Meer dan vierduizend vierkante meter tuin, vol planten, struiken en bomen. Bij villa 't Annink in Hengelo ziet die tuin er elke week anders uit. Uitgekeken raak je er niet snel. Ria Spruit en haar man Nelson werkten er veertig jaar aan. "Nelson maakte echt een studie van welke planten er konden staan."
Vier decennia lang verzorgden Ria (93) en haar echtgenoot Nelson de tuin aan de Drienerparkweg vlakbij het centrum van Hengelo. De tuin mocht steeds meer zijn eigen gang gaan. "Van alles mag groeien waar het wil en er staan zoveel mogelijk planten", vertelt Ria.
Sinds het overlijden van haar man en de verkoop van het huis, is ze voor het eerst in drieënhalf jaar terug.
Wie door de tuin loopt, kan er bijna op expeditie. Op de achtergrond rijden treinen voorbij, al zijn ze tussen al het groen niet te zien. De huidige bewoners plannen elke vrijdag onderhoud in voor de tuin, maar de natuur mag voor een groot deel doen wat die wil.
Zo zijn er veel beschutte en verborgen plekken. Van Ria en Nelson mocht de tuin al sinds de jaren tachtig zo vol mogelijk staan. "En niet al te veel ruimte ertussen, want daar kan onkruid gaan staan."
Braam, brandnetel en berenklauw zijn de grootste vijanden van de tuin. Als ze niet onder handen worden genomen, dan vind je ze overal, zegt de huidige eigenaar Hans Wammes. Samen met Greetje Fekkes zet hij het levenswerk van Ria voor een belangrijk deel voort. "Wij dachten gelijk dat dit nooit een nette tuin wordt met mooie hofjes en zo", zegt Greetje.
De tuin hoort bij villa 't Annink, een statig pand dat honderd jaar geleden werd gebouwd voor textielfabrikant Ter Kuile. Op foto's uit 1932 is te zien dat de villa en de tuin toen werden omringd door gebouwen en huizen. Sommige bomen op die oude foto’s staan nog steeds in de tuin. Ietsje groter inmiddels, dat wel.
Hans laat trots de Drienerbeek zien, die rustig door de tuin stroomt. Volgens hem ontspringt de beek ergens tussen Enschede en Hengelo. Ria vult aan: "En die gaat dan naar Almelo." Hans: "Prachtig zuiver water."
Een hekwerk in de beek houdt afval, zoals blikjes, tegen. Voor Hans is de beek vooral handig. "Zo heb ik een permanente bron van water voor de tuin. Ik hoef niet te sproeien."
In de jaren tachtig kochten Ria en Nelson het huis vooral vanwege de tuin. "Het huis was eigenlijk veel te groot voor ons."
De tuin werd een project dat nooit stopte. Hans en Greetje plukken daar nog steeds de vruchten van. "Kijk eens hoeveel daslook", laat Greetje trots zien. "Daar kun je pesto van maken, met kaas en noten."
Ook voor Ria bleef de tuin bijzonder. "Ieder jaar was je weer verrast dat er dan toch weer iets nieuws tevoorschijn kwam. Ik heb natuurlijk wel eens een kerstroos geplant, maar nooit zoveel als er nu zijn."
Dat ze niet meer in het huis met de grote, wilde tuin woont, daar heeft ze vrede mee. "Het heeft me helemaal niet zoveel moeite gekost. Het is goed zo."