De ter inzage legging van de concept Omgevingsvisie Oldenzaal 2050 heeft de verhoudingen met inwoners, politiek en bestuurders in buurgemeenten Dinkelland en Losser op scherp gesteld. Verantwoordelijk wethouder Rob Christenhusz legt - zonder voorbij te gaan aan de emoties en zorgen die dit dossier oproepen - uit welke overwegingen ten grondslag liggen aan de groeiambities van zijn stad over de gemeentegrenzen heen. “Als we niets doen, boeren we achteruit.”
Dit interview met wethouder Rob Christenhusz vond plaats op dinsdag 2 september. Luttele uren voordat, tot ieders verrassing, het college van Oldenzaal tijdens het overleg met de collega’s van Losser de concept omgevingsvisie volledig terug trok. Daarmee ontstond een compleet nieuwe situatie. Oldenzaal moet opnieuw naar de tekentafel. Op maandag 15 september wordt de gemeenteraad hierover tijdens een politieke avond geïnformeerd. In die nieuwe visie zullen ‘bovenlokale vraagstukken’ zoals de rondweg, het goederenspoor en de uitbreidingspijl over de gemeentegrens niet terugkeren. De nieuwe visie moet op 1 januari 2027 gereed zijn.
In het interview schetst wethouder Christenhusz allereerst de Twentse context waarbinnen de Oldenzaalse uitgangspunten voor de omgevingsvisie tot stand zijn gekomen. Die hebben alles te maken met de gewijzigde visie van het Rijk op de regio Twente uit 2024: van krimpregio naar ‘initieerregio’. Het Rijk ziet Twente nu als een regio met economische potentie, maar ook als een regio waar een flinke schaalsprong kan worden gemaakt als het gaat om woningbouw. Concreet: richting 2050 zou Twente moeten groeien naar 100.000 woningen of meer, plus 50.000 extra banen.
Rob Christenhusz: “Alle 14 Twentse gemeenten hebben gezegd: de potentie die het Rijk in onze regio ziet, moeten we op gaan pakken. Enschede, Hengelo, Almelo hebben daar het voortouw in genomen, met een investeringsagenda en een Position Paper. Oldenzaal en Rijssen-Holten hebben daar bij aangehaakt, met een eigen Position Paper. We zagen de investeringsagenda van de drie grote steden en we wisten toen ook wel: zij kunnen dat niet alleen. Groeien met 100.000 plus inwoners, betekent dus ruim 70.000 woningen. En dat moet weer leiden tot 50.000 nieuwe banen.”
“Als we niets doen, boeren we achteruit. We krijgen te maken met een dubbele vergrijzing. Mensen worden niet alleen ouder, maar in de top van de piramide komen ook steeds meer ouderen. De vraag is dan, welke voorzieningen hou je dan nog overeind op lokaal, subregionaal en regionaal niveau. Is er bijvoorbeeld over 25 jaar nog een HBO-instelling in Enschede, of is er alleen nog maar een dependance van Saxion? Maar dat geldt ook voor voorzieningen met een subregionale functie in Oldenzaal. Heb je over 25 jaar nog het Carmel College in je stad? Maar ook een zwembad, een stadstheater en sportaccommodaties?”
Belangrijke uitgangspunten bij de groeiambities van Oldenzaal zijn: zorgvuldig omgaan met de schaarse ruimte en tegelijkertijd behoud en versterking van het landschap, het ‘groene goud’ van de regio. Dit alles onder het motto ‘vriendelijke verstedelijking’. Voor Oldenzaal betekent dit dat er gebouwd wordt, passend bij de schaal en het karakter van de stad. Dus, geen hoge woontorens, zoals in de drie grote steden Almelo, Hengelo, Enschede. Op dit moment heeft Oldenzaal ongeveer 70 procent gezinswoningen, terwijl nog maar 30 procent van de bevolking bestaat uit gezinnen. Bij de bouw van nieuwe woningen zal moeten worden geanticipeerd op de trend dat er steeds meer 1 en 2-persoonshuishoudens komen.
