Techniekmuseum, kunstpodium en kunstenschool Oyfo in Hengelo heeft in 2025 een recordaantal van ruim 34.000 bezoekers getrokken, ruim 7.000 meer dan in 2024. Het aantal cursisten van de kunstenschool groeide van 1.668 naar 1.727. Ondanks die positieve ontwikkeling sloot de organisatie opnieuw een jaar af met een negatief resultaat, in 2025 was dat 79.544 euro, blijkt uit het jaarverslag.
Het exploitatietekort van Oyfo kwam uit op 91.270 euro, maar door een positief saldo van financiële baten en lasten werd het uiteindelijke verlies beperkt tot 79.544 euro. Daarmee deed Oyfo het beter dat verwacht, want in de begroting was nog uitgegaan van een verlies van 154.300 euro. Nuance daarbij is wel dat de gemeente Hengelo bijsprong met een bedrag van 250.000 euro om te voorkomen dat de cultuurorganisatie nog dieper in de rode cijfers zou belanden.
Directeur-bestuurder Marloes Nijhuis schrijft in het jaarverslag dat de financiële situatie van de organisatie de afgelopen jaren voor flinke uitdagingen heeft gezorgd. "Ook voor 2025 stond er een negatief resultaat in de begroting. Met de gemeente hebben we veelvuldig om tafel gezeten om onze financiën te bespreken en op zoek te gaan naar duurzame oplossingen. We zijn erg blij met hun betrokkenheid en de incidentele subsidies om onze tekorten te compenseren."
In 2025 stelde Oyfo ook een nieuw meerjarenbeleidsplan voor de periode 2026-2030 vast, waarin de cultuurorganisatie zich presenteert als 'de creatieve motor van Hengelo en daarbuiten'. Naast museum- en kunsteducatie wil Oyfo kunst vaker inzetten binnen het sociaal domein, onder meer via de nieuwe programmalijn Kunst Kracht.
De samenwerking van Oyfo met Wijkracht Hengelo en Wijkracht Regio (voorheen Stichting Wijkracht) is geïntensiveerd. Zogeheten 'sociaal makelaars' halen op wat er leeft in de wijk, waarna Oyfo haar aanbod hierop afstemt. Onder de noemer Kunst Kracht zet Oyfo in samenwerking met welzijnsorganisaties kunst in als middel binnen het sociaal domein: voor ontmoeting, verbinding en welzijn. Dat heeft al geresulteerd in het project ‘Bukken voor je leven’. Dit is in oktober 2025 gestart met De Vliegende Stoel, in samenwerking met Wijkracht en de gemeente Hengelo, en richt zich op armoedebestrijding en participatie.
Opvallend is wel dat Oyfo niet direct door de kwaliteitskeuring kwam van de CBCT-certificering, een onafhankelijk kwaliteitskeurmerk voor bibliotheken, cultuurorganisaties en taalhuizen. Na een zogenaamde 'her-audit' in september behaalde de organisatie alsnog deze certificering. Voor een organisatie als Oyfo van groot belang, omdat dit richting gemeenten, fondsen en andere financiers laat zien dat de organisatie voldoet aan landelijke kwaliteitsnormen.
Lees verder onder de afbeelding.
In het jaarverslag wordt ook kort stilgestaan bij de plaatsing van de flexwoningen op het terrein voor het museum. Hierdoor is de zichtbaarheid van Oyfo vanaf de Tuindorpstraat aanzienlijk verminderd. Ook is er aanzienlijk minder parkeergelegenheid bij het museum. Bezoekers moeten nu uitwijken naar de parkeerplaats achter het gebouw.
Uit een impactonderzoek dat Oyfo liet uitvoeren naar aanleiding van deze veranderingen blijkt dat er zorgen zijn over het veiligheidsgevoel van bezoekers die op deze slecht verlichte parkeerplaats hun auto parkeren. Dit lijkt vooralsnog geen invloed te hebben op de aantrekkingskracht van het museum, gezien een record aantal bezoekers in 2025. Oyfo schrijft dat het effecten op de klantbeleving, de bedrijfsvoering en het resultaat wel blijft monitoren.
Lees verder onder de afbeelding.
De gemeente is van het effectenonderzoek op de hoogte en zou volgens Oyfo werken aan praktische oplossingen op eventuele negatieve impact in de toekomst. Welke oplossingen dat zijn, is op dit moment onduidelijk. De gemeente is zelf geen eigenaar van het parkeerterrein en ziet zichzelf ook niet als directe partij als het gaat om het gebruik van het terrein.
"Het is aan de eigenaar van het Hazemeijerterrein om maatregelen te nemen voor de toegankelijkheid of het gebruik van het terrein", zei de gemeente eerder in antwoord op vragen van 1Twente over het gebruik van het parkeerterrein.