Het kleurrijke gezelschap in dorpskerk ’n Oalen Griezen in Hellendoorn, vrijdagavond tijdens de feestelijke uitreiking van de Johanna van Buren Cultuurprijs, vormde een mooie afspiegeling van het rijke oeuvre van Laurens ten Den. Als schrijver, ‘hertaler’ of acteur was (en is) de in Haarle geboren Enschedeër de afgelopen decennia betrokken bij ontelbare theater- en tv-producties.
Rode draad in het werk van Ten Den - van Van Jonge Leu en Oale Groond, Het Verzet Kraakt, Hanna van Hendrik, tot Woeste Grond en op dit moment Los van de groond – is de Nedersaksische taal en cultuur. Het feestelijke programma rond de uitreiking van de prestigieuze prijs was een mooie afspiegeling van alle heel uiteenlopende producties waarin Laurens ten Den de afgelopen jaren een rol speelde.
Dat programma begon met een daverende aubade van muziekvereniging Juliana uit Den Ham, compleet met majorettes. Het gezelschap maakte vorig jaar deel uit van het door Ten Den geschreven en geregisseerde ‘merakels spektakel’ KOBES. En de Twentse ‘bonte avond’ eindigde in stijl met een ‘verrassingsoptreden’ van Nathalie Baartman, die niet alleen a capella een hartverscheurend mooie Twentse versie van de tranentrekker La mamma zong, maar Ten Den ook prees voor de manier waarop hij enige structuur probeert aan te brengen in de Twentse Oudejaarsconference.
Het verrassingsoptreden was overigens al in het begin van het programma ‘weggeven’ door André Manuel, die de boel als ceremoniemeester op geheel eigen, onnavolgbare wijze aan elkaar praatte. Maar z’n ‘moat’ ook op z’n Twents de liefde verklaarde met een ultra kort liedje: Joa, ik ok van oe. Zo’n liefdesverklaring was er ook van het trio Van Jansen, dat a capella een aantal in het Twents vertaalde nocturnes van Mozart ten gehore bracht. Eens te meer een bewijs hoe rijk en gevarieerd het Twents tot klinken kan worden gebracht.
Laurens ten Den heeft de toekenning van Johanna van Buren Cultuurprijs aangegrepen om een selectie van zijn Sallands-Twentse te bundelen. Het boek ‘van huusie noar hoes’ bevat teksten die hij schreef voor theater en tv, maar ook gedichten. Ten Den, geboren in Haarle (Salland) kreeg de poëzie van Johanna van Buren bijna letterlijk met de paplepel ingegoten.
In een door Dinand Webbink geschreven lofrede werd niet alleen de ‘enorme veelzijdigheid en productiviteit’ van Ten Den geprezen, maar ook de toegankelijkheid van z’n teksten. “Je schrijft zoals er wordt gepraat aan de keukentafel.” Maar achter die schijnbaar ‘simpele’ teksten gaat volgens Silvia Andringa ‘een wereld aan ruimte en betekenis’ schuil. Andringa – artistiek leidster van het Duits-Nederlandse theatergezelschap King’s Men – mocht de prijs uitreiken aan Laurens ten Den.
Andringa wist in haar laudatio de rol die Ten Den binnen de King’s Men speelt in de meertalige bewerkingen van stukken van Shakespeare treffend te schetsen. “Zijn taal lijkt mij soms bijna te alledaags, tikkie kortaf, oneliner hier, kwinkslag daar en dan toch verschijnt er een wereld waarin mensen zich kunnen herkennen en de wereld achter zijn woorden wordt voelbaar en zichtbaar.” Volgens Andringa gaat de ‘verliefd makende aardse poëzie’ van Ten Den direct naar het hart. “Ook een niet-Twents publiek voelt zich direct bij hem thuis.”