Rob Christenhusz verwijst in dit verband naar de tijd dat Twente nog te boek stond als een krimpregio. Zijn toenmalige collega Alida Renkema (wethouder van 2015 tot 2022, bs) moest volgens hem bij wijze van spreken in Zwolle elke tien nieuw te bouwen woningen bevechten. “In die tijd hebben we gezegd: we gaan ruimtelijk bouwen tegen de stadsrand aan. Dat wil zeggen, grote kavels, vrijstaande woningen, eengezinswoningen. Dus, eigenlijk bouwen in het landelijk gebied. Toen konden we minder woningen bouwen dan we nu nodig hebben. We moeten nu echt gaan kijken of de uitgangspunten voor uitbreidingsplannen als de Gravenbeek nog wel goed zijn. We moeten als Oldenzaal, met de opgave waar we nu voor staan, heel anders naar zo’n gebied gaan kijken. Zeker ook als het gaat om sociale woningbouw.”
Hebben de buurgemeenten niet zo goed opgelet dat ze overvallen werden door de groeiambities van Oldenzaal in de omgevingsvisie?
Christenhusz: “Dat is misschien wel de wet van de remmende voorsprong. De Omgevingswet verplicht elke gemeente om voor 1 januari 2027 een omgevingsvisie te hebben. Wij hebben altijd gezegd: wij gaan deze achteraan in het traject vaststellen. Met onze raad hebben we afgesproken dat we dat per 1 januari 2026 zouden doen, dus 1 jaar voor de deadline. De gemeente Dinkelland heeft dat bijvoorbeeld al in 2023 gedaan. Dat is geen verwijt, maar een simpele constatering. Maar omdat wij het jaar 2024 hiervoor hebben gebruikt, konden wij de actuele ontwikkelingen in het kader van de Regionale Ontwikkel Strategie in onze omgevingsvisie verwerken. Wij konden anticiperen op de vraag van de drie grote steden: Wat dragen jullie bij aan de gezamenlijke ambitie, die we met z’n veertienen hebben opgeschreven?”
Christenhusz benadrukt dat in de concept omgevingsvisie enkel de ‘zoekrichting’ is vastgelegd wat Oldenzaal wil bijdragen. “Met, inderdaad, de noordelijke rondweg die als een halve maan over het grondgebied van Dinkelland loopt en ook over de Tankenberg. Om aan te geven: dit willen we met elkaar verkennen. Let wel: Het is geen tracé-tekening! We hebben er alleen maar mee proberen aan te duiden dat we ook op het gebied van mobiliteit iets met elkaar moeten gaan agenderen. Zo goed als je met elkaar moet agenderen waar de woningen gebouwd moeten worden.”
Daar wringt precies de schoen. Dan krijg je de vraag van inwoners van buurgemeenten: is die groei van Oldenzaal wel zo hard nodig?
Christenhusz: “Ja, die is nodig om te kunnen voldoen aan de Twentse opgave, waar alle 14 gemeenten ja tegen hebben gezegd.” Hij zegt alle emoties en zorgen, die de omgevingsvisie in het buitengebied van de buurgemeenten teweeg heeft gebracht, heel goed te snappen. “Als ik geen wethouder in Oldenzaal was geweest, maar inwoner van dat gebied, dan had ik mij ook afgevraagd: wat betekent dit voor mij. Die vraag moet je je altijd stellen. Maar ik vind ook dat de inwoners van Oldenzaal van mij als bestuurder mogen verwachten dat wij verder kijken dan de korte termijn. Het is niet alleen maar leven in het hier en nu.”
Door de omgevingsvisie is ook de oude rivaliteit tussen platteland en de stad Oldenzaal weer opgelaaid. De inwoners van de buurgemeenten hebben echt het idee: Ze pakken ons iets af. Hoe krijg je die geest weer in de fles?
Christenhusz: “Als bestuurder kijk ik daar toch met een wat andere bril naar. De opgaven die we in noordoost Twente hebben zijn zo groot, die moet je met elkaar gaan oplossen. Dat is ook het gesprek dat we met onze buurgemeenten voeren. Wat zijn je ambities? Ik chargeer heel bewust: een straatje, of een klein wijkje er bij? Of willen we een wat meer substantiële bijdrage.”
Zouden de groeiambities van Oldenzaal ook in het voordeel van de buurgemeenten Dinkelland en Losser kunnen uitpakken?
Christenhusz: “Als er geen Carmel College meer is in Oldenzaal, dan is Almelo of Hengelo de dichtstbijzijnde stad waar leerlingen uit noordoost Twente naar de middelbare school kunnen. Als de bovenbouw van het Carmel College naar Hengelo wordt verplaatst, is dat dan wat je wilt?”
