Decennialang was het dè politieke en maatschappelijke spreekbuis voor de arbeidersklasse in textielstad Enschede. Vaste bestuurspartij, lange tijd de grootste. De Enschedese afdeling van de PvdA heeft dit jaar net wel - of net niet - tachtig kaarsjes uitgeblazen. Reden voor een online-overzicht van ‘betrokkenheid, strijd en solidariteit’, vond de lokale afdeling.
De PvdA zag het levenslicht in 1946, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Een fusiepartij, samengesteld uit de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) en de Christelijk-Democratische Unie (CDU). Maar om de achtergronden van die fusie te begrijpen, moet je verder terug in het verleden.
Maar eerst even over het heden: dat online-overzicht - of ‘boekje’, zoals de opstellers het noemen - heeft nòg een aanleiding. Die tachtig kaarsjes worden namelijk definitief uitgeblazen. Na een periode van samenwerking in Tweede Kamer en gemeenteraden fuseert de PvdA over minder dan een etmaal met GroenLinks tot Progressief Nederland (kortweg: PRO).
Formeel moet een meerderheid van beide partijen nog instemmen met die samensmelting. Dat moet gebeuren tijdens een oprichtingscongres op 13 juni. En die meerderheid tekent zich al aan jaar of wat af. Maar niet iedereen staat te juichen. Met name binnen de PvdA is er een stroming die het einde van de sociaaldemocratie vreest. Een aantal prominenten zegde zelfs het lidmaatschap op.
Ook de Enschedese afdeling telt tegenstanders. Eén van hen is bestuurslid Henry Workel, die het slotwoord schreef. ‘De PvdA is oet de tied komm’n’. Dat is niet het nuchtere oordeel van een arts die de dood heeft vastgesteld, maar een verzuchting. De PvdA zoekt haar heil, na jaren van verlies, in de verkeerde richting. ‘Gokken op het groene gras van de buren’ noemt hij het. ‘Een verstandshuwelijk’ om de negatieve trend te keren.
Workel is, met secretaris Frits Barelds, initiatiefnemer voor het boekje, dat in zijn ogen een necrologie is. In een telefoongesprek: “Morgen houdt de PvdA te bestaan. Dit boekje is de grafrede.” Barelds lijkt minder treurig. In zijn inleiding klinkt een eerbetoon aan het verleden en een vergezicht. ‘Wij hopen dat dit boekje inspireert, verbindt en uitnodigt om samen verder te bouwen aan een sterke, eerlijke en solidaire toekomst voor Enschede’.
Overigens verschijnt het online-boekje binnenkort ook in druk.
’80 jaar PvdA in Enschede’ biedt wat het belooft: een overzicht van acht decennia sociaaldemocratie in de stad. De opkomst. De pieken in het begin van de jaren 60 en de eerste helft van de jaren 70, waarin de PvdA met overmacht de stad regeerde. Negentien, twintig zetels. Van de 39. Vijftien een decennium later. Zeventien jaar PvdA-burgemeester Ko Wieringa.
Lees verder onder de afbeelding.
De teloorgang van de textielindustrie, de opkomst van lokale partijen en het verlies van klassiek electoraat. De neergang in de jaren 10 van deze eeuw, tot een relatief schamel aantal van vier zetels in de laatste twee raadsperioden.
De vrees voor een einde aan de sociaaldemocratie van mensen als Workel heeft alles te maken met die historie. Zeker in textielstad Enschede. De beweging kwam op in de periode waarin fabrieksarbeiders opkwamen voor hun rechten, in de hoogtijdagen van de industriële revolutie. En een wereld die nog op een feodale leest was geschoeid.
Aristocraten (in het Enschede geval: fabrikanten) maakten de dienst uit. Arbeiders sleepten enorme rijkdommen aan wal, maar hadden weinig of niets in te brengen en sleten hun dagen in armoede en fabriekshallen waar horen en zien je verging. Zonder uitzicht op beter.
