Twente is boerenland. De boer is troef. Althans, dat is de karikatuur. Gecultiveerd en effectief in de markt gezet als iets om trots op te zijn door - bijvoorbeeld - Normaal. Maar er zit een kern van waarheid in; zompig land, in cultuur en tot bloei gebracht door zwoegend landbouwvolk. Zwaar afhankelijk van het weer, dat even onvoorspelbaar is als het huidige landsbestuur. Geen wonder dat Tukkers al eeuwenlang van alles bedachten om daar grip op te krijgen.
Die afhankelijkheid van het weer heeft er altijd toe geleid dat mensen zochten naar verklaringen. En, dat vooral, naar manieren om er invloed op uit te oefenen. We zijn tenslotte naakte apen, die zich moeten bedienen van technieken en gereedschap om het hoofd boven water te houden. Weersvoorspellers behoren misschien wel tot de oudste voorbeelden van die overlevingsdrift.
Ooit, lang geleden, dachten we dat goden de teugels in handen hadden van regen, zonneschijn, wind en onweer. Indianen dansten het water naar beneden, Germanen zagen Donar boven hun hoofd razen en zijn hamer tegen de wolken smijten. Stemde je de goden gunstig, dan had je kans dat ze met de hand over het hart streken en goed weer beschikten. Niet te nat, niet te droog, niet te warm, niet te koud.
Lees verder onder de afbeelding.
Het waren de Grieken - vooral Hippocrates en Aristoteles - die meer natuurkundige verklaringen zochten. Zij bestudeerden de relatie tussen de elementen en het weer. Met de ontdekkingsreizen werden vanaf de 15e eeuw de eerste wind- en weersystemen in kaart gebracht door onder meer de Hollanders. Zeelieden zijn wat dat betreft net boeren: het is reuzehandig als je weet dat er achter de horizon een storm op komst is. Sterker: het kan je leven redden.
Ergens in die periode werden ook de eerste instrumenten voor weersvoorspellingen ontwikkeld. De barometer stamt uit 1643. Goed, dat was een doorontwikkeling van het veel oudere donderglas - ook daarin vertelde een vloeistofkolom iets over veranderende luchtdruk - maar die barometer was een stuk nauwkeuriger.
Maar Twente is een eind van Griekenland. En Tukkers zijn zelden zeeman. Het gebruik van oeroude methoden om weer te voorspellen, heeft hier langs stand gehouden. Turkse tortels in een kooitje boven de deur - die beesten schijnen gevoelig te zijn voor luchtdruk - en een donderglas aan de hanebalken. Of, misschien wel de meest betrouwbare van alle instrumenten om weer te voorspellen: de neus van de boer.
Ik herinner me een boer uit mijn jeugd. Uit de tijd dat Jan Pelleboer onze weergod was. Freek Schutte, een oermens. Vijftien koeien, een paar varkens en een kippenren. Freek had weinig op met Pelleboer. Had hem ook niet nodig. Om tien uur ’s ochtends stak hij zijn neus in de lucht, keek naar een wolkenloze hemel boven het platte Twentse land, snoof een keer en zei: “D’r komt regen an. Twee uur, half drie.” En verdomd: altijd raak.
Metereologische methodieken die niet veel verder reiken dan een paar uur, hooguit. Genoeg om de koeien op tijd binnen te halen, niet om het hooi droog van het land te krijgen.
Dat veranderde pas ergens in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, toen radar een grote rol ging spelen bij het in kaart brengen van weersystemen. Daar was een kleine eeuw van waarnemingen in het veld aan voorafgegaan, die met onder meer de komst van de telegraaf steeds sneller en breder verspreid konden worden. Dat maakte voorspellingen stap voor stap nauwkeuriger.
Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw kwamen daar satellieten en weerballonnen bij. De goden verdwenen, ook uit Twente. Donderglas en duivenkooien zijn museumstukken geworden.
Het weer is ons nog wel altijd de baas. In dat opzicht is er niets veranderd, en je mag hopen dat dat zo blijft. We hebben ons daar wel steeds beter naar geschikt.
Elke week lichten collectiebeheerder Edwin Plokker en 1Twente-verslaggever Ernst Bergboer een object uit het depot van de Enschedese MuseumFabriek. Dat depot is een verhalen-kabinet: al die objecten vertellen stukjes Twentse geschiedenis - oeroud èn kakelvers. Meer zien en lezen? In het dossier op de website van 1Twente vind je alle afleveringen die tot nu toe verschenen zijn.