“We kunnen op maat en passend voor elk dorp en zelfs in het buitengebied meteen beginnen met het realiseren van woningen die gericht zijn op kleine huishoudens”, zegt Jinne Stienstra, lijsttrekker van D66. Met kleine huishoudens doelt hij op starters, eenpersoonshuishoudens en senioren. D66 komt met het plan ‘Bouwen aan Losser, een woning voor iedereen’.
“Momenteel is het aanbod van betaalbare koop- en huurwoningen voor starters, doorstromers en ouderen veel te laag. Starterswoningen van 400.000 euro of meer zijn voor de lokale jeugd onbereikbaar.”
Wat D66 Losser wil is het toevoegen van woningen die gericht zijn op kleine huishoudens, die modulair en circulair zijn uit te breiden, maar ook weer kleiner gemaakt kunnen worden. De gemeente Losser maakte vorig jaar al het splitsen van woningen en kavels makkelijker. “We kunnen ook kijken waar er een toplaag bij kan, en waar inbreiding binnen de bebouwde kom mogelijk is”, aldus Stienstra.
Wat het realiseren van betaalbare woningen betreft, is de gemeente aan zet, benadrukt hij. “De gemeente moet een actief grondbeleid gaan voeren en het voorkeursrecht inzetten om geschikte bouwlocaties te verwerven.” Eind 2025 vestigde de gemeente nog het voorkeursrecht op een gebied in De Lutte.
Maar de gemeente kan meer doen. “Via de Bank Nederlandse Gemeenten kan de gemeente voordelig lenen om projecten te financieren. De gemeente kan een eigen gemeentelijke woningstichting oprichten. Omdat de gemeente geen winst hoeft te maken, kunnen de prijzen aanzienlijk lager blijven dan in de commerciële markt.”
D66 Losser wil naast betaalbare woningen, ook duurzame woningen. “In Enschede bouwde de woningcorporatie circulaire sociale huurwoningen, waarbij gebruik gemaakt werd van casco en herbruikbare materialen.”
De partij geeft de voorkeur aan biobased bouwen, waarbij gebruik gemaakt wordt van materialen die door de landbouw worden geteelt. “Hout voor constructies en gewassen als vlas voor isolatiemateriaal. Dat zorgt voor een gezondere leefomgeving en levert een belangrijke bijdrage aan het halen van klimaatdoelen. Bovendien draagt het bij aan een ander verdienmodel voor onze agrarische sector.”
Een ander voorbeeld vindt Stienstra in Weerselo. “Daar heeft Mijande Wonen huurwoningen voor statushouders, starters en senioren laten bouwen. Twee blokken van acht woningen. De woningen staan op grond die eigendom is van de woningcorporatie. Er zijn woningen zonder drempels en trappen, voor mensen die om medische redenen met voorrang een aangepast huis nodig hebben. Daarnaast zijn er 12 tussenwoningen, die bedoeld zijn voor spoed- en noodopvang.”
Daarnaast noemt Stienstra andere voorbeelden. Onder andere het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, waarbij de gezamenlijke eigenaren de bouwopdracht geven. “Er zijn erfpachtconstructies, waarbij de gemeente grond in eigendom houdt en in erfpacht uitgeeft. Doordat de gemeente de grond in eigendom te houdt, kan de gemeente grip houden op prijs. En daarmee zorgen dat de woningen beschikbaar blijven voor de beoogde doelgroep”, aldus Stienstra. “Een andere mogelijkheid is gebruik te maken van instrumenten als KoopStart of Kopen naar Wens, waarbij de woning gekocht wordt met een korting op de marktwaarde, die pas bij doorverkoop berekend wordt.”
Een snelle oplossing is het tijdelijk plaatsen van verplaatsbare Flexwoningen op braakliggende gemeentegrond. “Dat kan een directe oplossing bieden voor bijvoorbeeld spoedzoekers en jongeren.”
Een mogelijkheid zijn ook Tiny Houses met gezamenlijke schuurtjes en parkeerplaatsen, geschikt voor jongeren en starters op de woningmarkt. “Door de centrale voorzieningen ga je verrommeling tegen. Uit een eerder inventarisatie door D66 Losser is er gebleken dat er behoefte is aan deze woonvorm.”
“De gemeente moet weer de regie nemen in de volkshuisvesting. Losser kan door de combinatie van actief grondbeleid, modulaire bouw en lokale samenwerking een voorloper worden in Twente”, benadrukt Stienstra.
Modulair bouwen is een manier van bouwen waarbij een gebouw, zoals een huis, kantoor of school, bestaat uit losse onderdelen, ook wel modules genoemd.
Die onderdelen worden in de fabriek gemaakt en daar al voorzien van isolatie, wanden, ramen, en soms zelfs de badkamer en keuken. De kant-en-klare modules worden naar de bouwplaats gebracht en daar met een kraan op hun plek gezet en aan elkaar vastgemaakt. Omdat het losse delen zijn, kan zo’n gebouw later makkelijker aangepast of gedemonteerd worden, en ergens anders weer opgebouwd worden.
Circulair bouwen is bouwen zonder afval. Materialen worden zo gebruikt dat ze later weer uit elkaar gehaald en hergebruikt kunnen worden. Het doel is om grondstoffen te behouden en het milieu niet uit te putten door te hergebruiken, recyclen en slim te ontwerpen, in plaats van te slopen en weg te gooien.