Wereldleiders scharen zich rond een geopolitiek schaakbord waarop een chaotisch spelpatroon is ontstaan. Gewone Oekraïners plooien zich naar een oorlog die hen al drie-en-eenhalf jaar in de greep houdt. De dagelijkse confrontatie met geweld en het gewone bestaan dat evengoed zijn weg vindt. Wie niet vecht, houdt thuis de boel draaiend. Inclusief de organisatie van een noodzakelijke stroom middelen voor een half miljoen militairen in het oosten.
Het begint al voor de reis. Andriy, een vriend die ik wil bezoeken, meldt dat hij niet in Kyiv wil afspreken. Hij blijft in zijn dorp. Geen ontheffing, vrees dat hij bij een controle wordt opgepakt en het leger in moet. “Daar ben ik niet klaar voor.” Drie jaar geleden, tijdens de eerste reis, leefde dat helemaal niet. De tijden zijn veranderd, concludeer ik. Andriy’s zorg lijkt grond te hebben; ik kom meer checkpoints tegen dan tijdens eerdere reizen.
Ik rijd dit keer in mijn eigen Kangoo met een klein hulpkonvooi mee naar Novovolynsk, in het noordwesten. Vandaar via Loetsk naar Kyiv. Tot voor kort is het westen, op Lviv na, goeddeels gevrijwaard gebleven van drone- en raketaanvallen. Een week geleden was Loetsk het belangrijkste doelwit van een van de grootschalige aanvallen die Rusland de laatste tijd uitvoert.
De oorlog dringt steeds dieper het land in. Vulden de begraafplaatsen in landelijk gelegen stadjes zich in de voorbij jaren gestaag met inwoners die in het oosten sneuvelden, inmiddels vallen de slachtoffers van rechtstreeks oorlogsgeweld ook hier.
Het is de derde keer dat ik in Novovolynsk ben. Steeds met dezelfde club: collega’s van een groot bouwbedrijf in Twente en Duitsland die al vanaf het begin spullen inzamelen en een paar keer per jaar wegbrengen. De werkgever faciliteert, zonder daar al teveel ruchtbaarheid aan te willen geven. Laat je rechterhand niet weten wat de linker doet. Of gewoon Twentse nuchterheid.
Het groepje brengt wat maar nodig is, afhankelijk van wat contacten in de stad aangeven. Dit keer zou er ook een ambulance mee, maar die kreeg een dag voor vertrek panne. Een computerstoring, de vloek van moderne techniek.
Een deel van de spullen blijft in het stadje, maar er loopt ook een lijntje naar Dnipro. Daar sluist een legerpredikant spullen door naar legereenheden. En naar de brandweer en het ziekenhuis van de stad, die dichtbij het front ligt en dagelijks wordt bestookt.
Bij School Vier, waar Inna de scepter zwaait, leveren we een vracht zonnepanelen en omvormers af. De stroom valt met regelmaat uit en de lessen worden al zo vaak door luchtalarm onderbroken. Dit zorgt voor wat meer continuïteit. In de lege hal - het is vakantie - hangen de portretten van omgekomen alumni, waarvan ik er later een terugzie op een kerkhof nabij het stadje. Kinderen zitten hier van hun zesde tot hun zeventiende. Je kunt vers van school aan die muur belanden.
Lees verder onder de afbeelding.
Inna is gekomen in een ravenzwarte, vierwielaangedreven Nissan. Net gekocht. Maandag brengt ze die naar haar man, ergens in de buurt van Kharkiv. Hij was grenswacht toen de invasie begon. Bij Belarus, hier niet ver vandaan. Dit is zijn tweede termijn van een half jaar in de ‘zero line’, de plek waar zwaar wordt gevochten.
De eerste duurde maar een maand, die hij goeddeels onder de grond doorbracht. Bovengronds was het levensgevaarlijk, ook in snelle voertuigen. Drones die worden aangestuurd met een dun kabeltje fiberglas, ongevoelig voor jammers. Zowel de Russen als de Oekraïners maken er inmiddels veelvuldig gebruik van. “Die zetten ze midden op de weg. Als er een voertuig aankomt, komt ‘ie een halve meter omhoog…”
Lees verder onder de afbeelding.
Ze heeft dagelijks contact, bidt en neemt het leven van dag tot dag. Ze vraagt of wij mogelijkheden zien om een set midgetgolfbanen te regelen. Voor in het centraal gelegen plantsoen. Zelf heeft ze er, jaren geleden in het buitenland, kennis mee gemaakt in een moeilijke periode en het spelletje heeft haar goed gedaan. Dat kon ook weleens zo zijn voor de inwoners hier. Ook als de oorlog voorbij is en getraumatiseerde militairen terugkeren.
Het is opmerkelijk hoe snel er vriendschappen ontstaan in dit soort omstandigheden. Nadat de lading is gelost en rondgebracht - bij Inna’s school, een tandartsenpraktijk en een huis voor interne vluchtelingen - ontvangt Vadym ons alsof we broers zijn. Hij is ons belangrijkste contact hier. Een warme man met een gelijkgestemde vrouw, die een goed deel van de dag in de keuken moet hebben doorgebracht. Vadym zet een fles zachte wodka op de rijkgevulde tafel.
