De speeltuinen in Enschede staan aan de vooravond van een grote verandering. Alle achttien locaties die op dit moment in beheer zijn bij Stichting Enschedese Speeltuinen (SES) worden beoordeeld op hun meerwaarde. Is die er niet, dan sluit het speeltuingebouw of worden zelfs alle speeltoestellen verwijderd. In het andere geval is het de bedoeling dat de speeltuin transformeert in een 'buurtplein', een laagdrempelige ontmoetingsplek met ruimte voor toegankelijke zorg en ondersteuning.
Belangrijke aanleiding voor het onderzoek naar 'waardevolle speeltuinen en buurtpleinen' is een beoogde bezuiniging van uiteindelijk 500.000 euro op de SES. Die bezuinigingsrichting is afgelopen zomer al door de gemeenteraad goedgekeurd en wordt waarschijnlijk aankomende maandag (10 november) in de jaarlijkse begrotingsvergadering bekrachtigd. Omdat er deze zomer geen concrete invulling kon worden gegeven aan de halvering van het huidige budget voor de speeltuinen, vroeg de gemeenteraad dit voor de behandeling van de begroting alsnog te doen. Hoewel dat niet is gelukt, heeft het college nu wel een plan van aanpak gepresenteerd.
Er wordt een tijdelijk projectteam in het leven geroepen (kosten: 110 duizend euro) dat onderzoek gaat doen naar de toekomstbestendigheid van de achttien Enschedese speeltuinen. Hoewel er geen concrete aantallen worden genoemd, kan het eigenlijk niet anders dat de uitkomst zal zijn dat een aantal speeltuinen worden gesloten. Het uitgangspunt van het projectteam omvat namelijk drie scenario's per speeltuin: versoberen, verrijken of verdwijnen.
De gemeente Enschede ziet speeltuinen in de toekomst als zogenoemde buurtpleinen. Laagdrempelige ontmoetingsplekken met voorzieningen op gebied van sport, cultuur en welzijn. Mini-zorgverleners, maar dan vooral op het preventieve vlak, zoals ook al enkele voetbalverenigingen te werk gaan. Dat moet uiteindelijk leiden tot meer 'zelfredzaamheid' in de samenleving, leefbaardere buurten en minder zorgkosten. Deze ontwikkeling van speeltuinen werd in 2018 al uitgesproken, maar is volgens het college niet goed uit de verf gekomen.
Alleen speeltuinen die een maatschappelijke meerwaarde hebben in de wijk maken kans om verrijkt te worden tot buurtplein. Is die meerwaarde er niet - omdat er al een andere multifunctionele ontmoetingsplek in de directe nabijheid is - dan zijn er nog twee opties. Een daarvan is het sluiten van het speeltuingebouw en het verwijderen van de hekken rondom de speeltuin. Door deze versobering blijven slechts nog openbare speeltoestellen over. Een andere optie is het volledig sluiten van de speeltuin, zodat er bijvoorbeeld woningen gebouwd kunnen worden. In uitzonderlijke gevallen is het mogelijk dat een speeltuingebouw geopend blijft, zonder dat er sprake is van een buurtplein.
Opvallend is dat de SES als beheerder volgens het college weliswaar 'nauw betrokken' wordt, maar dat het onderzoek naar de toekomst van speeltuinen uitdrukkelijk een initiatief is van de gemeente. Sterker : ook het onderbrengen van het speeltuinbeheer bij andere organisaties (zoals Sportaal of Alifa) wordt in de scenario's meegenomen. Die twee partijen zitten sowieso aan de gesprekstafel, omdat sport (Sportaal) en welzijn (Alifa) bij de ontwikkeling tot buurtpleinen een belangrijke rol spelen.
Een eventuele sluiting van een speeltuingebouw heeft grote invloed op de aanwezige vrijwilligers en de speeltuinbeheerder. Laatstgenoemde is gedetacheerd via de DCW, de werkgever voor mensen met een arbeidsbeperking. Het college zegt vrijwilligers waar mogelijk te willen verplaatsen of te betrekken bij nieuwe initiatieven of voorzieningen in de wijk. Voor medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt wordt gezocht naar een passende herplaatsing binnen de 'verrijkte speeltuinen' of andere maatschappelijke functies. Het plan van aanpak is naar verwachting na de zomer van 2026 definitief.