Dat Burgerbelangen Enschede en VVD zich na de verkiezingen van afgelopen woensdag aan elkaar zouden vasthouden, dat was geen hogere wiskunde. Maar met name de toon en stellingname van BBE in het duidingsdebat van deze zaterdag, lijkt het formatieproces direct muurvast te zetten. Een coalitie met GroenLinks-PvdA ziet de lokale partij namelijk niet zitten. En daarmee dreigt de verkiezingswinnaar buitenspel te staan.
De voortekenen waren er al even. Het is in de wandelgangen van het stadhuis duidelijk dat er met name binnen BBE weinig motivatie is om een bestuurlijke samenwerking met 'GroenLinks' aan te gaan. GroenLinks werd in 2018 al doelbewust buiten de coalitie gehouden.
En dat gevoel is acht jaar later niet anders. Wie in aanloop naar de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen naar een mogelijke samenwerking met GL-PvdA vroeg, kreeg vanuit BBE als antwoord dat er afgelopen periode prima met PvdA is samengewerkt. Waarmee het woordje GroenLinks dus bewust werd ontweken.
Dat er nu sprake is van een fusiepartij, lijkt dan ook niet in het voordeel van GroenLinks-PvdA te werken. Omdat de partij meer dan duizend stemmen meer kreeg dan 'verliezer' Burgerbelangen, mag GL-PvdA als verkiezingswinnaar wel het voortouw nemen in het proces. Volgens lijsttrekker Narda Teke-Bozkurt vraagt de Enschedeër via de verkiezingsuitslag om een progressievere koers met aandacht voor bestaanszekerheid, duurzaamheid en betaalbaar wonen.
Maar de vraag is of andere partijen daarop zitten te wachten. Het duidingsdebat werd begonnen door GL-PvdA en vervolgens in de volgorde van partijen van klein naar groot afgewerkt. Juist deze agenda zorgde ervoor dat de drie afsluitende sprekers (CDA, VVD en BBE) de deur naar mogelijke coalities, die het hele debat nog wijd open stond, met een klap dichtgooiden.
Zowel Mart van Lagen (CDA) als Malkis Jajan (VVD) spraken hun voorkeur uit voor een middencoalitie van BBE, VVD, CDA en D66. Samen goed voor 20 zetels en dus een minimale meerderheid. Met wat creativiteit zou je er zelfs ChristenUnie bij kunnen denken. Een coalitie zonder de grootste partij dus. Daarnaast gaf Jajan, zoals verwacht, te kennen dat de VVD zijn lot verbindt aan dat van BBE. Dat betekent dat deze 12 zetels in een logische coalitie niet meer te passeren zijn.
Volgens GroenLinks-PvdA heeft Enschede duidelijk om een progressievere koers gevraagd. Als daarmee wordt bedoeld dat GL-PvdA met een verschil van ruim duizend stemmen de grootste is, dan klopt dat. De uitgesproken progressieve partijen (GL-Pvda, D66, Volt, Partij voor de Dieren, Partij voor de Rechtsstaat en DENK) kregen zo'n 1.500 stemmen meer dan in 2022, maar dat vertaalt zich niet in zetelwinst.
De uitgesproken conservatieve partijen (PVV, FVD, Belang van Enschede/Verbindend Enschede, Partij voor Enschede en - in 2022 - Democratisch Platform Enschede) hebben 5.500 stemmen meer dan vier jaar geleden. Dat vertaalt zich in de winst van vier zetels. Vanuit die gedachte heeft Enschede juist conservatiever gestemd dan in 2022.
Maar de grootste klap kwam namens Danny van Wakeren. De lijsttrekker van BBE was resoluut: BBE zal alleen instemmen met een meerderheidscoalitie van vier of vijf partijen. Geen 'raadsakkoorden' of 'wisselende meerderheden' dus. En over GroenLinks-PvdA: "Daarmee zien wij op bijna alle onderwerpen te grote verschillen", aldus Van Wakeren. "Onze voorkeur gaat uit naar een coalitie met VVD, CDA en D66. We denken er met hen snel uit te kunnen komen."
Het statement van de nieuwe partijleider van Burgerbelangen doet denken aan dat van toenmalig D66-voorman Eelco Eerenberg in 2018. Eerenberg, inmiddels staatssecretaris van Financiën, legde al in het duidingsdebat een bom onder de onderhandelingen door als tweede (onmisbare) schakel te eisen dat er een progressieve partner aan zou moeten sluiten. Het opende de poort voor de PvdA, maar sloeg de deur dicht voor het CDA.
