Column
Video

'Op de campus kuiert men alleen nog maar in Algemeen Beschaafd Stonecoal English'

In 1Twente Vandaag van dinsdag 30 november was columnist Robert van der Meulen te gast met de column van de dag. Ditmaal een column over de 'Amerikanisering' van ons land

Zwarte Vrijdag

Ik loop door onze stad. ‘TODAY! BLACK FRIDAY! Don’t Miss It! Kom Shoppen en Check wat er in de Sale is!’ Mijn gezicht spreekt boekdelen. Want ik irriteer mij er aan. Ja, ik weet dat deze zin fout is, maar ik ben in een obstinate bui. Dat heb ik vaker rond deze tijd van het jaar. Want de Hoogmis van het Grote Consumeren is begonnen. En tegenwoordig heet die hoogmis: Blek Fraaideej. Waar is die goeie ouwe Eindejaars Opruiming gebleven? Ja, ik irriteer mij mateloos aan dat rare Yankee gedoe en voel me een beetje als Helligen Hendrik.

Want we smijten onze eigen taal in ras tempo in de opruiming.

Ik kijk TV. De vraag luidt: Wat is nou typisch Nederlands en wat niet? Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) liet tweeduizend Nederlanders nadenken over deze vraag en wat blijkt? Nog meer dan Sinterklaas, Koningsdag, de Nederlandse vlag, fietsen en de Elfstedentocht, is 'de Nederlandse taal' het meest typerend voor Nederland. Dat vind ik, als Nederlander en tevens Nederlandse taalliefhebber, een fijne uitkomst. Uit datzelfde onderzoek blijkt ook dat de meeste Nederlanders niet bepaald 'amused' zijn met de verengelsing van onze taal. We zouden te veel Engelse woorden gebruiken, en op sommige plekken – neem Amsterdam – tot onze grote ergernis niet eens meer met Nederlands toe te kunnen. Dat laatste vindt ik, als Nederlandse taalliefhebber, geen fijne uitkomst. De Nederlandse identiteit wordt dus sterk verbonden aan de Nederlandse taal, we houden van onze taal, en zien tegelijkertijd de ‘verengelsing’ met lede ogen aan. Maar vinden we dat allemaal even erg? Hier klooft duidelijk een generatiedingetje. Want, jongeren? Zij omarmen volgens datzelfde onderzoek het Engels juist meer en meer. Zij beschouwen Engels als een trendy en hippe taal en waarderen dan ook de vele Engelse woorden in het Nederlands. Engels wordt gekoppeld aan populariteit, aan snelheid en aan ‘inclusion.’ En waar ze juist zo enthousiast zijn over het Engels, heeft het Nederlands voor hen een tamelijk duf imago gekregen. Dit hebben de media uiteraard ook door. Denk bijvoorbeeld aan de inmiddels ontelbare tv-programma’s met Engelse namen en de gerichte reclamecampagnes doorspekt met Engelse een-lijners. ´Det wil bie twinty joeroos en theurtiefaaif cents, pliees,´ zegt de caissière van de Coop routineus. Even kijk ik over mijn schouder, maar nee, ze heeft het echt tegen mij. Dan besef ik dat ik mij op de Universiteit Twente bevind en dus niet

in Nederland, laat staan in Enschede. Sinds kort geldt hier het Engels als officiële voertaal. Niet alleen in de collegezalen, maar ook in vergaderingen, ook bij sollicitatiegesprekken en dus ook in de campussuper. Van caissière tot huismeester, van student tot professor: op de campus kuiert men alleen nog maar in Algemeen Beschaafd Stonecoal English. Steeds verder drijven we af van Europa. Westwaarts gaat het, richting Anglo-Amerikanië, alwaar we vol overgave willen baltsen met de Grote Wereldtaal. Een schitterende ontwikkeling, geheel passend in de tijdgeest van de verheven globaliseringsgedachte die, zo u weet, ons dichter bij elkaar brengen zal. ‘All People Become Brothers,’ om het maar eens met de Brit L. van Beethoven te zeggen. Zo ver, zo goed. Ons universiteitje is klein en bijzonder fijn. Knappe denkhoofden doen daar knappe denkdingen die mijn snappert meestal niet snappen kan omdat mijn denkhoofd daarvoor niet knap genoeg denken kan. Helaas denken de knappe denkhoofden ook dat ze nog véél knapper kunnen denken in het Engels dan in het Nederlands. Kijk, dat vind ik dan wel weer knap dóm gedacht.

