Verkeer
Stuur appje
Zoek

Hoe een stikstofprofessor bij 'Boer Frans' in Twente tot een conclusie komt: 'Schuif de grens virtueel naar de westkust en er is geen crisis'

Han Lindeboom eigen foto stikstofprofessor stikstof
Emeritus hoogleraar Mariene Ecologie Han Lindeboom.
Beeld: Eigen foto

Het is een van de grote thema's aan de formatietafel van het nieuwe kabinet: stikstof. D66 en CDA laten zich adviseren door deskundigen om uit de 'crisis' te komen. Geboren Tukker Han Lindeboom is niet uitgenodigd. Gek? Nou ja, de emeritus hoogleraar is op stikstof gepromoveerd. En hij trok als D66-lid zelfs al jaren geleden aan de bel bij de Tweede Kamerfractie. Tevergeefs. Terwijl het advies van de stikstofprofessor simpel en uitvoerbaar is: stop met de papieren werkelijkheid en richt je op de werkelijke staat van de natuur. Een bezoek aan De Lutte bracht Lindeboom onlangs tot nieuwe inzichten. "We zitten vast in een ijzeren kooi."

Promoveren op poepende pinguïns. Het mag geinig klinken, maar het is serieuze wetenschap. In de jaren zeventig verblijft Han Lindeboom in totaal anderhalf jaar op Marioneiland, een onbewoonde vulkanische rots tussen Zuid-Afrika en Antarctica, om de poep van twee immense pinguïnkolonies te onderzoeken. En dan vooral wat al die afvalstoffen met de natuur doen.

500 duizend pinguïns op een eilandje

Pinguïnpoep bevat stikstof. En heel veel poep, betekent dus ook heel veel stikstof. Pinguïns zijn kleine zeevogels, maar ze hebben een stikstofrijk dieet. Stel je voor dat er 350 duizend macaronipinguïns en 150 duizend koningspinguïns (“Ik heb ze zelf geteld”, aldus Lindeboom) opgekropt zitten op een minuscuul stukje land… dan hoef je geen microbioloog te zijn om te weten dat er flink wat stront wordt geproduceerd.

En dat is precies wat er gebeurt op Marioneiland. Per dag zo’n 14.000 kilo poep, om precies te zijn. Een dagelijkse uitstoot van bijna 450 kilo stikstof. Daar komen de meeste koeienstallen niet aan. Dat móét dus wel een groot effect hebben op de natuur. Om dat te onderzoeken reist Lindeboom in 1975 met één van de halfjaarlijkse vaarten af naar het eilandje, dat behalve door pinguïns alleen door medewerkers van het weerstation en wetenschappers wordt bewoond.

Lees verder onder kaart

Marioneiland is een ideale onderzoekslocatie, omdat er geen invloeden van buitenaf zijn. De dichtstbijzijnde stad, Port Elizabeth in Zuid-Afrika, is 1.750 kilometer verwijderd. Om een lang verhaal kort te maken: de gevolgen van de stikstofuitstoot door pinguïns zijn zichtbaar aanwezig op het eiland. Rondom de kolonie is er sprake van rijke grasgroei. “Omdat de pinguïns er al duizenden jaren zijn, heeft dat een turflaag van zes meter dik gevormd”, aldus Lindeboom. Maar hij constateert ook dat de grootste effecten slechts binnen 500 meter van de kolonies zichtbaar zijn. “Vanaf een kilometer neemt de normale vegetatie het weer over.”

Stikstof, een heel normale cyclus

Nu zou je kunnen denken: wat hebben die poepende pinguïns op een onbewoond eiland bij de zuidpool te maken met de stikstofcrisis in Nederland? Volgens Han Lindeboom is dat duidelijk. Het scheikundige proces is namelijk niet anders. Stikstof dat bij de bron wordt uitgestoten daalt vervolgens ergens neer op de bodem.

Bij veestallen, bijvoorbeeld, ontstaat ammoniak (NH3) als stikstofrijke koeienurine in aanraking komt met bacteriën in koeienmest. De gasvormige stof vormt een wolk en slaat neer op de bodem via waterdeeltjes in de atmosfeer (neerslag) of na te zijn meegevoerd met de wind. Een voedingsbodem voor onder meer planten en paddenstoelen. Via plant of dier belandt ammoniak weer in onze omgeving, waarbij een deel weer wordt omgezet in het neutrale N2-gas. Dat is de stikstofcyclus in het kort, een proces dat zo oud is als de natuur.

“Ik ben gecanceld”

Wat is dan het probleem? Op sommige plekken dalen zoveel stikstofverbindingen neer, dat bepaalde planten er sneller groeien. Met name in de randen van beschermde natuurgebieden, zoals het Aamsveen bij Enschede, is dit terug te zien in de vorm van bramenstruiken of hoge grassen. 

Als dit aanhoudt, veranderen deze gebieden langzaam van heide in bos. Omdat stikstofgevoelige planten zoals de zonnedauw overwoekerd dreigen te raken (en daarmee ook bepaalde insecten wegblijven), stelt Nederland paal en perk aan extra stikstofuitstoot.

