Herman Soepenberg vraagt Hengelo volop aandacht te blijven houden voor de bouw en renovatie van schoolgebouwen in de gemeente. Soepenberg is bestuurder van Symbio, verantwoordelijk voor bijna twintig scholen voor basisonderwijs (IKC's) in Hengelo, en daarmee een belangrijk gesprekspartner voor het college van B en W: “Goede schoolgebouwen voor onze leerlingen zijn net zo belangrijk als een mooi marktplein.”
In juni 2024 zette hij samen met de andere schoolbestuurders en vertrekkend wethouder Claudio Bruggink (hij wordt per 1 oktober zelf schoolbestuurder in Nijverdal en Rijssen) zijn krabbel onder het Integraal Huisvestingsplan (IHP), waarin 250 miljoen wordt vrijgemaakt voor de bouw en renovatie van alle schoolgebouwen in Hengelo de komende 25 jaar, zowel voor basisonderwijs als voor funderend (0-4 jaar) en voortgezet onderwijs.
Dat nu pas, ruim een jaar later, de eerste centjes daarvan worden uitgegeven, vindt Soepenberg laat. Hij begrijpt het echter wel: “Dat heeft grotendeels te maken met de regeldruk. Voor je aan de slag kunt, moeten er zoveel onderzoeken worden gedaan. Ik snap de werkwijze van de gemeente. Die gedegen aanpak is gedreven door zorgvuldigheid, maar we moeten nu wel echt vaart maken, want onze kinderen en leerkrachten verdienen moderne gebouwen, waar ze optimaal kunnen leren en werken.”
Samen met Ralf Dwars, bestuurder van Brigantijn (verantwoordelijk voor scholen in Borne, Hof van Twente én Hengelo (De Bron en De Rank)), is Soepenberg initiatiefnemer van De Twentsche School. Dit samenwerkingsproject tussen onderwijsbesturen, gemeenten en ontwikkelingspartners moet ervoor zorgen dat ‘met minder geld beter onderwijs gegeven kan worden’.
Ralf Dwars zei hierover vorig najaar tegen 1Twente: “Zet in op eenvoud en flexibiliteit in het ontwerp met makkelijk aanpasbare, modulaire gebouwde scholen. Door 80% van onze schoolgebouwen te standaardiseren en 20% voor maatwerk te reserveren, kunnen we efficiënt, kosteneffectief en toekomstbestendig bouwen, terwijl we toch inspelen op de unieke behoeften van iedere school.”
Volgens Soepenberg is dit de enige manier om het onderwijs betaalbaar te houden: "Er gaat vanuit het Rijk steeds meer geld naar andere zaken, zoals veiligheid en defensie. Ga er maar vanuit dat we er de komende tijd geen geld gaan bijkrijgen. Dan moet je dus efficiënter met de middelen omgaan."
Met geld uit het IHP worden na de zomer een aantal IKC's (Integraal Kind Centrum, waarbij basisonderwijs en kinderopvang onder één dak zitten) van Symbio aangepakt, vertelt Herman Soepenberg: “Het voorbereidingskrediet voor de nieuwbouw van De Kiem is binnen en we werken nauw samen met de gemeente aan de businesscases voor de renovatie van De Wooldermarke, de uitbreiding van De Hunenborg en de vernieuwbouw van Aventurijn, Anninkschool en De Bleek (in het nieuw te bouwen MFA) in Beckum.” Met geld uit het IHP wordt deze zomer al begonnen met werkzaamheden bij De Rank (onderdeel van Brigantijn) en het Montessori College Twente (onderdeel van OSG Almelo Hengelo).
Gemeentebesturen in Hengelo, Enschede, Borne, Almelo en Hof van Twente hebben het signaal inmiddels opgepikt, vertelt Soepenberg enthousiast: “In zeventien bouwprojecten wordt nu gewerkt volgens dit concept.” Het zadelt hem en z'n collega Dwars met een luxeprobleem op. Soepenberg lacht: “Het wordt hoog tijd dat De Twentsche School een formele status krijgt. Nu doen Ralf en ik het er nog een beetje bij, naast ons gewone werk.”
Geld voor nieuw- en verbouw is geregeld in het IHP, maar ondertussen moet er steeds opnieuw worden gekeken wáár precies geïnvesteerd moet worden. De in Den Ham getogen Ommenaar geeft als voorbeeld: “In de nieuwbouwwijk Dalmeden wonen straks zo'n 350 kinderen, maar bij het ontwerpen van die wijk is geen rekening gehouden met die aantallen. Er is een school nodig, maar er is geen plek voor. Kinderen moeten naar Slangenbeek of naar Bornsche Maten.”
Dat scenario moet voorkomen worden als er ontwerpen gemaakt gaan worden voor nieuwbouw in de Spoorzone Hengelo Enschede, vindt Soepenberg: “Er liggen daar plannen voor 10.000 woningen in beide gemeenten samen. Een deel van die woningen komt dichtbij de stations in beide steden, maar je ontkomt er niet aan om ook te bouwen in de groene ruimte langs het spoor. Zorg dan dat er ook ruimte is voor een of meer scholen. Gelukkig voeren we daarover nu goede gesprekken met beide gemeenten.”
De Twentsche School kan daarbij een rol spelen, legt hij uit. “Zorg ervoor dat je in dichtbevolkte gebieden grotere IKC's (zo'n 250 tot 400 leerlingen, red.) bouwt en in dorpen kleinere, mogelijk zelfs met minder dan 100 leerlingen. Hiermee kun je verliesdraaiende, kleinere scholen bekostigen uit goed renderende, grote scholen. Op die manier kun je bijvoorbeeld de school in Beckum openhouden.”
Niet alleen de relatie met de gemeenten is belangrijk, ook die tussen de schoolbesturen onderling: “Je moet elkaar niet beconcurreren om die laatste leerling. Zorg dat de verschillende onderwijstypen verspreid door de stad worden aangeboden.” Zo biedt De Rank (Brigantijn) Daltononderwijs aan en het iets verderop gelegen Hart van Slangenbeek (Symbio, enkele jaren geleden ontstaan uit een fusie tussen Telgenkamp en Europaschool, red.) níet. Een tweede Daltonschool in Hengelo (Plechelmus) ligt kilometers verderop.”
Soepenberg voelt het als zijn roeping om voor de troepen uit te lopen. Voor hem staat het belang van de kinderen daarbij voorop. “We willen dat Twente een fijne leefomgeving is voor iedereen. Het voorzieningenniveau moet op peil gehouden worden, om jonge mensen te behouden én te interesseren voor het wonen in deze regio. Daar dragen goede scholen aan bij.”