Het gemeentebestuur van Oldenzaal heeft zich de afgelopen weken flink in de nesten gewerkt. De betrekkingen met buurgemeenten Dinkelland en Losser zijn – gevreesd moet worden voor langere tijd - danig verstoord met het ter inzage leggen van een concept omgevingsvisie. Daarin wordt klip en klaar de intentie uitgesproken om richting 2050 te willen groeien als stad; waar nodig over de gemeentegrenzen heen.
Dat heeft kwaad bloed gezet. Bij inwoners, politiek en bestuur in de buurgemeenten. Niet alleen door de manier waarop de plannen plompverloren – in vakantietijd - bij de buren over de schutting werden gegooid, maar vervolgens ook door de manier waarop er vanuit Oldenzaal werd gecommuniceerd over de commotie die ontstond. Of, beter gezegd niet werd gecommuniceerd.
Nu de concept omgevingsvisie inmiddels volledig is teruggetrokken, kan worden vastgesteld dat er met name in de communicatie door het Oldenzaalse gemeentebestuur fout op fout is gestapeld. Door in eerste instantie niet, of halfslachtig te reageren op de ontstane onrust, breidde de aanvankelijk ondergronds smeulende veenbrand van onrust en verzet zich razendsnel van Oost-Deurningen, via Lemselo en Rossum uit naar De Lutte.
Dat het smeulende vuurtje uitgroeide tot een uitslaande brand, had veel te maken met het onderliggende sentiment van plattelanders, die zich afzetten tegen ‘arrogante stadsen’. Dat sentiment – door bijvoorbeeld de Losserse komiek Jan Riesewijk vaak op ludieke wijze verwoord – sloeg nu om in ressentiment; van van gezond wantrouwen naar pure vijandigheid. Het gemeentebestuur van Oldenzaal werkte dat zelf mede in de hand door zich naar buiten toe formeel lang in stilzwijgen te hullen. Dat werd uitgelegd als ‘stadse arrogantie’.
Het is overigens de vraag of er bewust voor deze terughoudende ‘communicatiestrategie’ is gekozen. Waarschijnlijker is dat het Oldenzaalse college (deels nog op vakantie) zelf ook onaangenaam werd verrast door de commotie, die in eerste instantie onder oplettende inwoners van Lemselo en Rossum was ontstaan over de omgevingsvisie. Wat op zich ook al weer een onbegrijpelijke inschattingsfout mag worden genoemd. Immers, zoals een Dinkellandse politicus het treffend verwoordde: Je kunt toch geen bouwvergunning aanvragen op grond van je buurman zonder eerst te overleggen.
Terwijl het verzet groeide, waarbij ook politiek en bestuurders in Dinkelland en Losser zich in stevige bewoordingen aansloten, bleef het Oldenzaalse college vasthouden aan de gekozen strategie van karige communicatie. Burgemeester Welman trok weliswaar publiekelijk het boetekleed aan waar het ging om de wijze en tijdstip waarop omgevingsvisie naar buiten werd gebracht, maar hield tegelijkertijd wel vast aan de inmiddels omstreden uitgangspunten van de visie: groei, zo nodig over de gemeentegrenzen heen. In de concept omgevingsvisie concreet uitgewerkt met de verkenning van een rondweg op het grondgebied van Dinkelland en Losser en de mogelijke aanleg van een (goederen)spoortracé langs de A1.
Toen de weerstand van inwoners, politiek en bestuur in Dinkelland en Losser in korte tijd groter en groter werd, deed het college van Oldenzaal voor het eerst een kleine ‘handreiking’: de termijn voor het indienen van zienswijzen tegen de omgevingsvisie werd verlengd van 9 september tot en met 3 oktober. Dit gebaar ging gepaard met een al even mager formeel publiekelijk mea culpa van het college over de gevolgde procedure: “Achteraf gezien hadden sommige zaken beter afgestemd en gecommuniceerd kunnen worden.”
Het bracht de geest niet terug in de fles. Integendeel. In De Lutte werden de messen geslepen in aanloop naar een informatieavond voor verontruste en boze inwoners, die zich vooral grote zorgen maken over de mogelijke aanleg van een (goederen)spoorlijn, die door natuurgebied Boerskotten en het Arboretum zou lopen. De vrees dat de met een stippellijn op een kaartje getekende rondweg ook over de Tankenberg zou lopen was op dat moment al weggenomen door Oldenzaal.
