Eigenaren van woningen en eigenaren/gebruikers van winkels en bedrijfspanden in Oldenzaal zullen bij hun OZB-aanslag in 2027 worden gecompenseerd voor de 10 procent extra betaalde onroerendzaakbelasting in 202 5. Een ruime meerderheid van de gemeenteraad stemde maandag in met collegevoorstel daartoe, nadat eerder oud-notaris Wim Gaalman met een publieksactie politiek en bestuur in beweging had gebracht in deze kwestie.
Met name het zelf benoemde ‘progressieve deel’ van de raad (PvdA, D66 en Groen Links) legde zich niet zomaar neer bij de voorgestelde compensatie van individuele OZB-betalers. Volgens PvdA’er Gert-Jan Egberink is er in het collegevoorstel sprake van ‘overcompensatie’. Hij diende, mede namens D66 en GL, een amendement met als doel een deel van het te compenseren bedrag ten goede te laten komen aan de Oldenzaalse gemeenschap.
Egberink rekende voor dat het Rijk met ruim 3 miljoen over de brug kwam, waarvan volgens afspraak 50 procent via de OZB zou worden teruggegeven. Daardoor ligt er volgens hem nu voorstel om 1,5 miljoen te compenseren, terwijl de extra OZB-verhoging met 10 procent ‘maar’ 1 miljoen heeft opgeleverd. Die extra verhoging mag wat PvdA, D66 en GL betreft 100 procent gecompenseerd worden. Egberink: “Maar laat het geld dat overblijft ten goede komen aan de gemeenschap: aan onze wijken, jeugd en preventie, verenigingen en inwoners die wat extra ondersteuning kunnen gebruiken.”
Op deze manier zou volgens Egberink ook iets kunnen worden gedaan voor Oldenzalers die geen rechtstreekse OZB-compensatie ontvangen. “Achter ongeveer vier op de tien voordeuren in Oldenzaal woont geen eigenaar, maar een huurder. Ook zij zijn inwoners van Oldenzaal.” Egberink vroeg zich af hoe rechtvaardig het is dat de ‘overcompensatie’ door een hogere WOZ-waarde terecht komt bij eigenaren met een duurdere woning. “Als de extra OZB volledig is gecompenseerd, vinden wij het daarom rechtvaardiger om wat daarna overblijft breder terug te geven.”
Tussen PvdA’er Egberink en Erwin Iepma van de VVD-fractie ontspon zich nog een ideologisch debat over de positie van de huurder in dit dossier. Iepma stelde zich daarbij formeel op het standpunt dat huurders niet belastingplichtig zijn en dus ook niet hoeven te worden gecompenseerd. “Dat is aan de verhuurder. De gemeente compenseert de belastingplichtige.” Egberink bracht daar tegen in dat huizenbezitters worden (over)gecompenseerd met geld van het Rijk. “We geven ze nu al een doekje voor het bloeden. Met gemeenschapsgeld krijgen ze meer geld dan waar ze recht op hebben.”
In het verlengde hiervan vroeg Rob Christenhusz (WG) aan wethouder Rutger Bouwman welk deel van de 1,5 miljoen compensatie terecht komt bij woningcorporatie WBO. “Komt er een gesprek van het college met WBO over hoe die middelen ten goede komen aan de huurders?” Christenhusz schatte het huizenbestand van de woningcorporatie op zo’n 12 procent, wat volgens hem neerkomt op een OZB-compensatie van al gauw twee ton. Wethouder Bouwman gaf aan dat gesprek wel te willen voeren, maar dat WBO over de ‘eigen bedrijfsvoering’ gaat.
Specifiek in antwoord op een door de WG ingediende motie liet wethouder Bouwman weten dat het college druk bezig is om een bestemming te vinden voor de andere helft van de 3 miljoen waarmee het Rijk alsnog over de brug kwam. Naast de 1,5 miljoen die het college wil teruggeven voor de extra OZB, zal volgens Bouwman eenzelfde bedrag worden ingezet om bezuinigingen terug te draaien. Hoe precies, kon de wethouder nog niet zeggen omdat het college-uitvoeringsprogramma, waarin de afspraken in het coalitie-akkoord (financieel) nader worden uitgewerkt, nog altijd niet af is. Voor de WG was de toezegging van Bouwman voldoende om de motie in te trekken.