De vijfkoppige jury was er volgens Joop Weber dit keer heel rap uit: De Twentse Taalpries 2026 kon aan niemand anders worden toegekend dan Laurens te Den. Tijdens de feestelijke uitreiking van de tweejaarlijkse prijs werd eens te meer duidelijk hoezeer de Enschedese streektaalduizendpoot bijdraagt aan misschien wel de belangrijkste functie van de taal van de oale groond: Mensen met elkaar verbinden.
Na de uitreiking van de prijs, bestaande uit een kunstwerk van Chris ter Harmsel uit Rijssen en een geldbedrag, vatte Ten Den in zijn dankwoord wat hij als schrijver, acteur en hertaler met de streektaal doet samen in één Twents woord: ‘kunnigheed’. Als verhalenverteller gebruikt hij, naar eigen zeggen, de streektaal zodanig dat mensen niet alleen zichzelf beter leren kennen, maar ook de ander, waardoor ze zich echt met elkaar verbonden voelen.
De Twentse Taalpries is een initiatief van de Kreenk vuur de Twentse Sproak en Twentaal en wordt vanaf 2001 elke twee jaar toegekend aan iemand die zich verdienstelijk maakt voor de Twentse taal. Eerdere winnaars waren onder anderen Johanna ter Steege, Goaitsen van der Vliet, Anne van der Meiden en Herman Finkers. De prijs, bestaande uit een kunstwerk en een geldbedrag, werd donderdagavond in het stadhuis in Hengelo door burgemeester Jurgen van der Houdt van Rijssen-Holten aan Laurens ten Den. De feestelijke bijeenkomst in Hengelo werd muzikaal opgeluisterd door Lotte Aarnink en Huub Ruel met Twentse liedjes.
Ten Den is er met zijn laagdrempelige manier van verhalen vertellen niet alleen in geslaagd Tukkers, elk met hun eigen dialect en afkomst, met elkaar te verbinden, maar zelfs ook ‘vrömden’ (mensen van buiten Twente). Te beginnen met ‘Van jonge leu en oale groond’ en nu opnieuw met ‘Woeste grond’, de tv-soap die landelijk een groot publiek bereikt. Theaterproducent Gerard Cornelisse, die met Ten Den in tal van Twentse theaterproducties samenwerkte, zei donderdagavond in zijn lofrede dat de winnaar van de Twentse Taalprijs hem heeft geleerd de Twentenaar beter te begrijpen.
Niet zozeer de taal leerde Cornelisse van Ten Den, maar wel de gewoonten, de manieren, de ongeschreven regels. “Hoe je vertrouwen wint, hoe je iets zegt zonder het werkelijk uit te spreken en hoe je soms vooral je mond moet houden.” Geen eenvoudige opgave voor de ras-Amsterdammer, die zijn lofrede dan ook in plat Amsterdams begon. Cornelisse zei de Tukkers beter te begrijpen omdat Laurens ten Den hun wereld ‘van binnenuit’ begrijpt.
Dat maakt hem volgens Cornelisse zo’n bijzonder schrijver. “Zijn zinnen lijken eenvoudig, soms bijna achteloos. Maar onder die eenvoud ligt een wereld van observatie. Hij ziet wat anderen voorbijlopen en hoort wat achter woorden schuilgaat. Hij schrijft niet om indruk te maken. Hij schrijft om te laten zien hoe mensen zijn.” Cornelisse roemde Ten Den ook om wat hij de kunst van het weglaten noemt. “Niet omdat er minder te vertellen valt, maar omdat er zoveel meer achter de woorden schuilgaat.”
De jury kende de Twentse Taalpries 2026 toe aan Laurens ten Den omdat hij met zijn werk als acteur, schrijver en eindredacteur al jarenlang niet alleen een regionaal publiek bereikt, maar heel Nederland via tv-series als ‘Van jonge leu en oale groond’, ‘Groote Markt 30’ en ‘Woeste grond’. Onder veel meer was Ten Den betrokken bij Shakespeare-voorstellingen van het Duits-Nederlandse gezelschap King’s Men, grote theaterproducties als Hanna van Hendrik, maar ook de musical De Pathmosprinses van Willem Wilmink en de Grote Degradatieshow voor FC Twente.