De watermolen in Oele maalt al jaren geen tarwe meer voor consumptie, maar draait nog regelmatig voor demonstraties, gegeven door vrijwillige molenaars die de Oelermolen als geen ander kennen. Wat maakt dit oude ambacht zo bijzonder dat mensen het vrijwillig blijven uitvoeren? 1Twente vroeg het aan drie molenaars in Oele.
De watermolen kent meerdere namen. Een kleine greep: Oldemeule, Oelemöle en Oelermolen. Het is een korenwatermolen waarin vroeger tarwe werd gemalen. Volgens oude documenten bestaat hij al sinds 1334. In de Tweede Wereldoorlog heeft de molen nog gedraaid voor consumptie, maar later raakte hij in verval.
Bij de Oelermolen zijn momenteel zes vrijwillige molenaars actief, waarvan twee ervaren en vier in opleiding. Theo Keizers en Angelo ter Laak zijn al meer dan twintig jaar met dit ambacht bezig. Beiden zijn er ‘toevallig’ ingerold. “We zijn allebei gevraagd om vrijwilliger te worden bij de watermolen”, leggen de molenaars uit Oele uit.
Keizers heeft werktuigbouwkunde gestudeerd en kende de techniek die in de molen wordt gebruikt al goed: “Het maakt niet uit of het nou om een constructie van hout, metaal of ander materiaal gaat. De krachten werken hetzelfde.” Voordat hij als molenaar aan de slag ging, werkte hij als monteur in een fabriek. “De oude techniek en de geschiedenis van de molen interesseren mij het meest", voegt Keizers, die enkele kilometers verderop in Oele woont, eraan toe.
Voor Ter Laak ligt de watermolen praktisch in zijn achtertuin: “Ik werd benaderd door Twickel, de eigenaar van de watermolen. Ze zochten iemand die interesse had in de geschiedenis van de watermolen en dichtbij woont. Inmiddels woon ik al 35 jaar naast de molen en haal ik er veel plezier uit om geïnteresseerden rond te leiden en het verhaal achter de watermolen te vertellen.”
De Oelermolen ligt in het buurtschap Oele onder de rook van Hengelo. Vroeger bestond de molen uit een korenmolen en een oliemolen aan beide kanten van de Oelerbeek. In 1880 stopte de oliemolen; deze werd rond 1900 afgebroken. De molen is een onderslagmolen, wat betekent dat het water van onder tegen het waterrad aanduwt om het te laten draaien. Omdat de beek soms te weinig water had, werd er een bovenslagrad als hulprad toegevoegd. Zodat de molen ook kon werken bij een laagwaterpeil. Inmiddels is dit rad weggehaald. De molen was lang in handen van adellijke families en later van Stichting Landgoed Twickel. In 1971 kocht de gemeente Hengelo de molen en knapte deze op. In 2003 werd de Oelermolen overgedragen aan Stichting Landgoed Twickel.
De Oelermolen had tot vorig jaar nog een ervaren molenaar: Jan Wieffer uit Hengelo. “Ik ben weggegaan als molenaar bij deze watermolen, omdat ik als molenaar wilde werken bij de windmolens in Lattrop. Hier wordt nog graan gemalen voor consumptie en dat interesseert mij. Ik zou in eerste instantie alleen ondersteuning bieden bij de Oelermolen, maar door de gezelligheid hier was dat langer dan verwacht", legt Wieffer uit. Keizers en Ter Laak beginnen te lachen: “Dat is het mooie aan dit ambacht. Als de groep leuk is, blijven mensen ook lang hangen. We zijn een hechte groep en proberen minimaal één keer per jaar een etentje te houden.”
Alle drie zijn ze de zestig al gepasseerd en merken ze dat het niet altijd makkelijk is om nieuwe mensen te vinden aan wie ze het vak kunnen overdragen: “Het is belangrijk dat mensen interesse hebben in molens en er ook tijd voor hebben. De mensen die hier als vrijwillige molenaar werken, zijn meestal gepensioneerd en hebben daardoor meer tijd. We hebben nu toevallig wel enkele vrijwilligers van rond de vijftig jaar", vertelt Keizers. Momenteel zijn ze op zoek naar extra molenaars.
Moet je sterk zijn om dit ambacht te kunnen uitvoeren? Volgens de molenaars is het handig, maar geen vereiste: “Het gaat erom dat je handig bent en weet wat je doet. De hulpmiddelen helpen je bij het werk. Vroeger tilden we zware zakken graan op de schouder, tegenwoordig is dat niet meer nodig. Zakken mogen nu ook niet veel zwaarder zijn dan twintig kilo”, leggen Wieffer en Keizers uit, terwijl ze wijzen naar een zak meel die aan een touw hangt boven een luik in de molen.
Met een lier kunnen zakken van boven naar beneden worden gehesen naar een platform boven in de molen. Daar staat de maalsteen, die wordt aangedreven door het rad. Voordat het graan wordt gemalen, gaat het eerst door een zeef: “Harde stukken steen worden eruit gefilterd, zodat ze de maalsteen niet beschadigen. Door wrijving wordt het graan gemalen tot meel. Aan de machine hangen we een zak en daar komt het meel in terecht”, legt Keizers uit.
De mannen kunnen nog uren vertellen over hun ambacht. Een echtpaar op de fiets stopt bij de molen en vraagt of een van hen een foto wil maken. “Vroeger was dit ook een trouwlocatie. Tegenwoordig worden hier nog regelmatig bruidsfoto's gemaakt en parkeren autoverkopers hun auto voor de molen voor een authentieke achtergrond”, vertelt Ter Laak.
Om molenaar te worden, volg je een opleiding via het Gilde van Molenaars (GVM). Dat is een landelijke vereniging met provinciale afdelingen die deze opleiding verzorgen. Het Gilde telt meer dan 3.000 leden, die ervoor zorgen dat verschillende soorten molens in Nederland regelmatig kunnen draaien en/of malen. Wieffer is een van de examinatoren: “Veiligheid is een van de belangrijkste onderdelen. Je moet als molenaar weten hoe de molen werkt en hoe je hem veilig kunt laten draaien. Het examen bestaat uit een praktijkdeel en een theoriedeel. Voordat je examen mag doen, moet je 100 praktijkuren hebben gemaakt, waarvan zeventig bij de molen waar je aan de slag gaat en dertig bij een ‘vreemde’ molen.”
De Oelermolen is elke eerste en derde zondag van de maand tussen 13.00 en 17.00 uur geopend. De molen ligt aan verschillende wandel- en fietsroutes in Twente, waaronder een speciale molenfietsroute langs diverse molens in de omgeving. Voor meer informatie over de Oelermolen bekijk deze website.