Koninklijk bezoek vandaag bij praktijkcentrum RIBO aan de Haarweg in Hengelo. Koningin Máxima kwam kijken hoe de leerlingen daar leren restaureren. Ze was er op uitnodiging van het Cultuurfonds. Dit fonds investeert in erfgoed en het behoud van ambachten. En dat is precies waar de leerlingen in Hengelo voor worden opgeleid.
Mart Voort is een van de leerlingen van RIBO. De afgelopen tijd is hij bezig geweest met het maken van de wieken van een molen: "Het is een stukje geschiedenis van Nederland, dat zie je nergens anders op de wereld. Niet iedereen kan dit maken. Het is echt een ambacht."
Mart wordt opgeleid tot restauratietimmerman. In dit werk komen twee passies van hem samen: "Van jongs af aan heb ik altijd al wat gehad met geschiedenis en oude dingen. Ik wist ook altijd al dat ik timmerman wilde worden."
Het mooiste aan het vak vindt hij het stukje geschiedenis: "Overal zit een verhaal achter. Tweehonderd jaar geleden hebben mensen dat stuk hout vastgehad wat jij nu in je handen hebt. Dat vind ik altijd wel een unieke gedachte."
Deze dag staat echter in het teken van het hoge bezoek, niet van het harde werken. Ook de nuchtere Mart vindt het bijzonder dat koningin Máxima bij RIBO komt buurten: "Ik vind het wel een beetje spannend. Al die aandacht ben ik niet gewend, maar het is hartstikke leuk dat ze vandaag komt kijken."
Lees verder onder de afbeelding.
Cathelijne Broers, directeur van het Cultuurfonds, is uiteraard blij met de komst van de koningin. Tijdens het bezoek wordt er aandacht gevraagd voor het belang van oude ambachten en vakmanschap. Broers vertelt: "Het Cultuurfonds investeert in de hele breedte van erfgoed. We zien dat er zorg is over een gebrek aan ambachtslieden in de toekomst."
Dat tekort kan een probleem gaan worden: "Er is in Nederland heel veel erfgoed en dat moet bewaard blijven. Bij RIBO leren ze daarvoor, die mensen zijn dus hard nodig." Dat vertelt ze graag tegen Máxima: "De koningin houdt zich bezig met wat er in Nederland speelt. En wij zien hierin een belangrijke opgave voor haar. Nu zijn er nog mensen die het vak echt in de vingers hebben en het goed kunnen overdragen. Dus nu is het moment om dat aan de nieuwe generatie over te dragen."