FC Twente-aanvaller Sondre Ørjasæter zit inmiddels veertien maanden bij FC Twente. De Noorse buitenspeler went steeds meer aan het leven en het voetbal in de regio.
Hoe het met Sondre Ørjasæter persoonlijk gaat? “Goed.” En met zijn Nederlands? “Niet goed”, lacht hij. “Ik probeer het te leren en kan al beter verstaan, dat is voor mij het belangrijkste.” Het leven in Twente bevalt de Noor goed. “Ik begin eraan te wennen. Ik heb ook al een fiets gekocht, dus ben bijna een Nederlander.” Dat is voor hem zeker geen straf. “Ik vind de Nederlandse mensen heel leuk, ze zijn wat directer. Ik heb ook veel leuke teamgenoten.”
FC Twente had de voorbije twee weken een dubbel programma, met een Europese wedstrijd op donderdag en een eredivisieduel op zondag. Dat de ploeg ditmaal doordeweeks vrij was, bevalt hem wel. “Het is mijn eerste keer met Europees voetbal. Ik merk het soms wel in mijn lichaam, met al dat reizen. Maar het is leuk, ik moet er gewoon aan wennen.”
Deze week heeft Sondre Ørjasæter zijn lichaam iets meer rust kunnen geven in aanloop naar de uitwedstrijd tegen Excelsior, zondag om 14.30 uur in Rotterdam. Veel weet de aanvaller niet over de tegenstander van aanstaande zondag. “We hebben ze natuurlijk geanalyseerd, maar de club ken ik niet zo goed.”
Afgelopen zondag maakte de Noor de winnende treffer tegen AZ. Dat kwam op een goed moment, want de linksbuiten scoort niet vaak: hij maakte dit seizoen in zestien officiële wedstrijden nog maar twee doelpunten. “Natuurlijk wil ik vaker scoren, dat is belangrijk in het voetbal”, geeft de vleugelspits toe. “Maar ik ben niet echt een doelpuntenmaker, dus het is geen verrassing dat ik niet veel scoor. Ik probeer me te ontwikkelen en train er veel op. Misschien moet ik wat egoïstischer zijn.”