Voor het ‘uitrollen’ de Regionale Ontwikkel Strategie (ROS) wordt zo’n vijf jaar uitgetrokken. Dat gebeurt in drie delen. Begin volgend jaar is het eerste deel gereed. Dit staat in het teken van de ontwikkelprincipes: inbreiding of uitbreiding, hoe kan er klimaat-adaptief worden gebouwd. In het tweede deel wordt gekeken welke projecten concreet kunnen worden uitgevoerd. En tenslotte, in welke projecten wordt geïnvesteerd.
Christenhusz: “De vraag waar ’t allemaal landt, is natuurlijk de proof of the pudding. Waar komen die 100.000 plus inwoners en die 50.000 banen? We mogen denk ik heel blij zijn dat de drie grote steden hun nek hebben uitgestoken door te zeggen: daar pakken wij een heel groot gedeelte van. Maar ze kijken natuurlijk ook naar de andere elf gemeenten: wat is jullie aandeel? En dan gaat het niet alleen over woningbouw. Want als er 50.000 banen bij komen, dan heb je daar ruim 150 hectare bedrijventerreinen voor nodig. En dan hebben we het nog maar over twee grote opgaven! Wij hebben als college gezegd: onze omgevingsvisie kan een mooie bijdrage leveren aan dat ROS-traject. Het is een beetje een kip-ei discussie. Lever je met de omgevingsvisie input voor de ROS, of haak je later aan bij de uitkomsten van de ROS?”
Oldenzaal bouwt nu ongeveer 100 woningen per jaar. Richting 2030 moet dat aantal verdubbelen. Wat zit er allemaal nog in de pijplijn?
Als plekken waar de komende jaren nog gebouwd kan worden binnen de gemeentegrenzen, noemt Christenhusz: Gravenbeek fase 2, Stakenbeek fase 2, het terrein Heisterkamp bij het NS-station, de voormalige houtzagerij aan de Enschedesestraat en mogelijk het terrein van Shelter Storage voor een mix van wonen en bedrijvigheid. “Maar als je dat allemaal bij elkaar veegt, heb je dan plek voor voldoende woningen om een bijdrage te kunnen leveren aan die Twentse opgave?”
Lees verder onder de afbeelding.
Bij de toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen heeft Oldenzaal positie gekozen als ‘schakel’ tussen het platteland in noordoost Twente en de drie grote steden Almelo, Hengelo en Enschede. Dat is een voor de hand liggende keuze vanwege de spoorverbinding, maar ook door de ligging aan de A1 met aan de ‘uiteinden’ grote bedrijventerreinen in Oldenzaal en Rijssen-Holten. Daarnaast zijn voorzieningen als een stadstheater en volwaardig middelbaar onderwijs belangrijk voor de inwoners van de buurgemeenten in noordoost Twente.
Als Oldenzaal de schaalsprong maakt van 32.000 naar 40.000 inwoners, blijft het dan nog wel het bourgondische stedke van plezeer in het groen?
Christenhusz: “Wij hebben echt niet de ambitie om zo groot te worden als Almelo, Hengelo of Enschede. We moeten oog en oor houden voor het karakter van Oldenzaal. Maar Oldenzalers willen ook graag het carnaval behouden, stadstheater De Bond, het zwembad. Als je dat allemaal op peil wilt houden, met de dubbele vergrijzing die er aan komt, dan moet je wel een stapje vooruit willen zetten als het gaat om het aantal inwoners. Daar doe je het allemaal voor.”
Christenhusz maakt de vergelijking met de wijk De Thij, die in de jaren ’70 werd gebouwd. “Dat was ook een flinke schaalsprong voor Oldenzaal. Is daarmee dan het karakter van Oldenzaal verdwenen? Die discussie durf ik wel aan met inwoners.” Zelf woonachtig in de Graven Es, wordt Christenhusz ook nu weer geconfronteerd met inwoners die zich verzetten tegen de groeiambities. “Er zijn mensen, die tegen de groene rand aan wonen en nu een zienswijze indienen. Dat snap ik en dat recht hebben ze ook. Maar ik zeg er wel bij: besef ook dat je nu een woning hebt die tegen het groen aan zit mede dankzij bestuurders die 30 jaar geleden nagedacht hebben over een woning waar jij nu in woont.”