Hengelo kan niet veel doen om druk op overvol net te verminderen, maar er zijn wel een paar knoppen om aan te draaien. Een nieuwe woonwijk bouwen is in Hengelo allang niet meer een kwestie van alleen maar bouwen. Door de drukte op het stroomnet moeten gemeente, ontwikkelaars en netbeheerders steeds eerder nadenken over de vraag of er überhaupt wel gebouwd kan worden. Tijdens een politieke markt sprak de Hengelose politiek deze week over hoe de gemeente in de toekomst om dient te gaan met het overvolle stroomnet ofwel met netcongestie.
Waar vroeger bij bouwprojecten achteraf een stroomaansluiting werd geregeld, is dit nu een van de zaken waar al aan het begin naar wordt gekeken. Het piept en kraakt op het Twentse stroomnet. Bouwprojecten, verduurzaming en het aardgasvrij maken van woningen en bedrijven zorgen ervoor dat er een file ontstaat op het stroomnet. En dat blijft voorlopig zo; niet eerder dan rond 2035 wordt verbetering verwacht. Overal wordt het net nu stapje voor stapje verzwaard, maar de effecten daarvan zijn pas tegen die tijd merkbaar.
De Hengelose gemeenteraad werd dinsdagavond bijgepraat door het college van b en w over de effecten van de zogenoemde ‘netcongestie’ en wat dat betekent voor de plannen en ambities die er zijn in de stad. Hengelo wil de komende jaren flink gaan bijbouwen, maar hoe gaat dat straks met de elektriciteit?
De oplossing voor het overvolle net ligt vooral bij de netbeheerders zelf. Zij beheren het stroomnet en de gemeente Hengelo speelt daarbij slechts een kleine rol. Toch komt het college met een plan om zelf ook actie te ondernemen. Het wil de procedures voor toekomstige transformatorhuisjes en verdeelstations versnellen. Ook moet worden gekeken welke bouwprojecten prioriteit hebben en welke nog wel even kunnen wachten.
De komende tijd gaat er best wat veranderen op het gebied van elektriciteit. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft een prioriteitenlijst gemaakt, waarmee wordt bepaald wie op welk moment voorrang krijgt op het stroomnet. Zo krijgen batterijopslag en andere maatregelen die het net kunnen ontlasten voorrang. Ook krijgen organisaties die nodig zijn voor de nationale veiligheid, zoals defensie, brandweer, politie en ziekenhuizen, prioriteit boven bedrijven en woningen.
Waar vroeger onderscheid werd gemaakt tussen klein- en grootverbruik, wordt vanaf 1 juli alles op één wachtlijst geplaatst. Daarnaast onderzoekt de Rijksoverheid of het voor gebruikers verplicht kan worden om alleen nog ‘slimme’ warmtepompen toe te laten en ‘domme’ warmtepompen te verbieden. In de impactanalyse staat dat volledig elektrische ‘domme’ warmtepompen op piekmomenten te veel druk op het stroomnet veroorzaken. Bij slimme warmtepompen wordt het vermogen op zulke momenten automatisch afgeschaald.
Bij sommige raadsleden roept dit vragen op met betrekking tot de zogenoemde aardgasvrijplannen van Hengelo. Daarbij wordt keuzevrijheid benadrukt, zodat mensen er ook voor kunnen kiezen een warmtepomp te nemen wanneer zij niet op het warmtenet willen worden aangesloten. "Waar is de keuzevrijheid van die inwoner dan?", vraagt ANDERS!-raadslid Glenn Dedecker zich af, als zo'n verbod er komt.
Volgens wethouder Annemieke Traag zijn er allerlei wetten in de maak in Den Haag en is niet bekend wat daar precies uitkomt. “Onze ambitie is dat wij keuzevrijheid willen voor onze inwoners”, zegt de wethouder. “In de loop van dit jaar beginnen we met een nieuw energieprogramma, inclusief warmteprogramma, en daar komen dit soort issues ook aan de orde.”
Forum voor Democratie-raadslid Brian Geertshuis vraagt zich af of het wel verstandig is om door te gaan met de verduurzaming. Hij vindt dat de gemeente met het actieplan alleen aan ‘symptoombestrijding’ doet. “Er wordt, ondanks het capaciteitstekort, toch gewoon doorgegaan met de elektrificatie.”
Het nieuwe college, dit een dag later geïnstalleerd werd, wil de problemen rond het stroomnet aanpakken en heeft netcongestie als apart dossier ondergebracht in de portefeuille van de nieuwe wethouder Mitchell Boers. Hiermee wil het college benadrukken dat het het probleem serieus neemt en het ziet als een essentieel onderdeel van de groei van de stad.