PVV-raadslid Harold Busschers stelde in mei van dit jaar vragen aan het Enschedese college over de vuurwerkramp. Aanleiding was een publicatie van 1Twente over grondonderhandelingen voorafgaand aan de rampdag en het brandweeroptreden tijdens de ramp. In de beantwoording van die raadsvragen gaat het college voorbij aan een hele trits feiten.
Dat is geen wonder: het college blijft steken bij bevindingen in het rapport van de commissie Oosting, dat bijna een kwart eeuw geleden verscheen. In het eerste artikel van dit drieluik hebben we laten zien waarom dat problematisch is. Dit vervolg gaat over de missers in het antwoord op vragen over grondonderhandelingen die Enschede voerde met Harm Smallenbroek, de eerste eigenaar van het ontplofte SE Fireworks.
In dat verhaal draait het om een tot 2022 geheimgehouden memo en de laatste aantekeningen van de ambtenaar die namens de gemeente die onderhandelingen voerde, Boudewijn Rip. Het gaat over de laatste onderhandelingsronden over die grond, vlak voor en vlak na de ramp. Dit is de reconstructie daarvan, die in het antwoord van het college is genegeerd.
Lees verder onder de afbeelding.
Rip deed op de dag voor de ramp een ultieme poging om en doorbraak in de onderhandelingen te bewerkstelligen. Hij verschafte Smallenbroek daarmee een motief voor sabotage: de huurders zaten in de weg. Drie dagen na de ramp werden de onderhandelingen hervat en was de koop, op een enkel technisch detail na, in kannen en kruiken.
Het is begin 2000. Enschede sorteert al en jaar of wat voor op de bouw van Groot Roombeek, een prestigieus Vinex-project in de arbeiderswijk waar ook SE Fireworks staat. Rip, aanvankelijk ingehuurd van Oranjewoud maar inmiddels ambtenaar, is verantwoordelijk voor de aankoop van gronden. Hij voert al een tijdlang onderhandelingen met Harm Smallenbroek, de oud-eigenaar van SE Fireworks, die nog steeds de grond onder het bedrijf in bezit heeft.
Rip heeft de gewoonte om aantekeningen te maken van die onderhandelingen. Die vormen de basis voor een memo, waarin hij kort na de ramp onder meer vastlegt wat er tijdens de laatste gesprekken met Smallenbroek werd besproken. Dat memo wordt weggehouden bij de politie en de commissie Oosting.
De aantekeningen die Rip heeft gemaakt, worden wel bij het Tolteam op tafel gelegd - dat is het politieteam dat de ramp onderzoekt. Maar zonder de laatste twee passages, genoteerd op 8 en 13 juni 2000, een paar weken na de ramp.
Op vrijdag 12 mei, de dag voor de ramp, doet Rip een laatste poging om de grond van Smallenbroek in bezit te krijgen. Hij biedt 1,5 miljoen gulden, het bedrag waar Smallenbroek al twee jaar om vraagt. Er is één voorwaarde: de grond moet voor het eind van het jaar worden opgeleverd, zonder huurder. Lees: SE Fireworks.
En daar wringt het. Zowel Smallenbroek als de gemeente willen na de verkoop niet met die huurders blijven zitten. Smallenbroek heeft daar een goede reden voor. Hij heeft een hoog oplopend conflict met SE Fireworks, er loopt een rechtszaak en de kaarten liggen er niet goed voor. Er is geen enkele basis voor een constructief gesprek over ontbinding van het huurcontract en een schadeloosstelling. Dat moet de gemeente maar opknappen.
Lees verder onder de afbeelding.
Smallenbroek wijst het bod van Rip af. Hij doet het tegenbod dat al geruime tijd op tafel ligt, maar waar de gemeente tot op heden niet aan wil: een kwart miljoen minder, mèt huurders. Maar ook de gemeente heeft geen trek in gedoe met huurders, na aankoop van de grond. Rip wil ruggespraak en spreekt af dat hij er maandag 15 mei op terugkomt.
In het antwoord op raadsvragen doet het college voorkomen alsof er niets meer speelde dan dat een perceel in verhuurde staat minder waard is dan zonder huurders. Maar dat klopt niet.
Lees verder onder de afbeelding.
Na de ramp verklaart Rip bij het Tolteam dat de gemeente niet met huurders wilde blijven zitten omdat de totale som voor de grond dan 1,5 miljoen zou bedragen. En dat was de gemeente te gortig. Dat hij dat bedrag op 12 mei wèl op tafel legde, vertelt hij niet.
In het memo dat hij na de ramp opstelt, op 9 juni 2000, staat het wel. Dat bedrag komt ook terug in een van de laatste aantekeningen van Rip: ‘Willen voor f 1,5 milj. eruit stappen!!’ Maar dat memo en die aantekening komen pas in 2022 boven water
Op 15 mei, de maandag waarop Rip zou laten weten of de gemeente akkoord gaat met 1.250.000 gulden voor de grond mèt huurders, noteert hij aanvankelijk: ‘laten zaak rusten ivm de RAMP’. Maar dan laat Smallenbroek via zijn zaakwaarnemer weten dat de huurders zouden hebben opgezegd (dat is niet zo) en dat hij door wil. Dan volgt een gesprek over bedragen, de opstalverzekering en de manier waarop de koop tot stand moet komen.
Lees verder onder de afbeelding.