Stikstofreductie niet in Natura 2000-regels

In de praktijk betekent dit dat er een streep gaat door alle ruimtelijke plannen die zorgen voor meer dan 0,07 gram stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied. Dit zijn de door Europese wetgeving beschermde natuurgebieden die sinds 2004 door landen zelf zijn aangedragen. Gevolg is dat er op veel plekken geen woningbouw kan plaatshebben en agrariërs in hun voortbestaan worden bedreigd om ‘stikstofruimte’ te creëren.

icon_main_info_white_glyph

Han Lindeboom: een kort cv

Stikstofprofessor Han Lindeboom werd in 1952 geboren in Borne en groeide op in Hengelo. Hij verliet Twente om te studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. Later zou hij als (emeritus) hoogleraar Mariene Ecologie verbonden zijn aan de universiteit in Wageningen. Lindeboom is gepromoveeerd op stikstof, maar hield zich veel bezig met de dynamiek van het mariene ecosysteem, de effecten van veranderend ruimtegebruik en de vraag hoe te komen tot een wetenschappelijk onderbouwd duurzaam gebruik, beheer en bescherming van de zee. In 2011 werd hij door koningin Beatrix onderscheiden met de Eremedaille in de Huisorde van Oranje vanwege uitzonderlijke verdiensten op het terrein van wetenschap. Al vele jaren is Lindeboom woonachtig op Texel.

“Het grappige is”, vertelt Lindeboom, "dat in de habitatrichtlijn (de EU-regels voor Natura 2000-gebieden, red.) niets wordt gezegd over stikstof.” De emeritus hoogleraar Mariene Ecologie heeft gelijk. De Europese regelgeving is in het leven geroepen om beschermde natuurgebieden te versterken. Hoe die doelstelling wordt bereikt, is in principe aan de landen zelf.

In Nederland is stikstofreductie vastgelegd in de wet. De uitstoot en potentiële reductie wordt berekend aan de hand van rekenmodellen van het Rijksinstituut Voor Milieu en Gezondheid (RIVM). En daar wringt wat Han Lindeboom betreft de schoen. “Die modellen kloppen niet.”

Fouten in de modellen

Als de stikstofcrisis in 2019 uitbreekt wordt Han Lindeboom vanwege zijn deskundigheid door de LTO op Texel, waar hij woont, gevraagd om mee te denken. Hij verdiept zich in de modellen. “Bij Natura 2000-gebieden aan de Nederlandse kust zag ik dat behalve aan landbouw, een deel van de stikstofuitstoot werd toegeschreven aan de Noordzee. Maar als hoogleraar Mariene Ecologie kan ik zeggen: dat is onmogelijk. De Noordzee fungeert als een put en niet als een bron.”

Als Lindeboom zich meldt bij het RIVM, wordt de fout uiteindelijk aangepast. Althans… het resultaat van de stikstofmetingen wordt als feitelijk uitgangspunt beschouwd en het gedeelte van de uitstoot dat eerder aan de Noordzee werd toegeschreven wordt nu als ‘meetcorrectie’ in de modellen gehandhaafd. De meting is immers verricht en geeft een bepaalde stikstofwaarde aan. Waar die vandaan komt doet er blijkbaar niet toe.

Lees verder onder de afbeelding.


Schaapskudde 002
Schaapskuddes zijn een manier om de gevolgen van stikstofuitstoot voor de natuur te beperken.
Beeld: 1Twente/TwenteFM

“Maar ik ben op wat plekken wezen kijken”, legt Lindeboom uit. Hij constateert dat er op veel plekken andere invloeden zijn. “Bij Callantsoog trof ik bijvoorbeeld een kolonie met aalscholvers aan, pal naast de meetlocatie. Dat kan een wezenlijke invloed hebben op de gemeten stikstofuitstoot.” Met andere woorden zegt Lindeboom dat het ‘modeldenken’ niet overeen hoeft te komen met de harde praktijk. “Als je de meetcorrectie zou weglaten blijven er van de 22 natuurgebieden aan de kust waar te veel stikstofdepositie zou zijn, nog maar 14 over. En daar is de belasting al een stuk minder.”

Geen gehoor bij eigen partij

Volgens Lindeboom wil het RIVM zich verder niet branden aan de stikstofberekeningen. Het wel of niet meenemen van de ‘meetcorrectie’ in de modellen wordt gezien als een politieke keuze. Dus meldt de hoogleraar zich bij zijn eigen partij, D66. Hij vindt er geen gehoor bij toenmalig Kamerlid Tjeerd de Groot, een van de hoofdrolspelers in het stikstofdebat, die voor een halvering van de veestapel pleit om het probleem op te lossen.

