Studenten van de ROC van Twente-opleiding Technicus Hout en Restauratie bouwen bij het RIBO in Hengelo een Friese tjaskermolen na voor het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. "Er staat daar een oud exemplaar dat het niet meer doet, de onderdelen zijn fragiel”, vertelt Susanne van den Beukel, directeur van Hengelose stichting. "Het museum wil toekomstige bezoekers ook kunnen laten zien hoe deze historische poldermolen is opgebouwd en functioneert. Daarom hebben ze ons gevraagd om een replica te maken."
Voor het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem was het wel even zoeken naar een partij die de Friese tjaskermolen kon maken. "Via omwegen zijn we bij RIBO terechtgekomen”, zegt Edwin Sluiter, vastgoedondersteuner en werkvoorbereider bij het museum. "De combinatie van restauratiekennis en onderwijs gaf daarbij de doorslag. Zij leiden jonge mensen op voor de toekomstige generatie in de restauratie. Daar lopen wij in Arnhem natuurlijk ook voortdurend tegenaan of het nu om timmerwerk, metselwerk of ander vakwerk gaat.”
Het RIBO is maar wat blij met de praktijkopdracht, want het maken van een reconstructie van een historische poldermolen is erg waardevol voor het opleiden van een nieuwe generatie vakmensen. Voor de studenten gaat de klus veel verder dan het zomaar namaken van een oud houten voorwerp: van veel historische constructies zijn vaak geen bruikbare bouwtekeningen voorhanden, dus moet alles nauwkeurig worden ingemeten. Dat is ook ter plekke gedaan in Arnhem.
Lees verder onder de afbeelding.
"Om een tjasker goed te kunnen reconstrueren, moeten ze begrijpen waarom onderdelen een bepaalde vorm hebben en hoe de complete constructie functioneert", zegt docent Alfred Evers, die de studenten bij het project begeleidt. "Het moet tussen de oren goed zitten, je moet vaardigheden hebben en je moet geïnteresseerd zijn in erfgoed. Eigenlijk die hele combinatie maakt het ook zo mooi om met hout te werken.”
Evers zegt er trots op te zijn dat RIBO deze opdracht heeft gekregen hebben en dat het iets bijzonders is. "Dat vertellen we ook aan de studenten, zo van: je mag nou iets maken voor een open luchtmuseum, wat daar de komende honderd jaar blijft staan en aan die geschiedenis heb jij straks meegewerkt."
ROC-studenten leren bij het RIBO klassieke houtverbindingen met de hand maken, maar ook moderne computergestuurde machines en 3d-technieken. Juist daarin ziet de opleiding haar meerwaarde. "Als leerlingen dit in 3D kunnen tekenen en opmeten, dan hebben ze eigenlijk het hele concept digitaal”, zegt Evers. "Daarna volgt het ambachtelijke werk. De 3D-techniek en CNC-machines* vervangen het oude vakmanschap niet, maar helpen studenten om beter te begrijpen en toe te passen."
* computergestuurde machine die materiaal zoals metaal, hout of kunststof automatisch en met extreme precisie bewerkt.
Tjaskers behoren tot de eenvoudigste Nederlandse windmolens. Tot in de jaren veertig van de vorige eeuw stonden ze onder meer in Friesland, West-Groningen, Drenthe en een deel van Overijssel. Ze molens werden gebruikt om drassige stukken land droog te houden. De wieken drijven rechtstreeks een schuin geplaatste molenas aan, die verbonden is met een vijzel in een houten ton. Zo’n vijzel is een schroefvormig mechanisme dat tijdens het draaien water van een lager naar een hoger niveau brengt, waarna het kan worden afgevoerd
Voor RIBO is de opdracht van het Nederlands Openluchtmuseum van grote betekenis. Dat een landelijk museum in Hengelo aanklopt, past volgens Van den Beukel bij de rol die de stichting als 'regio overstijgend expertisecentrum voor restauratie' wil spelen. "Het laat ook zien dat RIBO meer is dan een opleiding in Twente en dat we samen met leerlingen aan projecten werken die maatschappelijke meerwaarde hebben.”
Tegelijkertijd legt het project een probleem bloot dat in de restauratiesector al langer speelt: de vraag naar ervaren vakmensen wordt steeds groter, terwijl nieuwe aanwas beperkt is. In Nederland is steeds meer vraag naar specifieke kennis over het restaureren van monumenten of historische gebouwen. Die kennis dreigt verloren te gaan, met grote gevolgen voor behoud van historisch erfgoed.
Lees verder onder de afbeelding.
Van den Beukel ziet dat studenten die de opleiding afronden goede kansen hebben op werk en een goede boterham kunnen verdienen. Stagebedrijven willen leerlingen geregeld na hun opleiding houden. Volgens haar zit de uitdaging daarom vooral aan de voorkant: het interesseren van jongeren voor het ambacht, maar die moeten eerst weten dat het vak bestaat. Daarbij haalt ze een uitspraak van haar voorganger Martin Bellers aan: "Onbekend maakt onbemind; dus als je niet weet dat dit vak bestaat, dan kies je daar niet voor."
RIBO probeert daarom niet alleen vmbo-leerlingen, maar ook kinderen op jonge leeftijd al kennis te laten maken met ambacht en erfgoed. "Laat ze maar een keer een schaaf in de hand nemen en zien hoe mooi houtbewerking kan zijn”, zegt Van den Beukel. "Ik denk dat het al begint door aan de keukentafel thuis met jongeren in gesprek te gaan om ze de schoonheid van monumenten en het belang van erfgoedbehoud te laten zien."
De RIBO-directeur benadrukt dat het restauratievak meer is dan handvaardigheid, maar dat het ook vraagt om denkwerk. "Het is juist een combinatie van slimme koppen en gouden handen. Dat gaat hier letterlijk hand in hand.”
In Hengelo zijn inmiddels de eerste onderdelen van de tjasker klaar. De nieuw gemaakte wieken en andere delen zijn in fases naar het Openluchtmuseum vervoerd. Daar wordt de tjasker uiteindelijk weer opgebouwd. Een stukje Friese watergeschiedenis krijgt daarmee in Arnhem een nieuw leven, gebouwd door Twentse handen.
Camera en montage van de video bovenaan door Bert van der Molen