Luttele uren voor aanvang van die bijeenkomst hield het college van Oldenzaal tijdens een persgesprek nog bij hoog en laag vol dat het vast hield aan de belangrijkste uitgangpunten van de omgevingsvisie, maar wel bereid was tot wat ‘aanpassingen’ waar het ging om groeiambities over de gemeentegrenzen heen. Met die intentie begaf het college zich aan het eind van die middag op weg naar Losser voor een gepland ‘bestuurlijk overleg’, bedoeld om de kou uit de lucht te halen.
Dat bleek opnieuw een inschattingsfout, want ook bestuurlijk bleken de verhoudingen inmiddels dusdanig verziekt, dat de Oldenzaalse delegatie op een massieve muur van weerstand stuitte. Met enkele aanpassingen namen de bestuurders van Losser geen genoegen, zo werd ‘Oldenzaal’ direct al te verstaan gegeven; de hele omgevingsvisie moest worden ingetrokken. Omdat de Oldenzaalse bestuurders wel inzagen dat hun ‘openingsbod’ te weinig ‘comfort’ bood (zoals wethouder Christenhusz het later eufemistisch zou omschrijven), restte niets anders dan ter plekke bakzeil te halen.
Waarna vervolgens aan Oldenzaalse zijde opnieuw een cruciale fout in de communicatie over deze plotse wending in dit dossier werd gemaakt. In plaats van de eigen communicatieafdeling als de wiedeweerga een persbericht te laten opstellen, liet Oldenzaal het aan burgemeester Jeroen Diepenmaat van Losser om deze verrassende ‘plottwist’ wereldkundig te maken. Dat gebeurde tot verrassing van vriend en vijand aan het begin van de informatieavond in De Lutte, waar ruim 100 boze en bezorgde inwoners klaar zaten om zich met hand en tand te verzetten tegen de expansiedrift van Oldenzaal.
De boodschap van Diepenmaat zorgde vanzelfsprekend voor opluchting bij de aanwezigen, maar die sloeg ook al weer snel om in twijfel. Immers, wat betekende de mededeling namens Oldenzaal uit de mond van de Losserse burgemeester nu precies? Moest er niet eerst worden gewacht op een officiële verklaring van Oldenzaal? Was de omgevingsvisie nu echt van tafel? Had het nog zin om zienswijzen in te dienen? Kortom, de twijfel over de echte bedoelingen van Oldenzaal zat diep.
Het duurde vervolgens twee dagen voordat het college van Oldenzaal met die officiële verklaring kwam. Op papier uiterst summier, maar in een persgesprek door wethouder Christenhusz en burgemeester Welman wel uitvoerig toegelicht. Waarbij als verweer voor deze late reactie werd aangevoerd dat men de tijd wilde nemen om intern eerst iedereen te informeren, alvorens met een zorgvuldig geformuleerde verklaring naar buiten te komen. Tussen de regels door viel te beluisteren dat zelfs de betrokken ambtenaren totaal werden verrast door de plotselinge draai van het college.
Tijdens het persgesprek toonden wethouder Christenhusz en burgemeester Welman zich ‘optimistisch’ over het herstel van de betrekkingen met de buurgemeente. De vraag is of beide bestuurders hier niet opnieuw een inschattingsfout maken over de grootte van schade die door deze affaire is aangericht. Door de handelwijze inzake de omgevingsvisie heeft het toch al wankele vertrouwen van de inwoners van de plattelandsgemeenten Dinkelland en Losser in de ‘arrogante’ bestuurders van de stad Oldenzaal een flinke knauw gekregen.
In de nabije toekomst zal zelfs de geringste vingerwijzing over de gemeentegrens heen met argusogen worden bekeken. Tijdens de bijeenkomst in De Lutte liet de woordvoerder van de werkgroep ‘Handen af van De Lutte’ al weten ‘scherp’ en ‘alert’ te blijven. De spandoeken, die klaar lagen in Lemselo en Rossum zijn opgerold, maar kunnen elk moment weer uit de kast worden getrokken. En datzelfde geldt voor de zienswijzen, die al zijn ingediend of in concept gereed liggen.
