Verkeer
Stuur appje
Zoek

De herdenking van de Twentse razzia, een ritueel dat niet went

Bert Woudstra - synagoge
Bert Woudstra.
Beeld: Ernst Bergboer

Het is 84 jaar geleden. Honderdvijf mannen uit negen Twentse gemeenten worden opgepakt, weggevoerd en vermoord. Mauthausen, Oostenrijk. Tussen de 17 en 53 jaar oud. Joden. Hun lot wordt ieder jaar opnieuw herdacht, bijna ritueel. Wennen doet het niet.

Bert Woudstra zit op de voorste rij. 93 jaar jong, oud is niet een woord dat hem past. Markante kop onder een breedgerande hoed. Synagoge, hoofddeksel voor mannen verplicht. ‘Meester Bert’, zeggen ze op de Prinseschool hiernaast. Leerlingen van groep acht lezen honderdvijf namen voor. Bedachtzaam. Bijna aan het eind: “Frits.” Pauze. “Woudstra.”

Opgeruimd staat netjes

De man op de voorste rij hoort het met lichtgebogen hoofd aan, schijnbaar onbewogen. Vergroeid met die naam, met het verhaal van zijn vader. Een verhaal dat heel veel Tukkers kennen, onderdeel van het collectieve geheugen van de regio.

Frits Woudstra was één van die honderdvijf, opgepakt en vermoord om wie hij was. Afkomst, achternaam en uiterlijk als het enige criterium voor een onverbiddelijk oordeel: deugt niet. Met een even onverbiddelijke consequentie: weg ermee, opgeruimd staat netjes.

Het lijntje met toen is kort

Het gebeurde eind september 1941. Alsof het gisteren was. Want het lijntje tussen die naam in de Enschedese synagoge, de markante kop van een 93-jarige en de stem van het twaalfjarige meisje dat hem voorleest is kort. Zij heeft het verhaal van ‘meester Bert’ gehoord. Zij, haar ouders en leerkrachten lezen en horen elke dag verhalen die je er zo naast kunt leggen.

Lees verder onder de afbeelding.


Meisje - voordracht - synagoge
Kinderen van groep acht van de Prinseschool lezen honderdvijf namen voor, slachtoffers van de Twentse razzia van eind september 1941.
Beeld: Ernst Bergboer

“Antisemitisme was na de Tweede Wereldoorlog een taboe”, zegt Eddo Verdoner, nationaal coördinator antisemitismebestrijding, een adviseur van de minister van Justitie en Veiligheid. “Maar de herinnering, de feiten en de lessen, vervagen.” Waar je lange tijd werd aangesproken op het rücksichtlos wegzetten van groepen mensen, is het sluipenderwijs ‘normaal’ geworden in het publieke debat.

“Dat gaat niet alleen om de Joodse gemeenschap”, vervolgt Verdoner. “Het ondermijnt de sociale cohesie.”

Een gepantserde wagen

Opperrabijn Binyomin Jacobs is in een gepantserde wagen en persoonlijke beveiliging vanuit Amersfoort naar Enschede gekomen. Noodzaak, inmiddels. In elk geval voor hem. In zijn toespraak legt hij een verband met de herdenking in Enschede dat naderhand wordt gecorrigeerd: veiligheid zou de reden zijn dat deze herdenking in de synagoge plaatsvindt. Niet erbuiten, zoals in voorgaande jaren.

Burgemeester Bleker, die namens de gemeente bloemen legde, weerspreekt dat. Net als Frank Overweg, secretaris van het herdenkingscomité. Plan was om, zoals altijd, buiten te herdenken. Bij het monument, dat voor de synagoge staat. “Ik heb maandag de stoelen al afgebeld”, zegt Overweg. Vanwege de weersverwachtingen, niet om veiligheidsredenen. “En dan nog, daar wijken we niet voor.”

