Verkeer
Stuur appje
Zoek
In samenwerking met
Twente FM logo

De ‘Kreenk’ 50 jaar: Heeft de streektaal toekomst als platschrievers vooral terug kijken?

Kreenk jubileumboek
Tijdens de jubileumviering werd het boek over 50 jaar Kreenk gepresenteerd. Op de foto v.l.n.r. Bert Wolbert (die het boek in ontvangst nam voor mede-oprichter Hennie Engelbertink), Gerrit Beunk (vormgever), Alie van der Veer (secretaresse), Ton Kolkman (mede-oprichter) en Joop Weber (eindredacteur).
Beeld: Redactie Twente FM

Het was een mooi en veelbetekenend beeld, vrijdag na afloop van de bijeenkomst ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Kreenk vuur de Twentse Sproak: Bert Wolbert, die de Museumfabriek in Enschede uitliep met een houten bord met het opschrift Schrievers zint blievers. Vrij vertaald: Wie schrijft die blijft. Oldenzaler Wolbert was die ochtend uitgeroepen tot winnaar van de schrijfwedstrijd ter gelegenheid van het jubileum van de Kreenk.

De vraag die na een lange dag in het teken van de streektaal bleef hangen: zijn er 50 jaar nadat drie ‘jonge honden’ aan de wieg stonden van de Kreenk vuur de Twentse Sproak nog voldoende schrijvers om de moodersproak levend te houden? In aantal zijn er nog voldoende, zo bleek vrijdagmorgen, toen het jubileumboek met daarin 52 verhalen en 26 gedichten werd gepresenteerd. Maar jonge honden zijn de platschrievers van nu, om het maar eufemistisch te zeggen, bepaald niet. 

Nostalgische anekdotes

Opvallend bij het voordragen van een aantal van de ingezonden verhalen en gedichten was dat het overgrote deel van de schrijfsels in de streektaal blijft steken in nostalgische anekdotes. Het winnende verhaal van Bert Wolbert, over een oude vrouw die bij het samenstellen van een noodpakket terug denkt aan de Tweede Wereldoorlog, vormde daarop een welkome uitzondering. En datzelfde gold voor het eigentijdse sprookje over uitspraak en spelling van de moodersproak van Harry Morshuis, dat werd bekroond met de derde prijs.

Hoog- en plat-Duits

Het middagprogramma van de jubileumviering stond in het teken van de streektaal ‘oawer ’n poal’ (over de grens). Daarvoor waren plaatsvervangend Landrat Reinhard Böcker van de Kreis Borken en Gesche Gloystein van de Emsländische Landschaft uitgenodigd. Uit de betogen van beide Duitse gasten – eerstgenoemde in hoog-Duits, de ander in platt Düüüts – viel op te maken dat er veel overeenkomsten zijn aan weerszijden van de grens waar het gaat om de staat van de streektaal en de instandhouding ervan.

‘Missing link’

Het verhaal van Reinhard Böcker, bijvoorbeeld, over zijn vrouw die de streektaal overdraagt op de kleinkinderen, riep veel herkenning op bij de aanwezigen. Deze ‘missing link’ in de generaties bij het doorgeven van de moodersproak laat zich ook aan deze kant van de grens gelden. Maar ook de generatie, die de streektaal niet met de paplepel kreeg ingegoten, kan wel degelijk bijdragen aan het levend houden ervan. Burgemeester Patrick Welman van Oldenzaal is daar een sprekend voorbeeld van. Tijdens het carnavalsfeest spreekt hij het zottenvolk steevast in het Twents toe. Vrijdagmiddag was iedereen het er over eens: hee hef d’r wa biej anleerd.

Vooral spreektaal

Tussen de bedrijven door werd vrijdagmiddag vastgesteld dat het Twents in al z’n veelkleurigheid vooral een spreektaal is, die op het platteland nog volop wordt gebruikt. Zanger-gitarist Huub Ruel, boerenzoon uit Lattrop, herondekte de streektaal toen hij na de nodige omzwervingen terugkeerde op oale groond. Inmiddels beschouwt hij de wereld én Twente vanuit een woontoren in de grote stad Enschede. Zijn bespiegelingen over stad en platteland leveren mooie, eigentijdse liedjes op, zo liet hij vrijdagmiddag horen. De grijze generatie platschrievers had er wel oren naar.  

 

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie?
Tip onze redactie via mail of telefoon. Deze vind je op onze contactpagina.