Het kan zo op een tegeltje. Het decor: de aftrap van de Dag van de Stad op het podium van het Wilminkheater. Zo’n achthonderd deelnemers in de zaal, afgereisd naar het oosten vanuit een honderdtal gemeenten in het hele land. De vraag: wat burgemeester Roelof Bleker hoopt dat zij mee gaan nemen. Het antwoord: “Niet ‘Enschede is ver’, maar ‘Enschede is verder’."
Het is een jaarlijks terugkerend feestje voor ambtenaren, bestuurders, ondernemers, vrijwilligers, eigenlijk iedereen die zich er mee bezighoudt: de Dag van de Stad. Steden zijn voortdurend in beweging. Zeker in tijden van klimaatverandering, toenemende sociale ongelijkheid, democratisch verval, polarisatie en meer van dat soort problemen. Maar hoe pak je dat aan? 'Stadsmakers' uit het hele land zoeken elkaar op om inspiratie op te doen. Dit jaar in Enschede, voor het eerst in Twente.
De zaal van het Wilminktheater zit driekwart vol. Naar schatting een dikke zevenhonderd mensen. Volgens de organisatie hebben zich een duizend deelnemers aan De Dag van de Stad aangemeld. Dagpresentator Ajouad El Miloudi, bekend van onder meer het consumentenprogramma Keuringsdienst van waarde, loodst het publiek langs de geschiedenis en het nu; dat wat Enschede heeft gevormd tot de stad die ze is en gaat worden.
Willem Wilmink is dan onontkoombaar; in de linkerhoek van het toneel is ingericht als replica van de stamkroeg van de dode dichter, het Bolwerk.. Tafeltjes met Perzische tapijtjes, eromheen koffiestoeltjes zoals je die in bruine kroegen vindt. Aan tafel schrijver en cabaretkenner Frank Verhallen, een vriend van wijlen Willem. Het oorlogstrauma, niet kunnen wennen aan Amsterdam, de hang naar ons-kent-ons, de vuurwerkramp die hem mentaal de nek omdeed en waarover hij dichtte.
Lees verder onder de afbeelding.
Verhallen: “Af en toe denk ik: wat fijn dat Willem er niet meer is. Hij had het heel moeilijk gehad met deze tijd.” Hij doelt op de neergang van de saamhorigheid, die Wilmink zo dierbaar was. Kleur, afkomst en geslacht deden er niet toe. Hij dichtte ‘Twee vriendinnen’, klasbakkenband Quasimodo speelde en zong het in een eigen variant: Vriendschap.
Annemieke Koster van Textielstad Enschede komt voorbij. Haar bedrijf maakt nieuwe stoffen van vlas, gerecycled katoen en petflessen. Met een cadeau aan de stad, want ook het bedrijf is jarig en wie jarig is trakteert: twee joekels van banen stof, bedrukt met het gedicht dat Wilmink schreef over die ramp: Enschede huilt.
Stadsbouwmeester Jessica Hammarlund Bergmann houdt een betoog over de teloorgang van de oude textielindustrie, over de sociaal-economische impact van die implosie, de overstroming die Pathmos vorig jaar zomer trof. En over een stad waar het voor iedereen tof wonen is en blijft. Over stadsontwikkeling die rekening houdt met de vraagstukken van deze tijd. Dat er gebouwd en ontwikkeld moet worden, behoeft geen betoog. Vraag is vooral wat je bouwt, voor wie, waar en hoe.
Na Bleker’s ‘Enschede is verder’ (en de melding dat Twente met 100.000 inwoners wil groeien) trekken honderden ‘stadsmakers’ de stad in. Met bussen, op fietsen en te voet. Op het programma staan onder meer bezoeken aan Roombeek, Patmos, het bedrijf van Koster, Scoren in de Wijk van FC Twente, Kennispark Twente en landgoed Zonnebeek.
Lees verder onder de afbeelding.
Wie niet op ontdekkingsreis gaat, kan naar lezingen van denkers, schrijvers en doeners als Ahmed Aboutaleb, David van Reybrouck en Tommy Wieringa. Die kregen de vraag wat zij de wereld nog wilden zeggen als dit hun laatste lezing zou zijn. Of naar ‘specials’, zoals die met Hadassa Meijer. Meijer ondervond de vuurwerkramp aan den lijve en richtte het Huis van Verhalen op.
Aboutaleb, oud-burgemeester van Rotterdam, vertelt het verhaal van Singapore, een stad van ruim 6 miljoen inwoners die zich in razend tempo ontwikkelt tot de meest groene, klimaatbestendige en zelfvoorzienende metropool ter wereld. Van Reybrouck en Wieringa leggen de nadruk op democratie en vrijheid. “Alles innoveert”, zegt de cultuurhistoricus uit België, ‘behalve de democratie.”
Wieringa schreef onlangs ‘Optimisme zonder hoop’, een warm pleidooi voor een maatschappij zoals wij die kennen tegen de achtergrond van krachten die haar om zeep dreigen te helpen. “We staan op schouders van reuzen, niet in de schaduw van dwergen. Ook als die samenleving van vrijheid verloren gaat en het recht van de sterkste het wint, wij hebben het gekend. Hoe kort het ook geduurd heeft. Het heeft bestaan. Het heeft bestaan.”
Lees verder onder de afbeelding.
Bij veel deelnemers lijkt vooral die sociale kant van stadsontwikkeling te blijven hangen. Een deelnemer schiet Meijer aan. ‘Dankjewel. We hebben er echt iets aan gehad.” Bij de rampplek in het herrezen Roombeek komen we haar opnieuw tegen, een ambtelijk directeur. Hier is voor het eerst gewerkt met een stedenbouwkundige filosofie die inwoners als startpunt nam. Een les van bouwmeester Pi de Bruin, die met de Bijlmermeer had ondervonden dat ontwerp vanaf de tekentafel geen garantie is voor succes.
“Als er zoiets gebeurt heb je niet zoveel aan protocollen”, zegt de directeur. “Dan gaat het toch vooral om die menselijke kant. Niet eventjes, maar jarenlang. Dat nemen we wel mee, ja.” Naar Oegstgeest, blijkt desgevraagd.