De Enschedese MuseumFabriek is op zoek naar zelfmaakmode uit de jaren 1950-1990. In die periode snorden achter duizenden voordeuren naaimachines en was huisvlijt in de kledingkast en op straat heel gewoon. Vaak gemaakt van met korting gekochte couponnetjes uit de Twentse textielfabrieken.
De Museumfabriek heeft een forse textielcollectie, overblijfsel van het textielmuseum van weleer, dat na de vuurwerkramp samenging met natuurhistorische en cultuurhistorische musea die Enschede rijk was. Thuismaakmode is in die collectie nauwelijks vertegenwoordigd.
Over de band tussen Enschede en Twente en textiel, hoeven we het niet te hebben. In de decennia na de oorlog kreeg die band een extra dimensie: de boel moest weer worden opgebouwd. De economie had jaren stilgelegen. Gedurende een korte tijd rookten de schoorsteenpijpen en ratelden de weefgetouwen uitbundig. De vraag naar textiel was groot.
Het volk had niet veel te besteden en de fabrieken speelden daar op in. Werknemers van fabrieken als Schuttersveld, Menko en Jannink konden met korting stof kopen en maakten daar dankbaar gebruik van. Er brak een periode aan waarin ‘haute couture de maison’, zelfmaakmode, een enorme vlucht nam. Hele volksstammen liepen in een door moeders gemaakt kloffie.
Tot ‘fast fashion’ zijn intrede deed en allerlei vormen van textielhuisvlijt verdrong. Eigen creativiteit maakte plaats voor eenheidsworst en rokende fabriekspijpen verdwenen. Overigens zonder dat de wereld er schoner op werd.
Die vorm van huisvlijt maakt onderdeel uit van de Twentse textielgeschiedenis, als je het de collectiebeheerders van de MuseumFabriek vraagt. Regionaal erfgoed, dat bewaard moet worden. “Zelfmaakmode vertelt niet alleen het verhaal van creativiteit en vakmanschap, maar ook van de sterke band tussen Twente en de textielindustrie,” zegt collectiebeheerder Astrid Hage. “We hopen dat mensen hun kledingstukken verhalen met ons willen delen.”
Het is 1964. N.V. De Nijverheid heeft een toezegging dat The Beatles voor een optreden naar Enschede komen. De textielgigant ontwerpt alvast stof met een (matig geslaagde) afdruk van de ‘fab four’. In ademloze verwachting: 6 juni, het contract is getekend. En omdat er geld mee te verdienen is, natuurlijk.
In april valt het plan in het water. Er is geen zaal te vinden die groot genoeg is voor zes- à zevenduizend mensen, zeg: krijsende en gillende tienermeiden. De in aanbouw zijnde Twenthal is de enige optie, maar die wordt uitgerekend op 6 juni opgeleverd. En het stadsbestuur ziet eerder gebruik niet zitten.
De jongens uit Liverpool hebben de tickets al geboekt en er wordt een alternatief gevonden: de Veilinghal in het Noordhollandse Blokker. Daar vindt op 6 juni 1964 het enige concert plaats dat The Beatles in Nederland zullen geven.