Enschede
Portret
Video

Vertrekkend museumdirecteur Arnoud Odding over tien jaar Enschede

Arnoud Odding, directeur van Rijksmuseum Twenthe en De MuseumFabriek, vertrekt. Tien jaar geleden bungelde de toekomst van beide Enschedese musea aan een zijden draadje, inmiddels hangen ze er in alle opzichten fris en fruitig bij. Odding heeft ontegenzeggelijk een belangrijke rol gespeeld in die metamorfose.

Dat vertrek van Odding was aanleiding voor een goed gesprek. Een terugblik op die tien jaar Enschede, maar ook een verkenning van zijn visie op kunst, op musea in het algemeen en deze twee Enschedese exemplaren in het bijzonder, en het belang van dat alles voor de samenleving. We praten met hem in de binnentuin van Rijksmuseum Twenthe en wandelen met hem langs een paar van de tentoonstellingen daar en in De MuseumFabriek.

Verhalen

Als er in dat gesprek één rode draad te trekken valt, dan moet het zijn dat in Odding’s visie musea en samenleving onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In musea worden de verhalen verteld die ons beter naar onze wereld leren kijken. Of het nou om beeldende kunst gaat, om natuur- of cultuurhistorische objecten of om techniek: als ze geen relevant verhaal vertellen, neemt Odding ze niet op in een tentoonstelling.

Verwondering

De vraag wanneer iets nou kunst is en wanneer niet, vindt hij dan ook niet interessant. Op het onzinnige af. Een kunstobject moet iets te zeggen hebben, dat is zo ongeveer zijn criterium. Zijn vocabulaire is, als het om musea, tentoonstellingen en kunst gaat, dan ook doorspekt met woorden als: verbeelding, verwondering, kijken, begrijpen.

Sterrenkijker, tekenaar of…?

Dat blijkt geen beroepsdeformatie; het zat er altijd al in. Als jonge tiener was Odding gefascineerd door techniek en natuurkundige verschijnselen. Hij tuurde uren door een telescoop naar sterren en planeten hier heel ver vandaan. De telescoop waar hij als jochie voor het eerst de ringen rond Saturnus zag, staat in De MuseumFabriek. Odding groeide op in Hengelo en bezocht het toenmalige natuurhistorisch museum in Enschede, waar dat ding stond, om naar de sterren te kijken.

icon_main_quote_red_glyph

Ik ben een generalist, en daar ben ik zéér gespecialiseerd in

Arnoud Odding in gesprek met 1Twente

Om astronoom te worden, was een studie astronomie vereist. Dat ging ‘m niet worden, besefte de jonge Odding, die toen op de mavo zat. Het betekende een abrupt einde aan het sterrenkijken en de start van een nieuwe fascinatie: tekenen. Tot hij erachter kwam dat er op zijn best een gemiddelde tekenaar in hem verscholen lag.

Arnoud Odding 2 Ernst Bergboer
Arnoud Odding in de binnentuin van Rijksmuseum Twenthe, volgens hem een verlengstuk van het museum zelf © Ernst Bergboer

De ontdekkingstocht van wat hij niet wilde worden, leidde tot wat het wèl moest zijn. Niet per se museumdirecteur, maar Odding wilde ‘iets in een museum doen’. “Ik ben een generalist”, zegt hij meermaals in ons gesprek. “Daarom vind ik musea zo leuk. Daar heb je het namelijk allemaal.”

‘In musea komt het allemaal bij elkaar’

Volgens Odding is er nauwelijks een plek of een instituut te verzinnen waar alles wat onze samenleving raakt bij elkaar komt en wordt getoond en verkend. De schoonheid ervan en de vragen; de slijtage en de schuurplekken; de vraag naar wat en waar haar ankers zijn.

icon_main_quote_red_glyph

Er was enorm veel draagvlak voor het museum, dat moest je alleen wel zichtbaar maken

Arnoud Odding over zijn start als directeur van Rijksmuseum Twenthe, in een periode waarin beleidsmakers vonden dat het wel mocht verdwijnen

Die kijk op wat de functie van een museum zou kunnen - of misschien wel moeten - zijn, is bepalend geweest voor de koers die de twee Enschedese musea onder zijn leiding hebben ingezet. Het is geen beroerde koers gebleken: het werd het ruime sop, niet de zandbanken

Midlifecrisis (nee, niet Odding zelf)

Een nieuwe plek als museumdirecteur ligt dan voor de hand, maar dat ziet Odding niet zitten. Hij houdt er niet van om kunstjes te herhalen, bovendien gingen juist deze twee grootste musea in Twente hem in het bijzonder aan het hart. Daar lagen - en liggen - de verhalen van de streek waar hij opgroeide. Dat mocht niet teloor gaan

Odding blijft zich met zijn bedrijf O Dubbel D (juist: van ‘odd’ en ODDing) wel inzetten voor musea in een midlifecrisis, zoals hij dat zelf verwoord. Je weet wel: musea die al een tijdje meegaan en inmiddels niet meer zo goed weten waartoe zij eigenlijk op aarde zijn.

Op 31 december van dit jaar is hij museumdirecteur af. En dat blijft dus zo, wat hem betreft.

Arnoud Odding 1 Ernst Bergboer
Arnoud Odding © Ernst Bergboer

Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via mail of telefoon.