Op de allereerste dag dat Ali Eisa (42) uit Soedan zich als vluchteling meldde in Ter Apel, had hij al een vrijwilligersbaantje als tolk te pakken. Twee jaar later werkt hij onbetaald bij een waslijst aan instellingen in Enschede. Zijn portret hangt nu met dat van zeven anderen in de centrale bibliotheek. Allen anderstalig opgegroeid en allemaal vrijwilliger in de stad. “Onbekend maakt onbemind, vrijwilligerswerk is de beste manier om jezelf voor te stellen aan een nieuwe samenleving.”
Zo’n 25 mensen zijn bij elkaar gekomen in de hal van de bibliotheek deze zondagmiddag. Vrijwilligersorganisatie M-Pact opent er de derde editie van tentoonstelling Enschedese Vrijwilligers in Beeld. Nadat eerder actieve ouderen en jongeren hun verhaal vertelden, is het dit keer de beurt aan inwoners die Nederlands niet als moedertaal hebben.
De organisatie wil met de expositie laten zien wat deze groep al betekent in de stad en anderen inspireren hetzelfde te doen. Maar er is meer.
“Het thema is bewust gekozen”, vertelt vrijwilligerscoördinator Merel van den Toorn. “We zien dat veel anderstaligen graag vrijwilligerswerk willen doen. Om iets bij te dragen, maar ook voor ontmoeting, het tegengaan van eenzaamheid en het leren van de taal. Het is soms echter lastig om organisaties zover te krijgen hen een plek te geven.”
Ze hoopt dat de persoonlijke verhalen bij de grote foto’s die drempel verlagen. “Deze mensen kunnen prima helpen waar taal ondersteunend is en niet cruciaal. Denk aan kringloopwinkels, buurtcentra of koffieschenken bij ouderen. En als het nodig is, kunnen we ondersteuning inschakelen.”
Terwijl bezoekers zich verspreiden langs de panelen, vertellen drie geportretteerden hun verhaal.
De 67-jarige Fernando Aloise is wat atypisch in het gezelschap, want hij spreekt prima Nederlands. Kwam al op zijn zevende van Italië naar Enschede en bleef er tot zijn dertigste. Daarna werd hij wat je noemt ‘beroepsvrijwilliger’. “Ik vond de wereld oneerlijk. Werkte daarom 37 jaar lang in weeshuizen in bijvoorbeeld Brazilië, Paraguay, Argentinië en Bangladesh en bouwde schooltjes in achterstandswijken.”
Hoe hij rondkwam? “Mensen praten vaak meteen over loon en geld. Maar als je in liefde gelooft en je doet dingen vanuit je hart, krijg je alles wat je nodig hebt.” Het klinkt spiritueel, en dat is het voor hem ook. “Als ik iets kon gebruiken, kreeg ik het. Dat is voor mij geen toeval. Wat wij doen bepalen hoe de wereld om ons heen eruit ziet.”
Lees verder onder de afbeelding.
Vorig jaar keerde hij terug in Enschede. In buurthuis Beien geeft hij nu veganistische en vegetarische kooklessen. Vrijwillig, uiteraard. “Het enige nadeel van mijn onbetaalde leven is dat ik nu weinig geld krijg tijdens mijn pensioen. Ik vind dat oneerlijk en waardeloos. Door mijn hulp zijn mensen niet gestorven.”
De cosmopoliet ziet zijn deelname aan de expositie als een uitnodiging aan anderen om meer rust en bewustzijn te zoeken. “Het leven van een gemiddeld mens is wakker worden, werken, thuiskomen, voetbalwedstrijd kijken. Ze raken erdoor verpletterd en nemen geen tijd om aan zichzelf te denken. Ik wil mensen laten weten: ‘Hé, wij zijn de baas, hoor’. Dat is eigenlijk mijn vrijwilligerswerk.”
Een paneel naast hem ‘hangt’ de Syrische Safia Abu El Rub (64). Ze werkt al zeven jaar als vrijwilliger bij Stichting Leergeld in Enschede en doet daar huisbezoeken om te kijken waar kinderen in armoede ondersteuning kunnen gebruiken: van schoenen tot laptops of sportactiviteiten. Daarnaast praat ze voor M-Pact met medestadsbewoners om hen aan geschikt vrijwilligerswerk te helpen.