De bijdrage van BBE is er een in dezelfde categorie. Het dwingt GroenLinks-PvdA normaal gesproken om bijna al haar progressieve kroonjuwelen - zoals het bouwen van meer sociale huurwoningen en de discussie over windturbines - te laten vallen. Of om te zoeken naar samenwerkingen die je tot vandaag nog in het hokje 'onmogelijk' zou plaatsen.
Want op de keper beschouwd is er tussen GroenLinks-PvdA en het blok Burgerbelangen-VVD op voorhand te veel ruimte om tot een akkoord te komen. Die deur heeft Van Wakeren zaterdagmiddag keihard dichtgeslagen en deze weer openen zal nu al om een bemiddelingstraject vragen. Het stelt de verkenners Onno van Veldhuizen en Suzan Veldhuis voor een bijzondere opdracht.
Grote partijen (8 zetels): GroenLinks-PvdA en Burgerbelangen Enschede.
Grote middenpartijen (4 zetels): VVD, D66 en CDA.
Kleine middenpartijen (3 zetels): PVV en FVD.
Kleine fracties (1 zetel): ChristenUnie, Belang van Enschede, SP, Volt en Partij voor de Dieren.
D66 heeft daarin een sleutelpositie. De sociaal-liberalen zouden hun lot aan dat van GroenLinks-PvdA kunnen verbinden en daarmee direct een patstelling kunnen creëren. Beide blokken zijn dan tot elkaar veroordeeld.
D66 zal zich kunnen vinden in de duurzaamheids- en bestaanszekerheidsagenda van GL-PvdA, maar ligt qua wonen, toch een belangrijk thema, dichter bij BBE/VVD. En met zijn laatste zinnen in het duidingsdebat deed Van Wakeren bovendien een knieval: hij noemde kansengelijkheid als belangrijkste overkoepelende thema. En laat kansengelijkheid nu net het stokpaardje van D66 zijn. De formatietafel is dus gedekt.
Wat kan GroenLinks-PvdA nog doen? Er zou een zeer onorthodoxe meerderheid gezocht kunnen worden via D66, PVV, Forum voor Democratie en de vijf eenmansfracties. Een scenario dat vooraf ondenkbaar lijkt. Al heeft uitgerekend Narda Teke-Bozkurt in haar bijdrage benoemd dat wat haar betreft niemand wordt uitgesloten en dat met iedereen wordt gepraat.
Denk nu niet direct aan een klassieke coalitie, maar een 'verbond' van wisselende meerderheden of een breed akkoord op hoofdlijnen. Wat veel van de kleine partijen en eenmansfracties - hoe verschillend zij ook zijn - welllicht met elkaar verbindt is dat zij willen dat er meer 'betaalbare woningen' komen en dat er niet altijd uitgegaan moet worden van 'dichtgetimmerde akkoorden'. Elkaar dingen gunnen, dus.
Het laatste scenario vraagt om een heel andere manier van politiek en bestuur. En de vraag is of gevestigde partijen als GroenLinks-PvdA en D66 daar op zitten te wachten. Verkenners Onno van Veldhuizen en Suzan Veldhuis zijn dan ook niet te benijden in hun taak.
De bedoeling is dat er over twee weken een advies ligt over een te vormen coalitie. De houding en inbreng van D66 zal daarbij bepalend zijn. Hoe dan ook lijkt het op voorhand een lang formatieproces te kunnen worden. In 2018 duurde het uiteindelijk 117 dagen.
Lees verder onder de afbeelding.
Een en ander zal ook afhankelijk zijn van wethouderskandidaten die ongetwijfeld aan de formatietafel plaatsnemen. En daarover zijn intern nog wat robbertjes te vechten. Binnen GroenLinks-PvdA is het onduidelijk wie op de lijst staan, bij D66 lijken voormalig raadsleden Gertjan Tillema en Martijn Braber in de race te zijn.
Bij BBE zijn in principe Marc Teutelink en Barry Overink door het bestuur naar voren geschoven, maar nu lijstduwer Niels van den Berg zijn zetel in ieder geval tot aan de zomer heeft geaccepteerd loopt de temperatuur intern op. Dat is na zaterdagmiddag niet minder geworden, want ook binnen BBE-gelederen lijkt niet iedereen er gelukkig mee dat de deur richting GL-PvdA niet op z'n minst op een kiertje is gezet.