Je verwacht het misschien niet, maar achter de deuren van wijkcentrum Prismare ligt een deel van het Twentse spoorwegennetwerk op schaalniveau. De Twentse Modelspoorweg Club heeft een eigen ruimte in het gebouw, waar naar hartenlust wordt gebouwd én gereden. Deze zondag gingen de deuren even wagenwijd open voor het publiek, voor de jaarlijkse open dag. "Het is op schaalniveau, maar het is net echt."
Overwegend op een schaal van 1:87 zijn de stations van Enschede, Hengelo, Oldenzaal en Delden nagebouwd. Dat wil zeggen dat 1 meter op het modelspoor hetzelfde is als 87 meter in de realiteit. De realiteit van de jaren zeventig, welteverstaan, want die hebben de modelspoorbouwers geprobeerd na te bootsen. Dat betekent dat er in Oldenzaal nog geen spoortunnel is, maar een overgang en een draaischijf om de stoomlocomotief te kunnen keren. Op het Stationsplein in Enschede halteren nog de oude TET-bussen. En in Hengelo staat nog de IJsselcentrale.
Van Almelo tot aan Gronau en Bad Bentheim kan er gereden worden. Al zijn deze drie stations niet gedetailleerd nagebouwd. Daarvoor had de ruimte van de Twentse Modelspoorweg Club in Prismare nog wat groter moeten zijn. Toch zitten ze er prima. En het voordeel: ze hebben de ruimte ooit zelf gekocht.
Zelf rijden met treinen doet Ben Vreeman (86) niet. Daar heeft hij eigenlijk niet zo veel mee. En toch is hij al jaren lid van de Twentse Modelspoorclub. En met een heel goede reden: Ben vindt het namelijk geweldig om aan het modelspoor te bouwen. En dat mag met recht bouwen worden genoemd; knutselen zou te oneerbiedig zijn. In werkelijk alle technische snufjes, van seinen en wissels tot spoorwegovergangen, zit veel handenarbeid verborgen.
En het mooist zijn de details. Want aan alles is gedacht. Neem de voormalige fabriekspanden bij station Oldenzaal, waarvan de lampen op de werkvloer knipperen zoals oude TL-buizen dat ook gedaan zouden hebben. Of het mannetje dat het looppad tussen twee perrons (want destijds werd er nog over het spoor gelopen) afsluit als er een trein nadert. Of het draaiorgel met daaromheen dansende poppetjes. Of het figuurtje dat langs het spoor een boom omzaagt. Een groot deel van die toevoegingen zijn het werk van Ben. "Dat vind ik mooi, om mij daar mee bezig te houden."
Het meest trots is Ben op een creatie die hij maakte bij het miniatuurmodel van de IJsselcentrale. Bij de oude kolencentrale van Hengelo hoort natuurlijk de aan- en afvoer van kolen. En dat de Twentse Modelspoorclub niet over één nacht ijs is gegaan, wordt gedemonstreerd. "Ik heb een kolenbunker gebouwd die te besturen is", legt Ben Vreeman uit. "Je kan de grijper laten zakken, de kolen oppakken en deze storten in een wagon." Zelfs de kolen zijn echt, verklapt hij. "Die hebben we in Haaksbergen opgehaald (bij de Museum Buurtspoorweg, red.). Eén stuk kool bevat genoeg korrels voor de hele kolenbunker."
Bij station Hengelo, het grootste en belangrijkste station van Twente, is een ander vindingrijk detail te vinden. "Door de bocht in het spoor en de overkapping van het stationsgebouw kon een machinist de seinen langs het perron niet zien. Daarom stond er voor het perron al een hulpsein." Als de lichtbollen op dat sein een streep vormden, betekende dat 'gevaar', dus wachten. "Die heb ik nagemaakt. Van zo'n sein (op miniatuurformaat, red.) is er maar één in Nederland."
Ook bij de verslaggever komt het 'jongensgevoel' tussen de modeltreinen terug. Er wordt op de open dag weliswaar gereden met materiaal van de club, maar op de wekelijkse rijavonden kunnen leden ook met hun eigen treinen het modelspoor op. En voor wie denkt dat dit simpel 'treintje spelen' is, heeft het mis. Er zijn serieuze regels. Net als in het echt moeten de leden hun 'baan' houden en hebben zij zich te houden aan de (rode) seinen. Op volle vaart een botsing veroorzaken kan de modeltreinen - waarvan een locomotief zo 350 euro kost - namelijk beschadigen.
En omdat er maximaal 25 treinen tegelijk kunnen rijden, zijn er ook leden die zich bezighouden met het seinenplan. Zij zorgen ervoor dat de bestuurders van de modeltreinen de juiste seinen en wissels krijgen. En dat dat wel eens fout kan gaan, blijkt als bij station Oldenzaal een wissel te snel wordt teruggezet en een miniatuurwagon ontspoort.
"Het is op schaalniveau, maar het is net echt", weet Ben Vreeman. En hij kan het weten. Zo heeft hij schaalmodellen gemaakt waarmee wordt geoefend bij de opleiding voor spoorwegmonteurs in Amersfoort. "Zo leren ze, voordat ze in het echt aan de slag gaan, om technische problemen op te lossen. Bijvoorbeeld als de slagbomen niet meer open willen. Het is mooi dat ik, ondanks dat ik al lang met pensioen ben, op deze manier nog wat kan bijdragen."