Voor Erik Timmer en Aart Ek werden verliep de vrijwilligersavond in de Grote Kerk woensdagavond iets anders dan ze zich hadden voorgesteld. Wat heet! Vanwege hun grote verdiensten voor de Protestante Gemeente Almelo en de verbouwde kerk wachtte tot hun eigen grote verrassing een Koninklijke onderscheiding.
De twee vervulden een belangrijke rol in het transformatieproces van de Almelose Protestantse Gemeente, waarin vijf wijkgemeenten in één protestantse gemeente in Almelo (PGA) opgingen. Zes jaar geleden ging de werkgroep ‘Loslaten en Opnieuw Beginnen’ van start om de weg vrij te maken naar één protestantse gemeente met één kerkgebouw. Dat werd de Grote Kerk aan het Kerkplein in hartje stad.
Dankzij de verbindende kwaliteiten van Timmer en Ek en een sterk staaltje leiderschap verliep de transitie, die simpelweg als een grote bezuinigingsoperatie moet worden gezien, zonder noemenswaardige hobbels. In het VKB periodiek van het kerkelijk begeleidingsadviesorgaan Kerkvitaal spraken Timmer en Ek vorig najaar enthousiast over een doordacht fusietraject, dito procesbegeleiding met oog voor de menselijke maat:
”Het resultaat is meer dan een fusie; het is een hernieuwde gemeenschap en een toekomstbestendig en multifunctioneel kerkgebouw. Het is bijzonder dat het merendeel van de gemeenteleden met dankbaarheid en waardering naar het resultaat kijkt, ondanks aanvankelijke scepsis en grote zorgen om de eigen identiteit te verliezen.”
Burgemeester Richard Korteland vertaalde dat woensdagavond tijdens de bijeenkomst in de Grote kerk met de woorden dat ‘één en één door toedoen van Timmer en Ek zoveel meer is geworden dan drie’. ”Door samen te werken en elkaar aan te vullen, heeft u hier iets neergezet dat niemand alleen had kunnen realiseren. Dank voor het voorbeeld dat u geeft van wat een gemeenschap kan betekenen wanneer mensen hun talenten, tijd en energie met elkaar delen.”
Want als prominent onderdeel van het hele proces waren de twee ook nauw betrokken bij de verbouwing en verduurzaming van de Grote Kerk. Het monumentale gebouw kreeg een nieuwe invulling. Daarbij was er niet alleen sprake van bestuurlijke aansturing door Ek en Timmer, maar zeker ook van praktische inzet op de werkvloer destijds.
Het tweetal is benoemd tot lid de Orde van Oranje-Nassau als erkenning voor een jarenlange en brede inzet voor zowel de christelijke gemeenschap in Almelo als de Grote Kerk. Erik Timmer zet zich in de stad overigens ook nog in voor de Joodse Begraafplaats waar het gaat om behoud en herstel van het waardevolle erfgoed.