De culturele revolutie in Rusland (in 1917) was het lichtende voorbeeld; daar had de arbeidersbeweging de oude aristocratie de nek om gedraaid. Niet zelden letterlijk. De macht aan het volk, dat zich niet langer liet gezeggen.
In Nederland was het dominee Ferdinand Domela Nieuwenhuis die dat vuur aanwakkerde. In 1892 werd hij de voorman van de net opgerichte Sociaal-Democratische Bond, die je mag beschouwen als de eerste voorloper van de Partij van de Arbeid. In Enschede liep in diezelfde tijd een priester rond, met vergelijkbare denkbeelden: Alphons Ariëns.
De samenleving gistte. Arbeiders verenigden zich en maakten een vuist. In Twente ging dat om bevrijding van het juk van uitzichtloze armoede, een te kort leven in krotten en fabriekshallen waar horen en zien je verging. Om ‘bestaanszekerheid voor iedereen boven winst en rijkdom voor enkelen’, zoals de huidige PvdA het nog altijd verwoordt. De tijd was er rijp voor.
Nederland zou Nederland niet zijn als er binnen die nieuwe beweging niet al snel onenigheid ontstond. Domela Nieuwenhuis was klaar met de oude kapitalistische garde. Wat hem betreft was het ook in Nederland tijd voor revolutie: een einde aan de macht van aristocratie en fabrikanten, stakingen en acties.
Andere stemmen binnen de club zagen zo’n brute omwenteling niet zitten en wilden algemeen kiesrecht en geleidelijke hervormingen. Zij splitsten zich af en vormden de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), onder leiding van Pieter Jelles Troelstra. PvdA’ers beschouwen die partij als hun voorloper.
Het is typerend voor er destijds speelde: bevolkingsgroepen verenigden zich om een vuist te kunnen maken, maar hadden allerlei verschillende ideeën over de manier waarop die vuist moest worden ingezet: sla je ermee op de koppen van bestuurders of op bestuurstafels. En doe je dat dan katholiek, vrijzinnig of gereformeerd. Of communistisch.
Ook fabrikanten kropen dichter op elkaar; er was storm ophanden. Net als middenstanders, die afhankelijk waren van de klandizie van beide klassen: de ‘bazen’ en de ‘knechten’. Het was één grote, rommelige en soms gewelddadige zoektocht naar nieuwe maatschappelijke verhoudingen. Nederland verzuilde.
Tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Een gezamenlijk vijand verbindt. Toen de Duitsers in 1942 intellectuelen en andere vooraanstaande stemmen in de Nederlandse samenleving bij elkaar in een kamp stopte, onder wie ook de kopstukken van de bredere sociaaldemocratische beweging in Nederland, staken die de koppen bijeen. Hoe moest Nederland eruitzien, als de oorlog voorbij was? De verzuiling had verdeeldheid gebracht. Groepen die eenzelfde doel nastreefden, gingen rollebollend over straat.
De leiders van SDAP, VDB en CDU besloten de krachten te bundelen, zodra het landsbestuur weer in eigen handen was. Dat leidde na de bevrijding tot De Doorbraak, een politie-maatschappelijke beweging die een einde aan de verzuiling zocht. En op 9 februari 1946 tot de oprichting van de Partij van de Arbeid.
De PvdA werd meteen de grootste en belangrijkste politieke speler in de polder. En bleef dat, decennia lang. Ook in textielstad Enschede. Tot Wim Kok de PvdA verloste van haar ideologische veren en Pim Fortuin zich hard maakte voor klassieke sociaaldemocratische thema’s. Dat leidde tot een verschuiving die ook lokaal hard is gevoeld.
Of PRO de beweging nieuw elan gaat brengen, haar laatste stuiptrekking of nog iets anders betekent, zal de toekomst leren.
In Enschede haalde de combinatie GroenLinks/PvdA samen acht zetels bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Daarmee werd het de grootste. Met de kanttekening dat beide partijen hun zetelaantal uit de vorige periode (4) behielden. Geen groei maar consolidatie, dus.