Kamerlid Pieter Omtzigt wil opheldering over de procedure die door het kabinet is gevolgd bij het aanwijzen van noodopvang voor asielzoekers op vier plekken in het land, waaronder Enschede. Omtzigt vraagt de demissionaire bewindslieden Ankie Broekers-Knol (staatssecretaris Justitie en Veiligheid), Kajsa Ollongren (minister Binnenlandse Zaken) en minister-president Mark Rutte op basis van welke juridische grondslag de gemeenten zijn gedwongen.
Behalve Enschede ontvingen ook de gemeenten Venray en Gorinchem en de regio Rotterdam-Rijnmond eerder deze maand een brief van Broekers-Knol en Ollongren. In de brief werd burgemeesters op niet mis te verstane toon gemeld dat er een noodopvanglocatie in hun gemeente wordt aangewezen. Zo'n aanwijzing is een zwaar middel, omdat het lokale bestuur (burgemeester, wethouders en gemeenteraad) wordt gepasseerd. De vraag is echter: mag dat wel in het geval van een noodopvang?
Op de voormalige Vliegbasis Twenthe, tegenwoordig evenemententerrein, opent vlak na de jaarwisseling een noodopvang voor 500 asielzoekers in Hangar 18. De opvang zal zes maanden blijven. Hoewel de gevolgde procedure door het Rijk niet wordt gewaardeerd, heeft een meerderheid in de gemeenteraad besloten om zich niet te verzetten tegen de opvang.
Er lijkt geen wettelijke grondslag te zijn voor een aanwijzing van minister/staatssecretaris richting een burgemeester. Hooguit kan er op provinciaal niveau, via een veiligheidsregio, druk worden uitgeoefend voor een crisisnoodopvang (vaak een sporthal) voor asielzoekers, maar dat is wat anders dan een reguliere noodopvang.
In zijn Kamervragen vraagt Pieter Omtzigt dan ook welke juridische basis er is voor de zogeheten aanwijzing. En als die er is: waarom is het bijbehorende wetsartikel dan niet in de brief aan de burgemeesters vermeld? Indien er geen juridische grondslag is moeten de bewindslieden verklaren waarom er in de brief aan burgemeesters wel wordt gesproken van een 'aanwijzing'.
Omtzigt laat in zijn vragen doorschemeren dat hij een aanwijzing door de minister niet vindt bijdragen aan het vertrouwen in de 'interbestuurlijke relaties', zoals die tussen gemeente en Rijksoverheid.
De Enschedeër refereert aan het regeerakkoord, waarin dergelijke procedures vaker lijken te worden aangekondigd (zie video hieronder). 'Kunt u, "de Minister-President die tevens formateur is", nader duiden wat beoogd wordt?', aldus Omtzigt. Hij vraagt alle besluitvorming rondom de gevolgde aanwijzingsprocedure op.