Universiteit Twente scherpt haar beleid aan rond samenwerking met organisaties in conflictgebieden. Alleen als zo'n samenwerking expliciet bijdraagt aan vrede of de bescherming van mensenrechten, komt die nog in aanmerking.
Vooral de banden met Israël en Gaza, waar de UT relatief veel contacten heeft, maken dit tot een urgent en gevoelig onderwerp binnen de universiteit. Dat meldt de UT op haar website.
Aanleiding is de groeiende zorg over het eindgebruik van wetenschappelijk onderzoek. Zeker in instabiele regio’s is vaak onduidelijk met wie precies wordt samengewerkt en waarvoor de resultaten uiteindelijk worden ingezet. De UT wil voorkomen dat haar kennis, bewust of onbewust, bijdraagt aan mensenrechtenschendingen of oorlogsmisdaden.
In het besluit wordt nadrukkelijk verwezen naar de huidige conflicten in Sudan, Ethiopië, Yemen en met name Israël en Gaza. De universiteit heeft juist in die laatste regio relatief veel samenwerkingen lopen. Dat maakt de kwestie binnen de academische gemeenschap extra beladen, mede door de spanningen en morele dilemma’s die daaruit voortvloeien.
"De ingrijpende gebeurtenissen raken niet alleen direct betrokkenen, maar zorgen ook binnen onze academische gemeenschap voor spanningen, discussies en morele dilemma’s, waarbij vragen over verantwoordelijkheid, solidariteit en academische vrijheid steeds nadrukkelijker naar voren komen", meldt de UT.
Nieuwe samenwerkingen zijn alleen nog mogelijk als het doel helder humanitair of vredesbevorderend is. Denk aan projecten die bijdragen aan wederopbouw, wetenschapsdiplomatie of verlichting van humanitair leed.
Lopende projecten zet de UT vooralsnog niet stop. Het universiteitsbestuur zegt dat financieringsvoorwaarden zelden ruimte laten voor vroegtijdige beëindiging.
Daarnaast blijft er ruimte bestaan voor informele samenwerking tussen individuele onderzoekers, zolang die wettelijk toegestaan is en geen militaire toepassingen kent.
De universiteit zegt dat het gesprek over deze keuzes breed gevoerd moet worden. “Juist omdat ethische afwegingen raken aan de kern van wetenschappelijke integriteit én maatschappelijke verantwoordelijkheid, zijn het vraagstukken die iedereen binnen de academische gemeenschap aangaan.”