Een wake-up call

Daarbij: dit is Twente. Zo heet wordt de soep hier niet gegeten, hoe ernstig het signaal van die gepantserde wagen van de rabbijn ook is. En uitgerekend hier werd die razzia, met de mannen die voorgoed verdwenen, een wake-up call die een oorlog lang duurde. Het was ernst. De maatregelen van de nazi’s tegen een paar bevolkingsgroepen waren meer dan alleen pesterij of discriminerend, ze waren de aanzet tot vervolging en moord.

icon_main_info_white_glyph

De Twentse razzia

Op zaterdagavond 13 en zondag 14 september 1941 pakten de Duitsers 105 Twentse mannen op. Inwoners van Almelo, Borne, Delden, Denekamp, Enschede, Goor, Haaksbergen, Hengelo en Oldenzaal. Uit alle rangen en standen, met één overeenkomst: ze waren Jood. Twee dagen later ging deze groep op transport, bestemming Mauthausen. Vier maanden was geen van hen meer in leven.

 

Aanleiding voor deze ‘Twentse razzia’ waren sabotageacties van een Enschedese verzetsgroep, die tot twee keer toe buiten de stad telefoonkabels doorknipte. De Duitse bezetter nam wraak. Gevolg was wel dat Twente al vroeg in de oorlog besefte dat het de nazi’s menens was. In mei 1941 werden Joden verplicht een gele ster te dragen; parken, restaurants, theaters en zwembaden waren voor hen al langer verboden terrein, maar dit ging een stap verder.

 

De Twentse razzia werd de start van een verzetsbeweging die de helft van de Joden uit de stad het leven redde. Met dominee Leendert Overduin als drijvende kracht.

 

In november 1991 werd bij de Enschedese synagoge een monument onthult als nagedachtenis aan die razzia en de slachtoffers ervan. Sindsdien vindt er daar ieder jaar een herdenking plaats.

Enschede werd al in een heel vroeg stadium de bakermat voor ondergronds verzet dat ruim duizend Joden uit de regio het leven redde. Ongeveer de helft van de vooroorlogse Joodse bevolking, het dubbele van de rest van het land. Onder wie Bert Woudstra.

De Enschedese Joodse Raad speelde daarin een sleutelrol; die veinsde medewerking met de bezetter, maar speelde de namen op transportlijsten door aan het verzet. Anders dan in Amsterdam, waar ‘onderduiken’ in het woordenboek van die raad niet voorkwam.

Ellen Koopmans - Willy Berends
Lees ook
Nieuw boek over de Oskar Schindler van Twente: ‘Leen, iets dat te maken heeft met God’

Enschedese ambtenaren en politie-beambten zaten in het complot, textielmagnaten financierden, talloze doodgewone burgers boden onderdak, de namen Overduin en Zwiep zijn onuitwisbaar verbonden met die Twentse oorlogsgeschiedenis.

De roep om inkeer

Na zijn toespraak blaast Jacobs de sjofar, de ramshoorn. Een oeroud Joods gebruik, dat zijn oorsprong vindt in de Thora. Het geldt als een wake-up call, legt hij uit. “Ontwaak. Wordt wakker, besef wat er gaande is.” Het is een oproep om tot inkeer te komen, als voorbereiding op de toekomst. Voor gelovige Joden: een messiaanse toekomst, waarin verzoening en vrede de norm zijn.

Lees verder onder de afbeelding.


Biyomin Jacobs - rabbijn - sjofar - synagoge
Opperrabijn Binyomin Jacobs blaast op de ramshoorn.
Beeld: Ernst Bergboer

“Ik hoop dat over 80 jaar de nazaten van de mensen van nu hier ook zullen staan om te gedenken”, sluit de opperrabijn af. Dat zou zomaar kunnen. Er is weinig reden om te denken dat dit soort verhalen - over discriminatie, haat, geweld èn het verzet daartegen - dan niet meer relevant zijn.

Jacobs zal die sjofar dan niet meer blazen, maar er zal vast iemand zijn die de ramshoorn van hem overneemt.

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie?
Tip onze redactie via mail of telefoon. Deze vind je op onze contactpagina.