Onderhoud Enschede bestaat tien jaar en viert dat deze zaterdag met een open dag. Groenmedewerker Michael Poortman kreeg er zijn laatste kans, terwijl rot in het vak Rudy Sleevers er juist al jaren een vertrouwd gezicht is.
Het is de hele dag gezellig druk op het terrein van Onderhoud Enschede. Tientallen werkmachines en busjes staan uitgestald. Er is koffie, friet en een ijscokar voor de allerkleinsten. Bezoekers kunnen een kijkje nemen achter de schermen van de organisatie die dagelijks in de stad aan het werk is.
De organisatie maait gras, snoeit bomen, onderhoudt wegen en riolering, maakt speelplekken en sportvelden klaar en zorgt dat de stad na grote evenementen weer netjes is. In 2025 werden bijvoorbeeld 17.000 bomen gesnoeid, 350 hectare gras gemaaid en 22 sportparken onderhouden.
Onderhoud Enschede ontstond tien jaar geleden vanuit de onderhoudsafdeling van de gemeente. Sinds 2016 is het een zelfstandig bedrijf, dat in opdracht van de gemeente werkt. Tegelijkertijd heeft de organisatie een sociaal component. Er werken bijvoorbeeld mensen via de DCW en er zijn leerwerktrajecten voor mensen die extra ondersteuning nodig hebben.
In totaal heeft ongeveer zestig procent van de 330 medewerkers een ondersteuningsbehoefte of afstand tot de arbeidsmarkt. En precies daar begint het verhaal van Michael Poortman.
Poortman begon in 2025 bij Onderhoud Enschede, via een leerwerktraject in het Ledeboerpark. “Ik was nogal een moeilijk gevalletje”, vertelt de Enschedeër. Hij had naar eigen zeggen “domme dingen” gedaan in het verleden. Bij Onderhoud Enschede kreeg hij, naar eigen zeggen "een laatste kans.”
Inmiddels werkt Voortman als wijkonderhouder in Stokhorst en heeft hij een eigen team, waarin hij twee jongens begeleidt. Eén van hen heeft net als hij een lastig verleden. “Het helpt, bij het begeleiden van die jongens, heel erg als je zelf ervaringsdeskundige bent. Dan zijn ze sneller op hun gemak, kun je ze laten zien dat je er echt wat van kunt maken. Van je leven.”
Lees verder onder de afbeelding.
Dat Voortman in het groen terecht zou komen, had hij zelf nooit bedacht. Het zat wel in de familie, zijn ouders hebben namelijk een hoveniersbedrijf. Maar dat hij het zelf zou gaan doen, daar heeft hij zich jaren tegen verzet. “Ik zei altijd: dat ga ik niet worden. Ik ga echt niet het groen in!”
Achteraf bleek hij er toch aardig geschikt voor. Het vak had hij al eerder op een andere manier ontdekt. “Ik ben ’s nachts hovenier geweest”, zegt hij lachend. Met andere woorden: cannabis kweken. Toen hij bij Onderhoud Enschede begon wist hij dus in ieder geval al hoe je planten moest snoeien.
Inmiddels is Voortmans leven een stuk rustiger. Hij heeft regelmaat, een doel en vooral weer heel veel zin. “Ik weet nu heel goed wat ik wil en niet wil. In het begin dacht ik nog: ik wil zo hoog mogelijk komen. Maar inmiddels weet ik dat ik gewoon tussen de mensen wil werken." Wat hij het mooiste vindt aan zijn werk? "Als een haag strak is, daar geniet ik gewoon van.”
Misschien heb je Rudy Sleevers wel eens gezien in de binnenstad. Hij is er, zoals ze dat noemen, eerste medewerker - en dus verantwoordelijk voor alles binnen de singel. Groenonderhoud, bladblazen en het opruimen na evenementen. Hij kent het allemaal.
Vooral die evenementen vindt hij mooi. “Elke Koningsnacht ben ik erbij.” En daar maakt hij van alles mee. “Van dronken mensen tot hangjongeren, tot mensen die ergens liggen te rollebollen”, grinnikt ‘ie.
Lees verder onder de afbeelding.
Sleevers begon ooit als stratenmaker en volgde op zijn 41e nog een opleiding tot hovenier. Hij begon bij de DCW en werkt inmiddels al jaren voor Onderhoud Enschede. Al gaat ‘ie binnenkort met pensioen. Zijn opvolger wordt al ingewerkt. “Het mooiste aan het vak is mensen opleiden, omgaan met verschillende soorten mensen en kennis doorgeven.”
Sinds februari dit jaar staat Rob Rikmanspoel aan het roer van Onderhoud Enschede. Waar hij het meest trots op is? “Op de oranje hesjes en de gele busjes.” Want achter die hesjes zit volgens hem meer dan alleen het praktische, het onderhoud. “Het sociale karakter van onze organisatie vind ik heel belangrijk. Het scheelt gewoon zoveel om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt goed te begeleiden. Voor die mensen, maar ook voor de stad.”
Hij ziet het dagelijks terug. Zoals bij de stormschade, laatst in Glanerbrug. “Dan komen er van alle kanten gele busjes aanrijden om de boel weer in orde te maken. Dat is heel mooi om te zien.”