Het is zomaar een najaarsdag in 2024. Een dik wolkendek hangt boven Hengelo. Er staat een zwakke zuidwestenwind die de lucht uit het havengebied over de stad blaast. In het centrum hangt de geur van asfalt, afkomstig van het bedrijventerrein aan de haven. Stank uit het havengebied is niet alleen in Hart van Zuid te ruiken of in het centrum, maar ook in andere delen van de stad.
Voor veel omwonenden in de nabijheid van de fabriek is stankoverlast een dagelijkse realiteit als de asfaltfabriek vol productie draait. Maar niet alle bewoners ervaren dat zo, blijkt uit een buurtonderzoek van 1Twente.
Terwijl de ene bewoner zijn schouders ophaalt en zegt dat de klachten wel meevallen of de fabriek juist een goede buur vindt ('Kan er zelfs zand ophalen als ik dat nodig heb'), zijn er ook bewoners met andere ervaringen. Zij zeggen ‘s zomers niet te kunnen slapen met een raam open voor frisse lucht. Ook zijn er bewoners die hun tuin mijden als de centrale op volle toeren draait. Zij zitten noodgedwongen binnen of zoeken hun heil elders. Een bewoonster zegt bewust om te fietsen als de wind verkeerd staat en de asfaltcentrale draait.
Edith van de Brugh, raadslid van Pro Hengelo, heeft in april 2025 een duidelijke mening over de asfaltcentrale en de overlast: “Toen er in december een dik wolkendek over Hengelo hing, was de stank overal waarneembaar. We moeten als Hengelo voorkomen dat de maakindustrie en nieuwe woningen elkaar bijten. Dat betekent dat we aan de voorkant zaken moeten dichttimmeren en achteraf geen pleisters moeten plakken. Het verduurzamen van de ACT gaat de overlast niet beperken, de stank en uitstoot van giftige stoffen blijft.”
Inwoners kunnen geuroverlast melden bij de Omgevingsdienst Twente (ODT). Die voert voor de 14 Twentse gemeenten de milieutaken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De ODT heeft daarvoor een speciaal formulier. Ieder klacht moet apart worden doorgegeven. Missie van de ODT is zorgen voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving in Twente.
De omgevingsdienst is ook betrokken bij de metingen die de ACT laat uitvoeren om te controleren of de uitstoot binnen de norm blijft. Het orgaan let daarbij vaak ook op andere omstandigheden. Zo valt het medewerkers van de ODT bij een meting in 2024 op dat er ter hoogte van de menger veel stof vrijkomt bij het productieproces.
Dat er meer klachten zijn van inwoners en meldingen over stankoverlast, komt mogelijk ook door meer bekendheid over de uitstoot van industrie, onder meer door publicatie van het veelbesproken rapport Industrie en Omwonenden van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in 2023. De conclusies daarvan werden breed uitgemeten door de landelijke pers.
De OVV onderzocht in 2022 de wijze waarop burgers worden beschermd tegen de risico’s van gevaarlijke stoffen die de industrie uitstoot, soms jarenlang en met schadelijke gevolgen voor de gezondheid. Dit kan al bij eenmalige uitstoot of lozing zijn, maar ook door een opeenstapeling van stoffen die in de loop van de tijd in het milieu of in het menselijk lichaam komen. Wat heeft Hengelo daar van geleerd?
De Onderzoeksraad voor Veiligheid deed onder meer onderzoek naar bedrijven als Tata Steel (IJmuiden), Chemours (Dordrecht) en Asfaltfabriek Nijmegen (APN) en concludeerde dat zowel die bedrijven als de overheid tekortschieten in het bescherming van omwonenden.
Bij overlast reageren bedrijven en overheden volgens de OVV vaak pas na onrust of incidenten. Vaak volgen standaardantwoorden als ‘het bedrijf voldoet aan de vergunning’. Een andere bevinding was dat provincies, gemeenten en toezichthoudende omgevingsdiensten vaak te weinig kennis en capaciteit in huis hebben om inwoners goed bij te staan.
