Inkoop van kunstwerken doen ze al een tijdje niet meer, ‘we hebben er ruim 1500 en dat is genoeg’, zegt oprichtster Wies Hendriks die dit jaar stopte. Zoon Godfried nam de zaak over en hield afgelopen tijd een tentoonstelling over de Hengelose kunstenaar Eef de Weerd. In Galerie De Pook blijven ze doen waar ze goed in zijn: betaalbare kunst uitlenen.
Liefhebbers kunnen voor alleszins redelijke bedragen een schilderij of tekening aan de muur hangen of een bronzen beeld op de kast zetten. De keus is groot: liefst 1519 kunstwerken hangen aan de muren van De Pook, staan in bosjes op de vloer, in de vitrine en op de vensterbank.
De Kunstuitleen in het statige pand aan de Deldenerstraat is de oudste van Oost-Nederland en nog één van de weinige die over zijn in dit deel van het land. De galerie zelf is de op twee na oudste van ons land.
De uitleen voorziet nog steeds in een behoefte. De klanten uit het verleden hebben de muren vol en nieuwe liefhebbers nemen hun plaats in. “Soms komen mensen die een kunstwerk bij hun bank zoeken, maar ik probeer ze op andere gedachten te brengen”, lacht Godfried. Het uitlenen van kunst aan mensen buiten de regio gebeurt mondjesmaat. “Liever niet, we zijn een keer op de koffie gekomen.”
“We begonnen destijds met een uitleenbedrag van 95 gulden voor een heel jaar, het is nu gemiddeld 95 euro”, lacht Wies over de betaalbaarheid van de uitleen. “Het liep storm, moest oppassen dat ik nog werken overhield.” In het begin bood De Pook vooral ‘lyrisch abstract’ werk aan, maar smaken veranderen en ‘het is nu abstract’, duidt Wies.
De familie zwaait al 61 jaar de scepter over de bijzondere kunstwinkel. “Kopen kan ook, maar de uitleen is onze voornaamste activiteit”, aldus Godfried. Hij had eerder een kunstgalerie in Delden, maar is nu alweer zo’n tien jaar actief in Hengelo. En dit jaar nam hij de zaak compleet over.
Dat geen kunst meer wordt aangekocht, heeft toch ook wel te maken met hun gevoel van ‘hoe verder’. Wies is inmiddels 88 en Godfried is in de zestig. Er is geen opvolger. “Zoveel kunstwerken kun je heel goed uitlenen. Daar heb je er niet meer voor nodig.”
Overigens is Wies er dan wel officieel mee opgehouden, maar ze kan haar kindje niet alleen laten en is dus nog prominent aanwezig. “Ik ben er gewoon, zet koffie, praat met onze klanten; het papierwerk daarmee ben ik opgehouden.”
Moeder en zoon zijn maar wat trots op hun in 2023 overleden partner en vader Wim van Oostrom. Hij was huisschilder, maar werd gaandeweg een heel productief beeldend kunstenaar. Samen met zijn vrouw Wies begon hij in 1965 Galerie De Pook. De eerste jaren aan de Bornsestraat, daarna verhuisden ze naar het huurpand aan de Deldenerstraat.
Wim werkte aan zijn kunst, Wies bezocht en hield exposities, legde contact met kunstenaars in binnen- en buitenland, kocht in en ruilde. “Het is voornamelijk eigen smaak. Godfried en ik denken er precies hetzelfde over.”
Het is niet zo’n wonder dat een flink deel van de kunstuitleen bestaat uit werken van Wim. Liefst 471 van de beschikbare werken zijn door hem gemaakt. Veel mag worden verkocht ‘alleen de tamboerijn die mag niet weg’, wijst Wies op een beeld van haar echtgenoot even verderop. “Wim z’n sterke punt waren zijn plastieken”, menen Wies en Godfried die vervolgens overal tot in het schuurtje toe de beelden van hem tevoorschijn halen.
De Pook ontwikkelde zich tot een ontmoetingsplek voor vooral jonge kunstenaars. Hengeloër Eef de Weerd was er kind aan huis. Hij zou een maand geleden honderd zijn geworden. Godfried eerde de plaatselijke kunstenaar met een expositie van zijn vele werken die de galerie in bezit heeft.
Maar even zo goed kwam de Franse kunstenaar Pascal Magis uit Aurillac op bezoek. “Zijn eerste expositie bij ons was een groot succes. Alle tentoongestelde werken werden verkocht”, weet Wies nog. Aalt Veldhoen kwam voorbij en Albert Mol. De Pook werd een belangrijke plaats in het plaatselijk en landelijk kunstleven.
In het boek ‘Niet Omkijken’ over Wim van Oostrom meldt schrijver Erik Gigengack dat de oprichting van De Pook in 1965 een verzetsdaad was tegen de bestaande orde. “Twente verdient meer dan alleen strontkarren”, aldus Wim. Hij wil het ‘sluimerend kunstleven wat oppoken, er moet hier ’s wat rammel in de keet komen’.
Wies wijst op de nog bestaande functie van De Pook. “Kunst moet bereikbaar zijn voor iedereen. Niet alleen voor de rijken. We maken geen commerciële keuzes. Ik kan niet verkopen waar ikzelf niet achtersta. De Pook is niet elitair, maar laagdrempelig.” Haar man Wim doet er in het boek nog eens schepje bovenop. “Laagdrempeliger dan de Hengelose Kunstzaal waar het te deftig aan toe gaat en die slechts door een select groepje wordt bezocht.”