“Sterven doe je alleen, maar je hoeft niet alleen te sterven”. Zo begint de website van het hospice in Enschede. In het sterfhuis kunnen mensen hun laatste dagen slijten in bijzijn van lotgenoten en begeleiders. Maar: “wie kan kiezen, sterft bij voorkeur in zijn eigen huis.” Zo begint de website van stichting Leendert Vriel, die juist met vrijwilligers naar het huis van de stervende toe komt. Beide organisaties fuseerden dit jaar. Met gebundelde krachten zoekt Stichting Hospice en Leendert Vriel Enschede Haaksbergen nu naar vrijwilligers.
Een loket, een aanspreekpunt, betere zichtbaarheid. “We willen ons presenteren bij de thuiszorgorganisaties. Mensen moeten ons snel weten te vinden”, zegt manager Erik Roelofs van het hospice en Leendert Vriel Enschede Haaksbergen over het samengaan van beide organisaties. Aanvragen voor stervensbegeleiding zijn er genoeg, ‘maar er sterven al mensen voordat we er zijn, zet ons eerder in’, zegt Roelofs wel eens tegen verpleegkundigen en artsen.
De vrijwilligers van Leendert Vriel komen bij de stervenden thuis. “We zijn er voor de mensen met een levensverwachting korter dan drie maanden”, aldus de manager. In het hospice verblijven mensen die niet thuis kunnen of willen sterven. “We hebben enorm drukke jaren achter de rug. Vorig jaar was de bezetting van het hospice veel hoger dan in 2020 en dit jaar gaat er weer overheen. In ons huis zijn acht plekken, die zijn nu constant bezet.”
Het vrijwilligerstekort treedt vooral op bij Leendert Vriel. “De hospice kan zich nog redden, de aanwas van vrijwilligers gaat natuurlijk”, aldus Roelofs. Maar bij Leendert Vriel is het lastiger om genoeg mensen te krijgen die -om maar eens wat te noemen- bereid zijn om ’s nachts acht uur te waken bij een ernstig zieke.
“Ik doe dat één nacht in de week. Je bent dan thuis bij de mensen, in het hospice of in een verzorgingshuis”, vertelt vrijwilliger Leon Klacinsky. Hij was docent en is gepensioneerd. “Maar ik wilde wel eerder stoppen, omdat ik dit wilde doen. Waken is echt op de grens wat je voor iemand kunt doen. Soms is het niks anders dan de hand vasthouden. Je moet er gewoon zijn voor de mensen.”
Soms woont de familie ver weg waardoor het lastig wordt om op doordeweekse dagen te waken. Dat doen dan de vrijwilligers van Leendert Vriel. “Het is heel mooi dat je de naasten kunt ontlasten, dat ze een keer kunnen slapen.” Klacinsky las aan het sterfbed ook wel eens een boek voor of zat naast iemand die stil wacht op het einde. “Je hoopt dat ze in rust kunnen gaan. Dat voel je ook wel. Dat is voor mij een heel belangrijke drijfveer.”
“Je zult maar te horen krijgen dat je niet meer lang hebt te leven. Mensen kunnen daar heel boos over worden, maar je ziet bijna altijd dat ze er naderhand in kunnen berusten. Ik rouw zelf niet, maar het is wel een groot verschil als een ouder van een jong gezin bericht krijgt dat ze gaat overlijden. Dan ga je wel anders naar huis.”
Daarom moeten vrijwilligers best stevig in hun schoenen staan. Aangeraden wordt om een cursus stervensbegeleiding te volgen, te praten met mensen die het al langer doen. “Vrijwilligers moeten interesse hebben in anderen, zorg willen verlenen, tijd willen investeren en er gewoon willen zijn”, somt Roelofs op. Geïnteresseerden kunnen zich melden via de website van Stichting Leendert Vriel.