Als het om omgevingsdiensten gaat, dan is dat niet zo gek; de eerste omgevingsdiensten in Nederland bestaan nog niet zo lang en zijn opgericht rond 2013. Reden was verscherpte wet- en regelgeving naar aanleiding van een aantal grote rampen en incidenten zoals de vuurwerkramp, de cafébrand in Volendam en de grote industriebrand in Moerdijk.
De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) wees ook op de eenzijdige focus op naleving van de (emissie)voorschriften: ‘Bescherming moet uitgaan van de emissies op leefniveau, dus wat mensen feitelijk inademen of binnenkrijgen’.
Volgens de Onderzoeksraad konden uit het rapport lessen worden getrokken die ook toepasbaar zijn voor andere regio’s met zware industrieën of bedrijven die gevaarlijke stoffen uitstoten, dus daarmee ook voor ACT en Hengelo.
Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid in het voorjaar van 2023 was een wake-up call voor omwonenden van de asfaltcentrale in Hengelo en een bevestiging dat hun situatie niet op zichzelf staat, ook niet als het gaat om de manier waarop overheden met bewoners omgaan. Een groep bezorgde inwoners, verenigd in BuurtoverlegACT, neemt daarom op 23 april 2023 contact op met de gemeente Hengelo over de overlast die de asfaltcentrale al jaren veroorzaakt.
In een brief aan het college van burgemeester en wethouders delen de bewoners hun zorgen. Ze willen weten in hoeverre de gemeente Hengelo het beleid jegens de ACT bijstelt op basis van dit rapport. ’Net als de omwonenden van de drie casussen in het rapport, hebben wij het gevoel dat wij ook te maken hebben met ‘procesmatige antwoorden’ (par 6.1 van het rapport) door de ACT en door de gemeente.’
De bewoners willen ook weten of het stadsbestuur de overlast die bewoners ervaren eigenlijk wel serieus neemt en samen met het bedrijf concreet wil werken aan het verminderen daarvan. Ze vragen op welke termijn een vertegenwoordiging van de omwonenden van de ACT in gesprek kan met het college van burgemeester en wethouders.
De gemeente antwoordt per brief: er zijn geen gezondheidsrisico’s en er is dus geen reden tot zorgen. De gemeente onderbouwt die claim verder niet. Dat leidt tot irritatie bij de bewoners. Die nemen geen genoegen met dat antwoord en vragen expliciet om duidelijkheid over gezondheidsrisico’s.
De gemeente wijst in haar antwoord op de brief van inwoners wel op een geuronderzoek dat uitgevoerd gaat worden:
'De omgevingsdienst heeft door uitvoeren van geurwaarnemingen vastgesteld dat het aanvaardbare geurhinderniveau in de wijk mogelijk wordt overschreden. Door het vaststellen hiervan is de asfaltcentrale verplicht een geuronderzoek uit te voeren. Hieruit moet blijken of het aanvaardbare geurhinderniveau, zoals dit is vastgelegd in de vigerende omgevingsvergunning van de asfaltcentrale, wordt gerespecteerd.'
De bewoners zijn wantrouwend en geven aan voorstander te zijn van onaangekondigde geurmetingen en geen geplande. De ACT zou dan voorbereid zijn, waardoor er mogelijk een ander beeld zou kunnen ontstaan. Volgens de gemeente zijn ongeplande metingen echter geen optie; er moet op dat moment een productie gedraaid worden die representatief is voor het bedrijf.
‘Daarnaast is het technisch gezien ook niet haalbaar om op moment van geuroverlast een meting uit te voeren. Die moeten worden uitgevoerd door een daartoe geaccrediteerd bureau die met daartoe bestemde monstername apparatuur een monstername moet uitvoeren. In Nederland zijn maar een beperkt aantal bedrijven geaccrediteerd deze metingen uit te voeren. Deze bureaus zijn niet op afroep beschikbaar, laat staan deze binnen een kort tijdsbestek ter plaatse kunnen zijn en een monsterneming kunnen uitvoeren.’
