Verkeer
Stuur appje
Zoek
Fossiel - stadhuis

In Depot: je struikelt over de fossielen in het Enschedese stadhuis

Je kunt de kop boven dit artikel misverstaan. Als in: Enschede telt nogal wat ambtenaren, bestuurders en politici die langer in het stadhuis rondlopen dan gezond is. Maar hij is veel letterlijker bedoeld: het barst van de fossielen in het stadhuis. Sommige ruim een meter groot. Als je weet waar je moet kijken.

‘In onze werkstad is geen plaats voor een gebouw dat opvalt door weelde, wel mag het blijk
geven van het welvaren waarin Enschede zich kan verheugen’. Een stukje tekst uit de richtlijn die burgemeester en wethouders in 1927 meegaven voor het ontwerp van een nieuw stadhuis. ’s Lands meest vooraanstaande bouwmeesters werd gevraagd een ontwerp te maken. Gijsbert Friedhoff kreeg de opdracht.

Gebouwd op het hoogtepunt van de Twentse Gouden Eeuw

Geen plaats voor weelde, Enschede is een arbeidersstad. Dat klinkt bescheiden. Maar in de jaren waarin dat nieuwe stadhuis verrees - 1930-1933 - werd er goud geld in die arbeidersstad verdiend. Als je rondloopt door dat pand en je ogen de kost geeft, is dat te zien ook.

“Mensen trouwen hier op een fossielenkerkhof”

Het ontwerp van lampen, dorpels, kozijnen; het mozaïek in de zaal die zo heet; de lambrisering en het meubilair in de raadszaal; het voor die tijd hypermoderne klimaatsysteem dat nog altijd in gebruik is: alles ademt aandacht voor detail en ingetogen luxe. Niet weelderig? Het is maar hoe je het bekijkt.

Hardsteen, bomvol fossielen

De meeste deurposten en dorpels, veel vloeren zijn van natuursteen. Hardsteen, afkomstig uit Zweedse steengroeven waar het honderden miljoenen jaren heeft gelegen zonder dat iemand het wist. Voor de tijd dat mensen er geld in zagen. En dat hardsteen zit bomvol fossielen. Van pak ‘m beet 400 tot 500 miljoen jaar oud. Tijdperk: het orodovicium.

Voor context: de mensen ontstond zo’n 300.000 jaar geleden. Die fossielen in het Enschedese stadhuis zijn dus op een week of wat na 450 miljoen jaar ouder dan de mensen die er achteloos aan voorbij of overheen lopen. Want - dat is best grappig - er blijken maar weinig mensen in dat stadhuis te komen of te werken die er ooit een fossiel hebben gezien.

  • Fossiel - stadhuis
    Het barst van de fossielen in het Enschedese stadhuis (3 afb.).
    Beeld: Ernst Bergboer
  • Fossiel - stadhuis
    Het barst van de fossielen in het Enschedese stadhuis (3 afb.).
    Beeld: Ernst Bergboer
  • Fossiel - stadhuis
    Het barst van de fossielen in het Enschedese stadhuis (3 afb.).
    Beeld: Ernst Bergboer

Nog een beetje context: het eerste leven - bacteriën, algen en wat klein zwemmend grut - ontstaat in de periode die geografen het cambrium noemen. Dat is de periode voor die waarin de fossielen in het stadhuis de zeeën gingen beheersen. Terroriseren mag je ook zeggen.

Een vroege inktvis

We hebben het over de orthoceras, een uitgestorven inktvissenfamilie met ondersoorten die volgens de geleerden lengten van 6 of 11 meter konden bereiken. Zo fors vind je ze in het stadhuis niet. De meeste zijn een paar centimeter groot, maar hier en daar zit er een knaap van dik een meter tussen. In de vloer van die mozaïekzaal, bijvoorbeeld.

Lees verder onder de afbeelding.


  • Orthoceras
    De orthoceras, waarvan je honderden fossiele exemplaren vindt in het Enschedese stadhuis (afb. 1) en het bekendere latere neefje: de ammoniet (afb. 2).
    Beeld: onbekend
  • Ammoniet
    De orthoceras, waarvan je honderden fossiele exemplaren vindt in het Enschedese stadhuis (afb. 1) en het bekendere latere neefje: de ammoniet (afb. 2).
    Beeld: onbekend

Lieverdjes waren het niet, volgens de mensen die het weten kunnen. Zo gek veel diersoorten bestonden er nog niet - en wat er was, leefde in het water - maar die ortho-jongens joegen op alles wat ze vinden konden. Top-predatoren van hun tijd. Deze vroege inktvissen hadden een rechte schelp, die in de loop van duizenden jaren opkrulde. Daaruit ontstond de bisschopstaf; ook die vind je het stadhuis. Een latere neef, de ammoniet, is als fossiel een stuk bekender.

Trouwen op een fossielenkerkhof

Edwin Plokker kwam de Enschedese exemplaren op het spoor in het depot van de MuseumFabriek, waar hij de collectie beheert. Ergens in een hoekje lag een stuk hardsteen dat afkomstig bleek van de afgebroken ontvangstbalie van het stadhuis. In collectie genomen door het natuurhistorisch museum van destijds om de fraaie versteende inktvis.

Hij ging kijken, met een professor, en wist niet wat ‘ie zag. Waar je maar kijkt: fossielen. Met die mozaïekzaal - de trouwzaal - als een waar fossielenkerkhof. En als je ze eenmaal ziet, kun je ze niet meer ontzien.

icon_main_info_white_glyph

In Depot

Elke week lichten collectiebeheerder Edwin Plokker en 1Twente-verslaggever Ernst Bergboer een object uit het depot van de Enschedese MuseumFabriek. Dat depot is een verhalen-kabinet: al die objecten vertellen stukjes Twentse geschiedenis - oeroud èn kakelvers. Meer zien en lezen? In het dossier op de website van 1Twente vind je alle afleveringen die tot nu toe verschenen zijn.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie?
Tip onze redactie via mail of telefoon. Deze vind je op onze contactpagina.