Tot voor kort viel deze ontwikkeling bij ons nog mee. Maar inmiddels laten wij Tukkers ons even effectief door de Anglisten van onze moerstaal beroven als in de westelijke contreien van ons landje al jaren in een moordend tempo aan de orde is. Zelfs in het stadion van onze eigenste FC. Ze Walken er Never Alone, ze zijn Proud om een Tukker to be-en, en er hangt al enkele seizoenen een spandoek waarop te lezen valt dat zelfs Vriezenveners Proud gemaakt wensen te worden door de gladiatoren in het veld. Herman Finkers had het jaren geleden al over deze malligheid en stelde een spandoek voor in die andere grote taal, waarop dan te lezen zou zijn dat hij Stolz is ein Tukker zu sein. Kijk, dan wordt het weer lollig, zeg nu zelf.

Ik dwaal af. Terug naar de TV. ‘Onze doelgroep gebruikt veel Engels, is gewend aan Engels, heeft dat al van kinds af meegekregen door televisie en computer. En omdat wij ze willen bereiken doen wij dat ook,’ hoor ik de geïnterviewde reclameneer zeggen. En ook: ‘De taal waarin wij communiceren is vlot en snel, Engels past daar gewoon perfect in omdat je in het Engels gewoon veel minder woorden nodig hebt om to the point te komen. Clickbaits, daar gaat het om. Ik denk dat mensen van een oudere generatie daar echt aan moeten wennen, so be it. Wij reclamemensen zoeken de weg van de minste weerstand. Als onderzoek uitwijst dat de consument de boodschap graag in het Engels wil horen, nou dan doen wij dat toch? Om iets te verdienen moet je zien door te dringen in de Livingroom van die consument. Wij doen ons werk niet om op te voeden maar om onszelf te kunnen voeden. Dat doet iedereen toch?

Het is volgens mij een niet te stoppen ontwikkeling. Engels is, quite simple, het eerste alternatief als het in de eigen taal niet kan….’

Eerlijk is-ie wel. Maar het slaat mij een beetje in het gemoed.

Want hoezo zou het in de eigen taal niet kunnen, beste reclamemeneer? Doe dan eens beter je best, zou ik zo zeggen. Een cultuur die zo’n lage taalpet van zichzelf opheeft raakt meer kwijt dan haar taal alleen. Die is gedoemd te verdwijnen, die verzuipt en lost op in het Groot Anglo-Amerikaanse Rijk. In 2007 kreeg Maxima veel Nederlanders op de kast met haar uitspraak dat ‘dé Nederlander’ niet bestaat. Ze had natuurlijk gelijk. Maar ik ben het toch niet met haar eens. Voor mij bestaat de Nederlander wel, juist vanwege zijn taal. Welke kleur die Nederlander dan heeft, waar die vandaan komt of waar ie in wenst te geloven, het zal me worst zijn. Praat Nederlands (of Twents) met me en we komen overal uit. En soms zijn we het oneens. Fijn. Geen zee te hoog, geen dijk die dan doorbreekt.

En voor die weldoorvoede reclameclickbaitkakelhoofdmeneer op TV heb ik op deze blek fraaideej een paar fameuze laatste woorden. Ze zijn niet van mezelf. Ik doe het maar quite simple to the point in het Engels. Dan weet ik zeker dat hij het verstaan kan. Maar of-ie het begrijpt….?

‘It’s better to keep your mouth closed and let people think you are a fool than to open it and remove all doubt’ (Mark Twain)

En voor alle oudjes onder ons hierbij de vertaling:

‘Het is beter om je mond dicht te houden en mensen te laten vermoeden dat je een dwaas bent, dan je mond open te doen en alle twijfel weg te nemen.’ (Mark Twain)


Heb je een nieuwstip of nieuwe informatie? Tip de redactie via mail of telefoon.