Het college zegt de bewoners wel toe dat Omgevingsdienst Twente bij toenemende geurklachten vaker waarnemingen in de wijk gaat uitvoeren en actie onderneemt als de stank onaanvaardbaar is. De bewoners vinden dat ook deze brief (pdf) van de gemeente te veel 'procesmatige antwoorden' bevat: 'Dit is juist iets waar de Onderzoeksraad kritiek op had.'
Er volgt een eerste bijeenkomst met de bewoners en vertegenwoordigers van de gemeente, waaronder een stadsdeelregisseur van Hart van Zuid en een jurist van de gemeente.
Ook vanuit het bewonersoverleg is er kritiek op geuronderzoeken. Ze wijzen erop dat bij officiële methoden een gemiddelde geurbelasting wordt vastgelegd, terwijl de overlast bij de inwoners juist draait om kortdurende, indringende pieken op onhandige momenten ’s avonds of bij windstilte. Met andere woorden: bronmetingen en modelberekeningen zijn juridisch netjes en gestandaardiseerd, maar blijven voor de bewoners te technisch, te vaag en te abstract.
Het zegt weinig over de stank die iemand in zijn tuin waarneemt. Ook lopen tijdstippen van klachten, windrichting en bedrijfsdata in de praktijk niet altijd synchroon, waardoor piekmomenten achteraf moeilijk te bewijzen zijn. Het resultaat: rapporten die 'binnen de norm' concluderen, tegenover bewoners die wel degelijk hinder ervaren.
Dan is er nog de angst voor gezondheidseffecten. Een GGD-arts geeft in januari 2024 een presentatie aan een groep bewoners over de relatie tussen kanker en de omgeving. Aanleiding zijn zorgen over de blootstelling aan schadelijke stoffen. De arts meldt dat in Hengelo-Zuid het aantal kankergevallen op het landelijk gemiddelde ligt.
De arts geeft in de bijeenkomst wel aan dat hij namens de GGD graag in Hengelo-Zuid wil onderzoeken hoe mensen de kwaliteit van hun leefomgeving en met name de luchtkwaliteit ervaren. Een eerder verzoek om zo’n onderzoek te doen, werd vanwege de kosten afgewezen.
Op 10 juni 2024 sturen de inwoners een brandbrief naar het gemeentebestuur. Ze voelen zich niet serieus genomen en geven aan weinig vooruitgang te zien. De inwoners verzoeken de gemeente in samenwerking met de ACT te zorgen voor sluiting van de fabriek of verplaatsing.
De gemeente doet de toezegging om omwonenden uiterlijk in oktober een reactie te geven op hun brief van 10 juni 2024. Die reactie komt er, maar pas na 12 februari 2025, (in de week na een publicatie van 1Twente waarin bekend werd gemaakt dat de gemeente bereid is om een onderzoek verhuizing of verplaatsing te financieren, maar dat de ACT niet bereid zou zijn om mee te werken).
De gemeente zegt in de brief aan de bewoners dat het handhavingstraject met dwangsommen wordt vervolgd, maar dat beide partijen (de gemeente en ACT) het niet eens zijn over de normen en het tempo van de te treffen maatregelen.
'Hierover worden nog beroepsprocedures gevoerd. De gemeente blijft zich inspannen dat de ACT binnen zo kort mogelijke tijd aan de normstelling voldoet. Mocht het resultaat uitblijven wordt de handhaving verder opgeschroefd,' aldus de gemeente.
De bewoners reageren teleurgesteld op de brief van de gemeente: 'De inhoud van de brief is niet verrassend, maar blijft teleurstellend, aangezien er geen argumenten worden aangedragen, anders dan dat de ACT niet wil meewerken. Dan denken wij: gemeente, moest je daar zo lang over nadenken?!'
Een belangrijke conclusie uit het OVV-rapport in 2023 is dat bedrijven meer openheid van zaken moeten geven over de gevolgen van hun uitstoot voor de gezondheid van omwonenden. De Onderzoeksraad vindt ook dat alle betrokken partijen de blootstelling aan schadelijke stoffen voortaan in een vroeg stadium in kaart moeten brengen. 'Dat is extra belangrijk bij stoffen die niet natuurlijk afbreken in de omgeving, want die blootstelling kan lang duren.' Daarom zou er systematisch moeten worden onderzocht wat de gezondheidsrisico's zijn.
