Het seizoen van de brute pk's en spuitende modder zit erop. Afgelopen weekend viel in het Friese Tzum het doek voor de competitie van het NK Combineracen, en de hoofdprijs ging mee naar Overijssel. Niek Mensing uit Wierden wist na een seizoen van in totaal zes wedstrijden – dat traditiegetrouw begon in De Hoeve – de landstitel en de bijbehorende beker binnen te slepen. Maar wie denkt dat het 'even een trekker pakken en crossen' is, heeft het mis. Achter deze unieke plattelandssport schuilt een wereld van techniek, strenge regels, en een ongekende dosis teamgevoel.
Het kampioenschap is opgedeeld in drie verschillende klassen. Je hebt de standaardklasse (een reguliere combine die is omgebouwd voor de baan) en de vrije klasse, waar deelnemers volkomen vrij zijn in de keuze van hun motor en opbouw. Niek Mensing komt echter uit in de Special klasse, waarin machines volledig in eigenbouw worden ontworpen. En dat mag letterlijk genomen worden: Niek rijdt zijn wedstrijden met een indrukwekkende en brullende Audi V8-motor.
Wie aan het starthek verschijnt, moet zich wel aan strakke voorschriften houden. Zo is het streven dat de machine er nog zoveel mogelijk uitziet als een echte combine. Het regelement schrijft voor dat elke machine als minimaal herkenningspunt een graantank en een schuddertunnel moet hebben, al mogen deze in overleg van een ander merk zijn. Wel eist de organisatie dat de graantank breder is dan de schuddertunnel. Gevaarlijke of losse onderdelen zijn uit den boze: graanpijpen en andere uitstekende delen moeten eraf. Ook op het gebied van veiligheid wordt niets aan het toeval overgelaten. Zo zijn oliebadfilters sinds 2006 ten strengste verboden omdat ze ervoor kunnen zorgen dat de motor op hol slaat. Twijfelt de organisatie over de originaliteit van een machine? Dan trekken ze de stoute schoenen aan en delen ze de constructie simpelweg in een andere klasse in.
Achter zo'n overwinning schuilt een flinke bak organisatie. Combineracen is bepaald geen hobby die je in je eentje op een zaterdagmiddag runt. "Het is een heel ding om alles mee te krijgen naar de cross," merkt Niek op. Standaard rijdt het team mee met maar liefst twee vrachtwagens, een bakwagen vol gereedschap en een aanhanger vol reservebanden.
Ook de dames spelen een onmisbare rol binnen het team: zij rijden niet alleen mee voor de catering om de hongerige magen te stillen, maar kruipen zelf ook achter het stuur om gas te geven. Wie zelf wil instappen heeft verschillende opties: je kunt een machine
laten bouwen bij bijvoorbeeld Brummelhuis, er eentje huren of er zelf een kopen. Het prijskaartje van deze sport is dan ook niet mals. "Het kost veel geld," vertelt Mensing in de ochtendshow van Twente Fm.
Ondanks de competitie en de harde strijd op de baan, draait het in de paddock vooral om de gemeenschap. Het hart van de sport klopt in de rennerskwartieren, waar in het zand onder de machines verplicht een vloeistofdicht zeil moet liggen om het milieu te ontzien. Festivalvibes en no-nonsense gezelligheid voeren hier de boventoon, vergelijkbaar met evenementen zoals Fuelpower, waar oldtimers, trekkers, truckcross en combineraces samenkomen in een weekend vol lawaai en rook.
Voor Niek Mensing is de beker prachtig, maar de waarde zit hem in het totaalplaatje: "Je doet het met elkaar en dat is het mooist, dat is wel veel waard."
Het seizoen is inmiddels officieel afgelopen. Na de komende eindvergadering, waar de definitieve prijzen worden uitgedeeld, gaat de winterstop in. Maar lang hoeft de ware liefhebber niet te wachten: in mei barst het geweld weer los.