Ergens na het tweede glas meldt zich een oud-klasgenoot, nu bataljonscommandant van een roemruchte legereenheid. Hij arriveert in een monsterachtige Toyota met een front waarmee je moeiteloos de poort van een burcht doormidden jast.
Lees verder onder de afbeelding.
Het beest blijkt net te zijn opgelapt door stadsgenoten. Werd vernield bij een raketaanval. Twee raketten, die al het materieel van de eenheid vernielden. Hij laat foto’s en video’s zien. De Toyota brandt als een fakkel. Geen doden of gewonden, maar niets om verder mee te vechten. Wat nog een chassis en motor had, is naar Novovolynsk gebracht. Dat opknapwerk gebeurt secuur; het zijn kennissen, vrienden, bekenden die aan het front vechten en hun leven hangt ervan af.
De commandant kwam mee om vervangend materieel te regelen: van voertuigen tot stoelen, tafels, bedden, potten en pannen. De ambulance die mee zou, is bestemd voor zijn bataljon.
Later op de avond dringt Vadym er bij hem op aan zijn onderscheidingen te laten zien. Goud, zilver, de hoogste die je krijgen kunt, verzekert Vadym me. Ik vraag me af wat een mens heeft gezien en meegemaakt voor ‘ie zoiets krijgt opgespeld. Bahmut, hoor ik. Een omsingeld huis, zijn mannen eruit geloodst. Daarna Kherson, Zaporizha, eilanden in de Dnjepr veroverd en vastgehouden.
Plaatsnamen en verhalen die ik ken van nieuwsberichten en Telegram-accounts. “It was fun”, verklaart hij droog. Een licht schouderophalen. Ik kan me er geen voorstelling van maken.
Lees verder onder de afbeelding.
Even later zit de commandant te spelen met de jongste zoon van Vadym. Zes jaar oud. Hij demonstreert een pistool dat er verdacht echt uitziet. Is het niet, maar het scheelt weinig. Een cadeau voor zijn zoon, die een dezer dagen vijftien wordt. Hij gaat naar de militaire academie, dit is een oefenwapen. Vader is een held, ik begrijp de lust om in zijn voetsporen te treden. Voor de oorlog werkte hij in de bouw. Da’s toch wat anders.
Ik kijk naar de jongste van Vadym, die gefascineerd naar het wapen in zijn knuistje staart. Herken mezelf van een halve eeuw geleden. Maar in deze context krijgt die premature heldhaftigheid iets grimmigs.
Lees verder onder de afbeelding.
Bij vertrek maak ik foto’s van Artem en Veronika, de oudste zoon van Vadym en zijn beeldschone vriendin. De liefde is van een andere orde en onttrekt zich aan geweld. Het is zalf op de wonde. Net als vriendschap.
Onderweg naar Kyiv vraag ik me af of het de moeite waard is. Oekraïne is groot, zeker voor Nederlandse begrippen. En in oorlog. Mijn doel is weinig meer dan een ontmoeting, een dagreis verderop. Dat wordt er niet veel beter op als Kyiv ’s nachts onder vuur ligt. Ik ben hondsmoe en verrek het om me door een stel Russen het bed uit te laten jagen. Droge, zware klappen. Lichtflitsen, verderop de gloed van vuur.
Het hotel staat middenin het centrum, vlakbij de plekken waar diplomaten en regeringsleiders verblijven. Hier geen directe reden tot zorg. Verderop wel. Acht doden, lees ik de volgende ochtend op diverse platforms.
Kyiv zelf bruist. Straatartiesten, breakdancers, meiden in zomerjurkjes, jongens in skate- en baseballoutfit. Kinderen die zich laven aan ijs en de nevel uit sproeikoppen aan een tyleen-waterleiding. Je waant je in San Sébastian of Bordeaux. Ware het niet om de kapotgeschoten tanks, met kogelgaten doorzeefde auto’s, zandzakken rond monumenten en links en rechts rondgestrooide Tsjechische egels.
Als ik ’s avonds Andriy en Iryna ontmoet, een van de vertaalsters tijdens de eerste trip, raak ik in gesprek met een groepje luidruchtig feestvierende gasten. Begin twintig. Een knaap met een donkere zonnebril op zijn neus houdt een baby vast. Zijn petekind, een meisje. Hij heeft verlof, begrijp ik. Soldaat, even terug van de ‘zero line’, de plek waar je alleen onder de grond je leven een beetje zeker bent. Hier wordt geflirt, gezongen, gedronken en gedanst. En gedoopt.
Lees verder onder de afbeelding.
