Woningbouwplannen in de Spoorzone Hengelo-Enschede kunnen de komende jaren voorlopig nog niet rekenen op extra rijksgeld voor wegen en openbaar vervoer. Hoewel het gebied is aangewezen als grootschalig woningbouwgebied, is het beschikbare budget voor de bereikbaarheid van nieuwe woonwijken al volledig verdeeld. Of er ruimte is voor nieuwe investeringen, is aan het nieuwe kabinet. Dat blijkt uit antwoorden van demissionair minister Robert Tieman van Infrastructuur en Waterstaat op Kamervragen van het CDA.
De Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) is één van de vier nieuwe grootschalige woningbouwgebieden in het land die het Rijk eerder dit jaar aanwees, samen met locaties in Alkmaar, Apeldoorn en Helmond. Die status biedt op termijn kansen voor deze regio's, maar pakt op korte termijn ongunstig uit voor de financiering als het gaat om verbeteren van de bereikbaarheid.
Door de nieuwe aanwijzing kan Hengelo-Enschede voor projecten binnen de Spoorzone geen gebruik meer maken van de regeling Woningbouw op Korte Termijn (WoKT), die bedoeld is voor snelle investeringen in infrastructuur bij woningbouw. Tegelijkertijd blijkt het rijksbudget voor infrastructuur bij grootschalige woningbouwgebieden grotendeels al te zijn vergeven.
In de praktijk betekent dit dat de regio zich in een lastige tussenfase bevindt: de woningbouwambities zijn groot, maar het geld voor noodzakelijke investeringen in wegen, spoor en openbaar vervoer ontbreekt vooralsnog.
Het kabinet heeft besloten om aan de vier nieuwe grootschalige woningbouwgebieden gezamenlijk wel een zogenoemd gebiedsbudget van ongeveer 100 miljoen euro toe te kennen. Met dat bedrag kunnen volgens de minister alleen de eerste stappen worden gezet, bijvoorbeeld in planvorming en voorbereiding.
Voor de Spoorzone Hengelo-Enschede is dit echter bij lange na niet genoeg om uiteindelijk grootschalige woningbouw mogelijk te maken. Juist investeringen in verbeteren van de bereikbaarheid zijn cruciaal om de plannen daadwerkelijk van de grond te krijgen.
Volgens de minister is de volledige 2,5 miljard euro die dit kabinet beschikbaar stelde voor woningbouw en bereikbaarheid inmiddels verdeeld. Nieuwe investeringen in de infrastructuur van Hengelo-Enschede zijn daarmee afhankelijk geworden van besluiten van een volgend kabinet.
Het Rijk erkent dat in de Spoorzone op relatief korte termijn veel woningen gebouwd kunnen worden, mits de bereikbaarheid wordt verbeterd. Daarom blijft het ministerie wel in gesprek met de gemeenten Hengelo en Enschede en de provincie Overijssel.
In het voorjaar wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van deze gesprekken en de resterende financiële opgave. Voor Twente betekent dit voorlopig vooral onzekerheid: de ambities zijn er, maar zonder aanvullende rijksmiddelen kunnen er in de Spoorzone van de twee steden nog geen grote stappen worden gezet.