Het is te hopen dat op het bestuurlijke vlak de ratio weer snel de boventoon gaat voeren. Want, hoe dan ook zullen de gemeenten komende decennia met elkaar moeten samenwerken om de toekomstige uitdagingen op het gebied van woningbouw en bedrijvigheid het hoofd te kunnen bieden. Zo is Twente door het Rijk aangemerkt als een regio waar een ‘schaalsprong’ mogelijk is, onder meer door de bouw van 100.000 woningen. Enschede, Hengelo en Almelo nemen daarvan het overgrote deel voor hun rekening.
In november 2024 besloten Rijk en regio (Provincie Overijssel, Waterschap Vechtstromen en de 14 Twentse gemeenten) om samen een verstedelijkingsstrategie voor Twente te gaan maken. Dit wordt de ruimtelijke ontwikkelstrategie Twente (ROS) genoemd. De ROS verkent een schaalsprong in Twente tot 2050. Een Twente dat tot 2050 met meer dan 100.000 inwoners groeit, met minstens 60.000 nieuwe woningen en 50.000 nieuwe banen.
In dit krachtenveld sorteerde Oldenzaal al vroegtijdig voor op een positie als ‘schakel’ tussen de plattelandsgemeenten van noordoost Twente en de grootstedelijke ruimtelijke ontwikkelingen in Enschede, Hengelo en Almelo. Oldenzaal wil doorgroeien van 32.000 naar 40.000 inwoners, waarbij vooral wordt ingezet op het aantrekken van jonge gezinnen met kinderen, voor wie er dan wel woningen en werk moeten zijn. Maar ook voldoende voorzieningen en een prettig woon-werkklimaat.
Oldenzaal verdient lof dat het de moed had om vroegtijdig een gedurfde visie te ontwikkelen op de eigen positie in toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in noordoost Twente en Twente als geheel. Het komt niet zo vaak voor dat lokale bestuurders verder durven te kijken dan een raadstermijn van vier jaar. In de haast om de omgevingsvisie nog voor de gemeenteraadsverkiezingen in maart volgend jaar vastgesteld te hebben, ‘vergaten’ de Oldenzaalse bestuurders de buurgemeenten echter mee te nemen in hun visie op de toekomst.
Ze dachten op ‘pole position’ te zitten, maar staan nu voor een lastige inhaalrace door de ‘tijdstraf’ die ze door de buurgemeenten opgelegd hebben gekregen. Er zal immers veel tijd gaan zitten in het ‘netjes beantwoorden’ van alle ingediende zienswijzen (zo’n 80) en het opstellen van een nieuwe omgevingsvisie, zonder de gewraakte passages over groeiambities over de eigen gemeentegrenzen heen. De tijd die daarvoor nodig is, kan Oldenzaal gebruiken voor herstel van de danig gebutste vertrouwensband met de buurgemeenten.
Hoeveel tijd daar voor nodig is, is op dit moment moeilijk te zeggen. Hoe dan ook, Oldenzaal heeft geen keuze. Al was het maar omdat het de buurgemeenten nodig heeft voor het oplossen van toekomstige problemen. Burgemeester Welman had gelijk, toen hij zei: “De knelpunten op het gebied van woningbouw en mobiliteit blijven natuurlijk. Daar moeten we het met elkaar over hebben, want we hebben elkaar ook nodig om die op te lossen.”
Op maandag 15 september wordt tijdens een politieke avond de raad geïnformeerd over de ingetrokken concept Omgevingsvisie Oldenzaal 2050. In die nieuwe visie zullen ‘bovenlokale vraagstukken’ zoals de rondweg, het goederenspoor en de uitbreidingspijl over de gemeentegrens niet terugkeren. De presentatie voor raadsleden van het vervolgtraject begint veelbetekenend met een schuldbekentenis: “We betreuren de onrust en onduidelijkheid.” Er wordt ook beterschap beloofd waar het gaat om het betrekken van ‘inwoners, ondernemers, stakeholders, ketenpartners, zoals buurgemeenten en andere belanghebbenden’ bij het proces. Verder zullen alle ingediende zienswijzen zorgvuldig worden beoordeeld. Daarmee hoopt men in de eerste week van november klaar te zijn, waarna alle indieners een reactie krijgen. Oldenzaal heeft tot 1 januari 2027 de tijd om met een nieuwe versie van de omgevingsvisie te komen die ‘beter is afgestemd met de omgeving’.