet veel uitrichten.
orig jaar zat tien procent van de Enschedese huishoudens tot de nek in de schulden. In de periode daarvoor lag dat aandeel 0,6 procent hoger. Het aandeel huishoudens met problematische schulden daalt in het hele land licht, zo blijkt uit cijfers van het CBS. In de analyse die is gepubliceerd in ESB valt op dat het aandeel kinderen in gezinnen met probleemschulden juist toeneemt.
De onderzoekers keken ook naar typerende kenmerken voor deze gezinnen. Eerder onderzoek liet al zien dat eenoudergezinnen drie tot drie tot veer keer meer kans lopen om in schulden te raken dan gezinnen met twee ouders. Je kunt je daar ook wel iets bij voorstellen: kinderen groot brengen en zelf voor een inkomen zorgen, is makkelijker als je taken kunt verdelen. Maar dat blijkt niet de enige factor die een rol speelt.
Ook het arbeidsverleden van de ouder(s) speelt een rol; ouders met geen of weinig werkervaring hebben twee keer zoveel kans op financiële problemen dan ouders voor wie dat niet geldt. Komen een of beide ouders uit een niet EU-land, dan is de kans dat zij het huishoudboekje niet rond krijgen dertig procent groter. Tot slot maakt het uit waar je woont.
Het zijn vooral de grote steden waar dit speelt. Met Rotterdam als uitschieter; daar gaat het om meer dan 20 procent van de kinderen. Enschede valt niet in de categorie van grote steden, maar kampt in dit opzicht met dezelfde problemen. Net als Almere, Lelystad en en handvol gemeenten in het uiterste noordoosten en zuiden van het land.
Het CBS gaat uit van geregistreerde problematische schulden. Dat gaat om schulden die zijn vastgelegd in de administratie van instanties als gemeenten (bijstand), de Belastingdienst, het UWV en DUO. Maar ook om gegevens uit schuldhulptrajecten en schulden bij zorgverzekeraars.
Schulden zijn problematisch als ze niet tussen anderhalf en drie jaar kunnen worden afgelost. Of als het inkomen te laag is om vaste lasten te kunnen betalen en schulden af te lossen.
In hoeverre de maatregelen die Enschede neemt om gezinnen in armoede te helpen zoden aan de dijk zetten, valt uit deze analyse niet direct op te maken. Het geboortecijfer in Enschede is laag, het laagste van Overijssel. De gemiddelde Enschedese vrouw heeft 1,28 kinderen (in 2024). Er sterven in Enschede meer mensen dan er geboren worden. De bevolking groeit wel, maar dat komt vrijwel geheel door immigratie.
Hoeveel van die Enschedese baby’s geboren worden in gezinnen met problematische schulden, is niet precies te zeggen. Of dat aantal in absolute zin ook toeneemt, evenmin.
Daar staat tegenover dat ook in het ESB-artikel niet alle schulden zijn meegenomen. Schuldenregelingen bij het BKR en betalingsachterstanden bij die instantie zijn buiten beschouwing gelaten. Dat gaat bijvoorbeeld om schulden bij postorder- en telecombedrijven. De onderzoekers hadden geen toegang tot die informatie.
Dat geldt ook voor specifieke informatie uit het register van personen die onder curatele of bewind zijn geplaatst. En voor schulden bij derden: familieleden, vrienden en bekenden. De werkelijkheid is dus vermoedelijk nog wat grimmiger dan deze analyse laat zien.
ESB is een toonaangevend Nederlands maandblad op het gebied van economie en sociaaleconomisch beleid. Het artikel dat aanleiding was voor deze publicatie, ‘Aandeel kinderen geboren in gezinnen met problematische schulden groeit’, is van de hand van Malon van den Hof (Jeugdarts en onderzoeken bij het UMC), Tessa Roseboom (hoogleraar UvA), Jennifer Claij-Swart (onderzoeker bij het CBS) en Ruben van Galen (idem).