Hoe zorg je ervoor dat Twentenaren voor bepaalde zorg straks niet verder hoeven te reizen, naar een ander ziekenhuis? Het is een van de belangrijkste taken voor Joyce Berger, sinds deze week de nieuwe topvrouw van ziekenhuis MST in Enschede. Ze vertelt waarom ze één ziekenhuis wil voor Twente.
"Het zijn zeker grote schoenen om te vullen", zegt Berger over het opvolgen van Jan den Boon, die vorige week afzwaaide als bestuursvoorzitter van het Medisch Spectrum Twente (MST) in Enschede. Den Boon zocht de afgelopen jaren de toenadering tot de Ziekenhuis Groep Twente (ZGT), met locaties in Almelo en Hengelo. Lange tijd werden de ziekenhuizen gezien als elkaars concurrenten, maar nu willen ze juist veel meer gaan samenwerken.
"Als we kijken naar Twente, dan moeten we verder kijken dan alleen het MST", zegt Berger, zelf woonachtig in Enschede, over samenwerken met het ZGT. "Samen moeten we kijken hoe we kunnen voldoen aan de stijgende zorgvraag, met misschien wel minder personeel. Want ook ons personeel vergrijst."
Berger: "Vanwege de vergrijzing, ook onder ons personeel. Als je in de toekomst de zorg zou willen leveren zoals we dat nu met z'n allen gewend zijn om te doen, dan zou ongeveer één op de vier mensen in Nederland in de zorg moeten werken. Dat gaat niet gebeuren, want we hebben ook in andere sectoren op de arbeidsmarkt tekorten. Wij hebben als zorg ook na te denken over hoe we de zorg minder arbeidsintensief kunnen organiseren."
"Klopt, daarom praten we ook over de termijn van 20 tot 30 jaar. Want de komende jaren staat dit ziekenhuis er en het is een hartstikke fijn ziekenhuis. Daarom is die termijn van één groot ziekenhuis ook zo lang."
Berger over samenwerken met het buurziekenhuis:
"Dat denk ik wel, ja. Want vastgoed bouw je voor de lange termijn en zo'n ziekenhuis staat er 30 tot 40 jaar. Als we nu zouden nieuwbouwen, dan zou je absoluut nadenken of, en hoe, je dat samen doet met het buurziekenhuis."
"Het is natuurlijk niet aan mij om iets over mijn voorgangers of verdere voorgangers te zeggen. Ik denk dat we ook in andere tijden leefden. Je ziet toch dat de zorg eerder als markt werd gezien, waarin concurrentie belangrijk was. Inmiddels komen we erachter dat arbeidskrapte eigenlijk een veel belangrijker issue is dan of we allebei wel heel veel patiënten naar ons toe kunnen halen."
"Ja, wij tekenen weleens een plaatje van Nederland met de Universitaire Medisch Centra (UMC's) en dan zie je gewoon een grote witte vlek bij Twente. Samen met de regio Zeeland moeten wij het verst rijden voor academische zorg. Dat betekent dat we hier in het MST heel veel zorg leveren, die niet in elk ziekenhuis wordt geleverd. Maar die zorg leveren we toch, zodat onze patiënten niet continu ver hoeven te rijden."
Als het gaat om die 'witte vlek', wijst Berger ook op de traumahelikopter. Oost-Nederland heeft geen eigen 'lifeliner' en dat heeft volgens de MST-bestuurder grote gevolgen. "Je ziet dat de helikopter soms te laat is, of later dan op andere plekken in Nederland. Dat doet gewoon wat met de kwaliteit van zorg die de burgers hier ontvangen."
"Dat kan je niet zo goed duiden, want het betekent dat je afhankelijk bent van ofwel de Duitse helikopter ofwel een ambulance die komt. We hebben geen cijfers die zeggen: als er eerder een helikopter bij was geweest, dan was er dit en dit gebeurd. Maar wij vinden het wel heel belangrijk dat die vijfde lifeliner er komt. En dat heeft de minister inmiddels ook gezegd, dat dat belangrijk is."
"Dat gaat nog best lang duren, want het is niet makkelijk om een luchthavenbesluit te krijgen met alle stikstofeisen. We zijn met de provincie Gelderland en gemeente Voorst aan het kijken hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen. Maar je moet er wel op rekenen dat dat soort trajecten lang duren. Onze ambitie is dat we ergens in 2027 die helikopter zien vliegen."
"Dat is best wel ingewikkeld. Soms zien we dat mensen wachten, omdat het ze zelf niet zo goed uitkomt. Maar we zien ook wachtlijsten doordat we tekorten hebben aan bepaalde dokters. We proberen te zorgen om alleen die patiënten te zien in het ziekenhuis, die ook echt in het ziekenhuis gezien moeten worden. We hebben bijvoorbeeld een stukje telemonitoring, waarbij patiënten informatie krijgen via apps."