Smallenbroek vraagt opnieuw 1,5 miljoen, het bedrag dat hij van meet af aan wilde. En het bedrag dat Rip op 12 mei bood, maar dan met een huurder op het terrein die Smallenbroek nog zou moeten afkopen. Die huurder is nu verdwenen. Dat wil zeggen: formeel is het huurcontract nog niet ontbonden, maar dat is een kwestie van tijd. Er is niets meer te huren.
Als de gemeente koopt, worden de verzekeringspenningen aan de gemeente ‘gecedeerd’, dat is: overgemaakt. Een deal die beiden past: de gemeente heeft de grond waarop het aast, Smallenbroek het bedrag dat hij wilde. Op een privérekening, dat is in elk geval het voorstel. Rip zegt toe zich daar hard voor te maken.
De ambtenaar houdt wel een slag om de arm. De opstal is verzekerd voor ruim 1,6 miljoen, maar dat is alleen in het geval er op locatie wordt herbouwd. Dat is hier niet aan de orde, meldt Rip in het memo dat al eerder is genoemd, dus het is afwachten hoe dat gaat uitpakken. En hij wil eerst meer duidelijkheid over eventuele bodemverontreiniging.
Lees verder onder de afbeelding.
De verzekering keert uiteindelijk bijna 615.000 gulden uit, de gemeente betaalt per saldo bijna 640.000 gulden, Smallenbroek vangt 1.250.000.
In het antwoord op de vragen van Busschers over die bedragen antwoordt het college alleen dat de grond voor bijna 640.000 gulden is gekocht. Zonder huurders. Hoe de deal tot stand is gekomen, wanneer dat precies gebeurde en wie daarin welke rol speelde, blijft buiten beschouwing.
Dat geldt ook voor dat bedrag van 1,5 miljoen en opmerkingen over het huurcontract dat Rip kreeg en taxatie van de waarde van de grond. Ook daar negeert het college achtergronden en context, waardoor vragen van een onvolledig antwoord zijn voorzien.
Over die 1,5 miljoen: dat bedrag kwam niet uit de lucht vallen. Smallenbroek wilde opnieuw beginnen. Daar was dat bedrag voor nodig èn hij aasde op een voorkeurslocatie voor nieuwbouw. Het zijn terugkerende onderwerpen van gesprek in de onderhandelingen. Het college antwoordt op vragen daarover dat haar ‘niets bekend’ is ‘over de motieven van de grondbezitter’.
Dat is onzin. Rip heeft die motieven herhaaldelijk vastgelegd in zijn aantekeningen van de gesprekken met Smallenbroek. Het staat ook in de verklaring die hij aflegt bij het Tolteam.
Het Enschedese college stelt dat Rip een deel van het huurcontract met SE Fireworks kreeg als normaal onderdeel van zo’n aankoopprocedure. Dat zou nodig zijn om de waarde te bepalen. Maar de notities die Rip maakt over de bepalingen in de huurovereenkomst, staan in een veel bredere context.
Op 7 januari 1999 noteert hij: ’Huurovereenkomst Smallenbroek Holding B.V. x SE Fireworks. Minimaal 5 jr - start 1998, vervolgens per jaar, 31 dec 2002. Huur f 70.000,-. Huurder heeft een achtergestelde lening van Smallenbroek. Schuld moet voldaan zijn voordat huur beëindigd kan worden’.
Lees verder onder de afbeelding.
Dat heeft met taxatie weinig te maken. Deze aantekeningen gaan over de verplichtingen die over en weer bestaan. En hoe en wanneer die eindigen.
Die taxatie doet Rip iets meer dan twee weken later, met Smallenbroek. Op locatie. Hij ontmoet Bakker. Smallenbroek nodigt de directeur uit om mee te lopen. Die doet dat ook. Op een afstandje.
Rip noteert begin februari 1999 dat hij het huurcontract heeft opgevraagd. Annette Smallenbroek, de vrouw van Harm, wil dat eerst overleggen met de zaakwaarnemer van het stel. Op 7 december 1999 noteert Rip dat hij tijdens een gesprek met beiden een kopie van de overeenkomst - niet van een deel daarvan - heeft meegekregen. Hij tekent ook aan dat de zaakwaarnemer van Smallenbroek de uiterste ontruimingsdatum van het perceel op 2007 schat.
Lees verder onder de afbeelding.
Dat kan een drukmiddel zijn, natuurlijk. Die zaakwaarnemer handelde in het belang van Smallenbroek. Maar dan nog: het is fors later dan eind 2002, waarop de gemeente mikt.
Dat Rip dat huurcontract nodig heeft enkel om te kunnen taxeren, lijkt in deze context onwaarschijnlijk. Hoe het ook zij: op 12 mei mei 2000, de dag voor de ramp waarop hij dat bod van 1,5 miljoen op tafel legt om ‘de zaak vrij van huur te krijgen’, weet hij precies hoe de vork in de steel zit: dat ‘vrij van huur’ zit er voorlopig niet in.
Nog geen etmaal later heeft de ramp dat knelpunt in de onderhandelingen opgelost.
Morgen verschijnt het derde en laatste deel in deze artikelenreeks. Over de missers in de beantwoording van raadsvragen over het optreden van de brandweer op de rampdag, 13 mei 2000.
Over de vuurwerkramp doen allerlei, soms de meest wilde, verhalen de ronde. Dat is niet zo gek: er is veel verzwegen en dat leidt tot speculatie. Nog altijd. Voor veel Enschedeërs, maar ook anderen, is het boek daarom nog lang niet dicht.
1Twente zoekt in de grabbelton van verborgen verhalen en wilde theorieën naar de feiten. Al jaren. Wil je daar meer over weten? Neem dan eens een kijkje in het dossier op de website.