Zoek uit welke industrieën zouden willen overschakelen op waterstof. Waar aansluitingen en afneempunten zouden kunnen. En welke rol Twence zou kunnen spelen als producent. De Enschedese gemeenteraad zei maandagavond ja en amen tegen een motie van D66 van die strekking. Stroopt de stad daarmee de mouwen op of is het vooral een staaltje wensdenken?
De Enschedese raad snuffelt daarmee aan een ambitieus project in Deventer, waar onder meer Witteveen + Bos en Essent een netwerk bouwen om verwarmingsketelfabrikant Nefit van waterstof te voorzien. Groene waterstof, welteverstaan. Lokaal geproduceerd. Door koplopers voor koplopers, meldt het project er op haar website bij.
Klinkt vooruitstrevend, alhoewel je natuurlijk ook kunt zeggen dat je te laat bent om koploper van koplopers te zijn. Maar hoe vooruitstrevend is het echt? Het antwoord op die vraag hangt vooral af van de uitkomsten van die Enschedese zoektocht. En dan met name of en hoeveel producenten Enschede telt voor wie waterstof een alternatief zou kunnen zijn.
Want waterstof is alleen interessant voor industrieën die voor hun productie heel hoge temperaturen nodig hebben. Denk aan hoogovens, chemische bedrijven, glas- en kunststofproducenten.
Dat komt omdat de productie van dat waterstof zelf heel veel energie kost. Zo’n 65% van de energie om het te maken gaat daarbij verloren. Simpel gezegd: het is veel efficiënter om die energie dan meteen in de productie van - bijvoorbeeld - metaal of glas te pompen als het om bijvoorbeeld aardgas gaat (niet groen). Of om het op te slaan in (auto)batterijen, bij elektriciteit uit wind of zon.
Opslag van waterstof is ook fors duurder is dan die van elektriciteit. Net als het transport. En er moet een netwerk worden aangelegd om het spul op de plaats van bestemming te krijgen.
Wil je groene waterstof aanbieden, dan blijven eigenlijk alleen energieslurpende afnemers over die met elektriciteit niet uit de voeten kunnen.
Daar komt nog iets bij: als je al investeert in groene waterstof voor een handvol bedrijven, dan moet je er ook voor zorgen dat je die tot in lengte van jaren daarvan kunt blijven voorzien. De motie van D66 noemt Twence als leverancier van de energie voor de productie van waterstof.
Twence maakt gebruik van de warmte die vrijkomt bij de verbranding van afval; dat gebeurt nu al voor bijvoorbeeld de Enschedese stadsverwarming, maar die warmte kun je ook gebruiken voor elektrolyse van water, het proces waarmee je waterstof maakt.
Daar horen twee kanttekeningen bij. De eerste is dat verbranding - van wat dan ook - niet groen is. Nou kun je bij vrijwel alle energiebronnen de vraag stellen hoe groen ze echt zijn; ook bij de bouw van windturbines en de productie van zonnecellen (of de sloop ervan). Wanneer is het echt groen?
Maar zolang Twence afval verbrandt - en dat duurt nog wel even - valt er iets te zeggen voor het gebruik van de warmte die daarbij vrijkomt. Voor de verwarming van huizen of de productie van waterstof, bijvoorbeeld. Anders ben je die energie kwijt en dat is hoe dan ook altijd minder groen.
Verbranding van afval gaat alleen niet eeuwig duren; dat stelt ook Twence zelf. Ergens in de komende jaren of decennia komt er een eind aan. Valt dat weg, dan zul je een andere groene energiebron moeten aanboren om waterstof te blijven maken. Industrieën die daarvan afhankelijk zijn - als het al zover komt - moeten ervan op aan kunnen dat die toevoer niet stokt of in gevaar komt.
Je kunt je voorstellen dat fabrieken die zouden willen overgaan op waterstof daarover duidelijkheid willen. Voordat ze überhaupt bereid zijn investeringen te doen.
Kortom: de inventarisatie van mogelijke waterstofafnemers die de Enschedese gemeenteraad wil, is op z’n best een eerste peuterstapje in de richting van een keten zoals Deventer die in de steigers heeft staan. Er zal nog heel wat water naar zee stromen voordat ook hier de seinen op groen kunnen.
Deventer heeft daarbij met Nefit een partner die een direct belang heeft, een belang dat de stadsgrenzen ver overstijgt. Nefit ontwikkelt en maakt ketels die deels of helemaal op waterstof branden. Lukt het om de waterstofketen daar rond en rendabel te krijgen, dan ligt de wereld open.
Huidige stand van zaken in de ontwikkeling van waterstof als groene energiebron is dat het ene na het andere miljardenproject sneuvelt. In Nederland en daarbuiten. De productie is simpelweg te inefficiënt en te duur.