Andriy werkt in de logistieke sector. Als eenpitter. Die hebben geen vrijstelling voor dienst in het leger, vertelt hij. Voor grotere bedrijven geldt er wel een vrijstelling. Die geldt een jaar en alleen voor de helft van de chauffeurs. Na dat jaar opnieuw, voor de overgebleven helft. De leegloop is groot; veel chauffeurs die geen vrijstelling hebben zoeken ander werk. Of een ander land.
De ontmoeting is even ontroerend als hartelijk. Mijn twijfel smelt als sneeuw voor de zon. We praten over de oorlog, de situatie in het land, de toekomst. We filosoferen over het leven, lachen veel meer dan we treuren. Als het over de recente protesten tegen nieuwe anticorruptiewetten gaat, verwoorden beiden wat ik van veel meer Oekraïners hoor: ze weten niet goed wat ze er van denken moeten. Beschermt Zelensky zijn vrienden? Andriy kijkt bijna vertwijfeld, haalt de schouders op: “I don’t know, really.”
Lees verder onder de afbeelding.
Maar het zou kunnen, lees ik erin. De hele maatschappij, van de top tot de bodem, is ervan doordesemd. Er gebeurt wel iets, maar daar merkt de doorsnee Oekraïner weinig van. Voor hen is het er niet merkbaar beter op geworden. Corruptie is probleem nummer één, is de teneur. Niet eens de oorlog; als al het geld dat voor het leger bestemd is daar ook terechtkwam, zou het er voor de jongens en meiden op het slagveld anders voorstaan.
Lees verder onder de afbeelding.
Ik ben koud terug in Nederland als media melden dat er militairen en politici zijn opgepakt die hebben gesjoemeld met de aankoop van drones. Vlak nadat het parlement de omstreden wetgeving terugdraaide.
Die corruptie betekent dat Oekraïners zoveel mogelijk zelf regelen. Ook als het om dat leger gaat. Als ik op de terugweg vijf uur bij de Oekraïens-Poolse grens sta te wachten, stapt er een vrouw op me af. Ik ben, na vier uur, waarachtig de eerste in de rij. Ze heeft een jonge kerel bij zich, haar zoon schat ik. Ik versta vrijwel niets van haar Oekraïens, betreur dat voor de zoveelste keer, maar vertaalapps zijn een uitkomst. Of ik haar de grens over wil rijden. Bita, heet ze.
Zoon Mac spreekt een beetje Engels, maar is handiger met een vertaalmachine. Zijn vader woont en werkt in Polen en ritselt voertuigen voor het leger. Mac heeft contact met een commandant aan het front die laat weten wat er nodig is. Moeder rijdt de voertuigen de grens over, Mac rijdt ze oostwaarts.
Hoe omvangrijk die informele hulp van Oekraïeners aan het leger is, valt niet te achterhalen. Waar ik ook zoek, geen denktank kan ook maar een inschatting maken. Maar het is cruciaal, lijkt me. Het druipt uit alle poriën die het land heeft: vrouwen, kinderen, vrienden, bekenden breien, knippen, naaien, vlechten, maken in, lassen en verzamelen zich drie slagen in de rondte.
Het grote materieel komt uit overheidskassen, de mannen en vrouwen die vechten worden door het volk op de been gehouden. Dag in, dag uit. Onvermoeibaar. Je kunt alle wapens hebben die je je wenst, als de mensen om ze te hanteren omvallen heb je er weinig aan. Ik neem Bita mee de grens over, nadat Mac me heeft laten beloven een volgende keer langs te komen. “Er staat altijd een bed voor je klaar.”
Lees verder onder de afbeelding.
Op een parkeerplaats aan de andere kant wisselen Dima en Bita van voertuig. Ik neem hem mee naar Lodz, waar hij woont en ik een hotel heb geboekt. Stom toeval. Een rit van dik vijf uur. Dit was een evacuatievoertuig, vertelt hij. Een pick-up met een open laadbak. Om razendsnel gewonden uit de frontlijn weg te halen. Dat gaat niet met ambulances. Die staan verderop, buiten de directe vuurlinie. Het heeft hem maanden gekost om er een te vinden.
Het is de zesde auto deze maand. Dat is niet altijd hetzelfde, het hangt af van eigen verdiensten en sponsorgelden, maar in de afgelopen anderhalf jaar heeft hij het leger tientallen voertuigen bezorgd. “Zeventig procent daarvan is niet meer operationeel”, vertelt hij. Niets dat auto’s zo snel slijt als oorlog. Een oorlog waaraan hij actief deelnam, tot hij gewond raakte. Een granaatscherf in zijn been. Hij heeft zijn portie gehad, dit is de bijdrage die hij en zijn gezin nu leveren.
Als ik hem afzet bij zijn huis, rept hij zich naar binnen en komt terug met chocolade, eierpunch van zijn vrouw en een geel-blauwe koelkastmagneet die ik tegen het staal van mijn Kangoo plak. Ik ben een paar vrienden rijker. Welbeschouwd veel meer dan dat.
Wil je meer lezen en zien van onze verslaggeving in en over Oekraïne? Snuffel dan eens rond in het dossier op de website van 1Twente.