Als interne ‘D66 Focusgroep Stikstof’ publiceert Lindeboom vervolgens samen met collega-wetenschappers hun bevindingen. De twijfels over het stikstofrekenmodel Aerius, maar ook de conclusies uit het onderzoek op Marioneiland worden daarin meegenomen. Bijvoorbeeld dat slechts een gedeelte van het uitgestoten stikstof direct naast de bron neerdaalt, maar dat een groot deel uitwaait. Met gerichte (vaak technische) ingrepen kan de stikstofuitstoot op gevoelige gebieden al worden teruggedrongen, is het advies. Maar het mag niet baten. Lindeboom ervaart dat het rekenmodel van de RIVM niet ter discussie gesteld mag worden en krijgt niet of nauwelijks nog serieus gehoor binnen D66. “Ik ben gecanceld.”

Eureka-moment in De Lutte

Nu, enkele jaren later, doet Han Lindeboom opnieuw zijn verhaal. Zoals hij dat eerder al deed bij journaliste Marianne Zwagerman op NPO1 Radio. Er zijn nieuwe inzichten, die het maken dat de hoogleraar nog meer overtuigd is dat het met die ‘stikstofcrisis’ wel meevalt. Zo heeft hij ontdekt dat er op Texel volop ‘stikstofgevoelige’ planten bloeien in gebieden die volgens de officiële metingen worden blootgesteld aan veel te grote hoeveelheden stikstof.

“Het uitgangspunt zou de daadwerkelijke staat van de natuur moeten zijn. Geen alarmisme, maar gezond verstand”

En onlangs, op bezoek bij de vakantieboerderij Zanderink op Aust van ‘Boer Frans’ in De Lutte, worden de ogen van de emeritus hoogleraar verder geopend. Tijdens een fietstocht over de Vrijdijk richting Beuningen, letterlijk op de grens tussen Nederland en Duitsland, ziet Lindeboom duidelijke verschillen. “Aan de Nederlandse kant oude boerderijen en stallen, aan de Duitse kant nieuwe kippenstallen met hoge schoorstenen. Beide gebieden binnen de EU.”

De stikstofnorm in Duitsland ligt aanzienlijk hoger dan in Nederland. “En dat is goed te zien. Er zijn veel meer bramenstruiken langs de weg. Kennelijk vinden de Duitsers dat niet zo’n probleem. Stel, we zouden de grens virtueel naar onze westkust verplaatsen, dan hebben de Nederlandse boeren in het gebied ineens geen stikstofprobleem meer.”

'Er zijn veel meer manieren'

Wat de stikstofprofessor ermee wil zeggen, is dat de natuur wel doorgaat. Bij veel stikstofdepositie wordt die natuur alleen anders. Volgens Lindeboom is het een keuze in hoeverre je stikstofgevoelige gebieden wil beschermen. “En dat, als je dat wil, je inderdaad geen grote stal binnen 250 meter van die natuur wil hebben”, zegt hij met oog op zijn bevindingen op Marioneiland. “Maar voor de rest zijn er heel veel andere manieren om de gevolgen van een stikstofrijke bodem tegen te gaan.”

Dat kan bij koeienstallen, met technieken die mest en urine van elkaar scheiden. Maar ook door natuur- en waterbeheer op locatie. Bijvoorbeeld door te plaggen of schaapskuddes te laten grazen. Schapen eten het gras en de jonge boompjes en voorkomen zo dat de heide dichtgroeit. Het is een van de belangrijke oorzaken waardoor heidevelden ooit zijn ontstaan.

Een hoge dikke muur om Den Haag

Maar een oplossing is er voorlopig niet. Nederland heeft het stikstofdoel – op basis van dat RIVM-model – vastgelegd in de wet. Juridische processen tegen stikstofuitstotende plannen worden dus vaak gewonnen. Maar wetten kunnen veranderd worden. De sleutel van het stikstofslot ligt dus in Den Haag. “We zitten vast in een ijzeren kooi en om Den Haag staat een dikke muur van minstens vijf kilometer hoog en vijf meter dik”, schetst Han Lindeboom.

Boerenprotest 1 Ernst Bergboer
Lees ook
Boerenprotest in Enschede: tientallen trekkers rondom stadhuis, burgemeester spreekt demonstranten toe

Zijn hoop is gevestigd op het nieuwe kabinet. Maar politici, overheden, ambtenaren, wetenschappers, pers en gerechtelijke macht houden elkaar volgens de stikstofprofessor in een wurggreep. “Het uitgangspunt zou de daadwerkelijke staat van de natuur moeten zijn. Geen alarmisme, maar gezond verstand.” En dat was ook zijn oproep onlangs tijdens een lezing bij het Koninlijk Instituut voor Ingenieurs (Kivi) in Rotterdam.

Lindeboom vertelt zijn verhaal naar eigen zeggen om de boeren te helpen. “Ik heb het met die mensen te doen, omdat de regels niet kloppen.” Het inkrimpen van de veestapel omwille van het stikstofbeleid ziet de wetenschapper, die nog steeds lid is van D66, als een verkeerde route. “Daarmee helpen we onze economie om zeep.”

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie?
Tip onze redactie via mail of telefoon. Deze vind je op onze contactpagina.