Waterschap Vechtstromen moet beter bijhouden met welke partijen het samenwerkt. Dat concludeert de rekenkamer van het waterschap in een onderzoeksrapport dat woensdag werd gepresenteerd. Volgens het rapport gaat de samenwerking op veel plekken goed, maar is deze ook kwetsbaar 'doordat samenwerkingen vaak rusten op individuele medewerkers of afdelingen'.
De rekenkamer van Waterschap Vechtstromen nam alle samenwerkingsverbanden onder de loep. Uit analyse van interne documenten en gesprekken met medewerkers blijkt dat een overzicht ontbreekt. Hierdoor is het niet altijd duidelijk op welke manier en met wie wordt samengewerkt.
Volgens het rapport is veel kennis van samenwerkingen en netwerken gebonden aan individuele medewerkers van het waterschap. Het gaat hier vooral om samenwerkingen binnen bepaalde projecten of gebiedsontwikkelingen.
Deze kennis zit volgens de rekenkamer ‘vooral in de hoofden' van ervaren medewerkers en bestuurders en is slechts beperkt vastgelegd.’ De kennis over verschillende overheidsinstanties, belangenverenigingen of lokale overheden is ook verspreid over de organisatie.
Dit maakt volgens de rekenkamer de organisatie kwetsbaar, zeker wanneer ervaren medewerkers vertrekken of uitvallen. Daarnaast is het voor de organisatie lastig te beoordelen waar het wel of niet aanwezig zou willen of moeten zijn.
Bij zogenaamde wettelijke samenwerkingen, zoals met de veiligheidsregio's, provincies (Vechtstromen bestrijkt oostelijk Overijssel en zuidoost Drenthe) of de omgevingsdiensten (die voeren taken uit op het gebied van milieu, duurzaamheid en de fysieke leefomgeving in opdracht van de overheden) zijn die samenwerkingen beter vastgelegd. Het gaat hier om vaste taken, waar duidelijke wetten voor bestaan.
Dat ligt anders bij acute en ingewikkelde kwesties, die opeens ontstaan, zoals de PFAS-vervuiling bij Vliegbasis Twenthe en Boekelo. Bij zulke dringende onderwerpen zoeken bestuurders en medewerkers snel contact en overleggen ze vaak op een losse, informele manier met elkaar. Pas als besluiten of geldzaken heel concreet worden, worden de afspraken officieel op papier gezet, schrijft de rekenkamer.
Een rekenkamer is een onafhankelijke partij die onderzoek doet naar hoe een overheid, gemeente of waterschap beleid uitvoert en hoeveel dit kost. De rekenkamer kiest zelf de onderwerpen en bepaalt zelf waar onderzoek naar wordt gedaan.
De rekenkamer adviseert het waterschap dan ook om met een overzicht te komen waarin de verschillende samenwerkingsclubs staan beschreven. Het hoeft niet elk individueel contact te bevatten, maar moet wel de samenwerkingen op bestuurlijk niveau duidelijk maken. Daarin staat welk doel de samenwerking heeft, welke rol het waterschap hierin heeft en welke eventuele risico's er zijn.
Ook moet er regelmatig worden gekeken of de samenwerking nog voldoende oplevert voor het waterschap en of er eventuele knelpunten zijn.
Een andere aanbeveling is dat het verstrekken van informatie aan het Algemeen Bestuur (AB), zeg maar de 'gemeenteraad van het waterschap', beter moet.
Het rapport stelt dat informatie vanuit de samenwerkingsverbanden op een formele manier aan het AB moet worden gestuurd, zodat het minder afhankelijk wordt van ‘informele lijnen’.