Het was weer eens flink schudden in Den Haag. Opnieuw ligt er een vernieuwd pakket aan stikstofplannen op tafel. Hoewel de aanpassingen op sommige punten voor meer ruimte moeten zorgen, blijven er op het platteland veel vragen en zorgen bestaan. Ook in de gemeente Tubbergen wordt met belangstelling, maar vooral met de nodige scepsis naar de plannen gekeken.
Boer Walter Luttikhuis uit Fleringen volgt de ontwikkelingen op de voet. Van echte opluchting is volgens hem nog geen sprake. "Gisteravond hebben we toevallig een mooi vaarskalfje gekregen, daar ben ik heel blij mee. Maar blij met dit beleid? Zeker niet."
Volgens Luttikhuis verandert er op papier wel het nodige, maar betekent dat niet dat boeren ineens uit de gevarenzone zijn. Wel ziet hij dat er meer ruimte lijkt te komen voor maatwerk. Juist dat is volgens hem belangrijk voor de omgeving van Tubbergen. "De omgeving van de gemeente Tubbergen is niet te vergelijken met andere gebieden in Nederland. Dit geeft een klein beetje hoop, maar we zijn er nog zeker niet."
Een belangrijk onderdeel van de discussie blijft de Kritische Depositiewaarde (KDW). Die geeft aan bij welke hoeveelheid stikstofdepositie kwetsbare natuur risico loopt op verslechtering. Luttikhuis kijkt kritisch naar de manier waarop met deze waarde wordt omgegaan. "Dat is zoiets als één ganzenpoepje op een hele hectare natuurgebied waar je al niet meer mag bemesten."
De Kritische Depositiewaarde (KDW) geeft aan hoeveel stikstof een bepaald type natuur maximaal kan verdragen voordat er een risico ontstaat op verslechtering van de natuur. De waarde verschilt per soort natuurgebied en wordt uitgedrukt in mol stikstof per hectare per jaar.
Wanneer er meer stikstof neerslaat dan de KDW, spreken we van een overschrijding. Dat betekent niet dat de natuur direct beschadigd raakt, maar wel dat het risico op schade toeneemt. Bij langdurige overbelasting kunnen bijvoorbeeld planten verdwijnen die van nature in het gebied thuishoren.
De KDW speelt een belangrijke rol in het Nederlandse stikstofbeleid en bij de beoordeling van plannen en projecten rondom Natura 2000-gebieden.
Ook de voorgenomen verhoging van de rekenkundige ondergrens van 0,05 naar 1,0 mol per hectare per jaar ziet hij als een stap. Deze ondergrens bepaalt vanaf welke hoeveelheid stikstofneerslag een berekende bijdrage wordt meegenomen bij de beoordeling van projecten. Door de grens te verhogen, kunnen projecten met een kleine berekende stikstofbijdrage mogelijk makkelijker doorgaan en is voor een deel van de PAS-melders mogelijk een oplossing in zicht. Hierdoor zouden onder andere PAS-melders mogelijk meer perspectief krijgen. Het gaat om ongeveer 2.600 bedrijven die nog altijd wachten op een oplossing voor hun situatie. Een hogere ondergrens betekent niet automatisch dat zij allemaal gelegaliseerd worden. Ook voor woningbouw en infrastructurele projecten kan de aanpassing meer ruimte bieden.
Niet alleen boeren kijken kritisch naar de nieuwe plannen. Ook natuurorganisaties hebben hun bedenkingen. Natuur & Milieu noemt het nieuwe stikstofpakket het absolute minimum om Nederland uit de stikstofcrisis te krijgen.
De organisatie is blij dat er opnieuw stappen worden gezet, maar vindt dat de plannen onvoldoende zekerheid bieden voor het herstel van de natuur. Zo zijn er zorgen over de juridische houdbaarheid van de maatregelen en de manier waarop de stikstofuitstoot rondom kwetsbare natuurgebieden wordt aangepakt.
Ook de voorgestelde norm van 1,5 GVE per hectare op gebiedsniveau en de regels rondom het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen spelen daarbij een rol. Volgens Natuur & Milieu zijn verdere maatregelen nodig om de natuur voldoende te beschermen.
Daarmee wordt duidelijk dat het nieuwe pakket vanuit verschillende kanten onder druk staat. Waar boeren vooral behoefte hebben aan duidelijkheid en toekomstperspectief, vinden natuurorganisaties dat de maatregelen niet ver genoeg gaan.
Waarom de aanpassingen nu op tafel liggen, ziet Luttikhuis vooral als een politieke keuze.
"Het is een voortdurend spelletje van de overheid. Er worden regels ingesteld, boeren en burgers pikken het niet meer en gaan bezwaar maken, en dan komen we ergens in het midden uit. Maar we zijn er simpelweg nog lang niet."
Vooral de periode na 2028 houdt veel mensen op het platteland bezig. Provincies krijgen tot september 2028 de tijd om met eigen gebiedsplannen te komen. Als die plannen onvoldoende resultaat opleveren, kunnen landelijke terugvalmaatregelen gaan gelden.
Daarbij wordt onder meer gesproken over strengere regels voor de hoeveelheid vee per hectare en beperkingen op het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen in zones rondom kwetsbare natuurgebieden.
"De koeiennorm is nu 2,6 per hectare en dat gaat naar 1,5. Je mag geen kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen meer gebruiken. Dat betekent volgens Luttikhuis het doodbloeden van het buitengebied."
Volgens Luttikhuis gaat de discussie inmiddels veel verder dan alleen de agrarische sector. Ook woningbouw, verenigingen en de leefbaarheid van dorpen kunnen de gevolgen ondervinden.
"Het raakt niet alleen de boeren, maar ook de woningbouw. Het raakt burgers net zo goed als boeren."
Om die reden willen boeren en burgers steeds vaker gezamenlijk hun stem laten horen. Op verschillende plekken worden informatieavonden georganiseerd om inwoners bij te praten over de ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen voor hun omgeving. Na een eerdere bijeenkomst in Vasse staat binnenkort ook Fleringen op de agenda. Daar trekken boeren en burgers samen op met Focus op Leefbaarheid. "Boeren en burgers gaan samen informatieavonden houden. Iedereen is welkom. Hoe meer mensen lid worden, hoe meer je kunt meepraten bij de provincie."
De informatieavond vindt plaats op 16 november om 19.30 uur bij Docks in Fleringen. De bijeenkomst is bedoeld voor boeren, burgers en andere geïnteresseerden die betrokken zijn bij de toekomst van het platteland.