In Syrië was ze HR-medewerker bij een VN-organisatie. Tien jaar geleden vluchtte ze naar Nederland. “Hier durfde ik niet op hetzelfde soort werk te solliciteren, omdat mijn taal niet goed genoeg was.”
Lees verder onder de afbeelding.
Ondertussen zat ze niet stil. “Het is belangrijk voor mij om niet thuis te blijven. En ik geloof dat mensen elkaar moeten helpen.” Dus klopte ze aan bij Leergeld. “Ik heb er meer mensen door leren kennen en mijn taal is beter geworden.” Het hele interview doet ze in het Nederlands. Haar zelfvertrouwen groeide. “Nu wil ik proberen via een stage toch ergens binnen te komen waar ik HR-werk kan doen.”
Vrijwilligerswerk in Nederland is anders dan in Syrië, vertelt Safia. “Daar helpen mensen elkaar wel van persoon tot persoon, maar hier is het beter georganiseerd en is het meer onderdeel van de maatschappij.” Ze moet wat lachen als ze naar haar eigen foto in de expositie kijkt. Beroemd worden hoeft voor haar niet. “Maar het is voor een goed doel. Het is goed voor andere mensen om te zien wat vrijwilligerswerk kan geven.”
Als de naam van Ali Eisa valt bij de aankondigingen, klinkt een applaus en gejoel. De 42-jarige Soedanees is nog maar twee jaar in Nederland, maar heeft al een hele groep vrienden en collega’s verzameld die mee zijn naar de opening. En als je met hem praat, snap je waarom.
Ali, die moest vluchten door oorlog in zijn thuisland, heeft een brede lach op zijn gezicht en barst van energie. Voor vrijwilligerswerk lijkt bij hem te gelden: hoe meer, hoe beter. “Toen ik in Ter Apel aankwam heb ik me gemeld bij de servicebalie. Ze hadden een vertaler nodig. De volgende dag kon ik beginnen.”
In Enschede pakte hij bij Sheltersuit de slaapzakjassen voor daklozen in, maakte hij spullen schoon voor kringloopwinkel Red een Kind, hielp hij nieuwkomers integreren bij maatjesproject Buddy2Buddy en VluchtelingenWerk, vertaalt hij Arabisch-sprekenden met financiële problemen bij de Wijkwijzers, werkt hij mee aan de cultuurdag van welzijnsinstelling Incluzio en schrijft hij voor de wijkkrant.
“Ik heb zoveel gedaan, omdat ik het de beste manier vind om mensen te leren kennen”, zegt Ali. “En om jezelf voor te stellen aan een nieuwe samenleving. Want de meeste mensen hebben negatieve ideeën over nieuwkomers. Onbekend maakt onbemind. Mensen moeten weten wie je bent, wat je denkt, waar je vandaan komt, welke waarde je hebt. Vrijwilligerswerk is voor mij de beste manier om te laten zien dat ik behulpzaam wil zijn. Om niet aan de kant toe te kijken, maar mee te doen.”
Lees verder onder de afbeelding.
Hij wil ‘elke nieuwkomer en Nederlander’ aanmoedigen vrijwilligerswerk te doen. “Vooral jongeren. Je hoeft niet overal betaald voor te krijgen. Als je het doet zie je welke waarde het heeft.” Ali geeft een voorbeeld uit zijn eigen leven. “Ik werk al een tijdje in de Oekraïne-opvang. Om eten te geven. Altijd als ik er kom, voel ik me verbonden met hen. Ik weet hoe slecht oorlog is, hoe mensen lijden. Dus ik hoef er geen geld voor, het is van hart tot hart. Omdat medemenselijkheid mensen verenigt, niet geld.”
De Soedanees – die sinds een maand een verblijfstatus heeft - hoopt dat organisaties op hun beurt openstaan voor buitenlanders of vluchtelingen als vrijwilliger. “Het is normaal dat je daarin niet helemaal ontspannen bent. Maar ik zou zeggen, probeer het. Niet iedereen is hetzelfde. Probeer het. Ik denk dat je dan van mening verandert. Het kan een goede invloed hebben op de mensen, en op de organisatie.” Na een beetje hulp van de verslaggever voegt hij er lachend aan toe: “Kiek’n wat’t wot.”
Expositie ‘Enschedese Vrijwilligers in Beeld’ is nu te zien in de centrale bibliotheek en reist komend jaar langs verschillende locaties, zoals het stadskantoor en buurthuis Prismare.