Alhoewel het aantal klachten de laatste jaren toeneemt, is er altijd al wel geklaagd over zowel geluids- als geuroverlast rond het bedrijventerrein. Dat is onder meer op te maken uit een Burgerjaarverslag van de gemeente Hengelo uit 2009. Daarin vinden we een reactie van een bewoner:
'Natuurlijk wisten we toen we hier een paar jaar geleden kwamen wonen, dat we naast een groot industrieterrein zitten, maar op een dag schrokken we toch van een enorm lawaai. Het bleek afkomstig van de asfaltcentrale. De geluidsoverlast duurde enkele maanden. Het maakte duidelijk dat we vaker hinder zullen ondervinden van fabrieken en bedrijven in de buurt.'
Toch kregen inwoners de problematiek niet meteen op de agenda van de gemeente in die tijd. Er werd een actiegroep opgericht, ‘Last in Zuid’, die uiteindelijk opging in de Wijkraad Berflo Es.
In het Burgerjaarverslag schrijft dezelfde inwoner:
'We hebben geprobeerd onze problematiek op de agenda te krijgen bij de gemeente. Dat ging moeizaam, maar uiteindelijk is na een raadsvergadering besloten dat er een Klankbordgroep Industrieterrein Twentekanaal (KIT) zou komen met bewoners, bedrijven en een vertegenwoordiger van de gemeente.'
De reactie in een officieel verslag van de gemeente Hengelo geeft aan dat die uiteindelijk niet blind was voor de geluiden uit de samenleving. De gemeente besloot na aandringen van de bewoners het grootschalig gezondheidsonderzoek ‘Luchtkwaliteit rondom industrieterrein Twentekanaal' uit te voeren in Hengelo-Zuid.
Zie ook rapport: Milieugezondheidsonderzoek bedrijventerrein Twentekanaal te Hengelo, naar aanleiding van onderzoek door de GGD, RIVM en VROM-Inspectie, 2011.
De GGD Twente, RIVM en VROM-Inspectie concludeerden in 2011 dat het bedrijventerrein Twentekanaal te dicht op de woonwijk ligt en dat verouderde bestemmingsplannen te weinig bescherming boden. Het advies aan de gemeente Hengelo was om in het nieuwe bestemmingsplan een strikte zonering op te nemen, (het gebied te verdelen in verschillende gebieden met verschillende functies).
Ook de uitbreidingsruimte aan de noordzijde moest kritisch worden beperkt en er zou strakker gehandhaafd moet worden, zeker bij bedrijven die vaker hinder veroorzaakten. Het rapport bevestigt ook de geur- en geluidsoverlast die omwonenden ervaren.
Asfaltcentrales vallen onder de zwaarste categorie industrie. Volgens richtlijnen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zou zware bedrijvigheid op enkele honderden meters afstand van woningen moeten liggen: ongeveer 200 tot 300 meter vanwege milieuoverlast zoals geur en luchtvervuiling en 300 tot 500 meter vanwege brandveiligheid. Dit zijn geen harde wetten, maar richtlijnen. Gemeenten mogen hiervan afwijken, bijvoorbeeld bij bestaande situaties of als extra maatregelen worden genomen. Hoe streng die afstand wordt toegepast, hangt af van de lokale omstandigheden en besluiten van de gemeente.
De uitkomsten van dat onderzoek werden meegenomen in het actualiseren van bestemmingsplannen voor het Twentekanaal. De gemeente Hengelo was in 2009 al gestart met herziening van de bestemmingsplannen, maar liet die bewust nog even openstaan om aanbevelingen uit het onderzoeksrapport te verwerken.
Uit het onderzoek bleek dat de uitstootnormen voor gevaarlijke stoffen op leefniveau niet werden overschreden. Bij de asfaltcentrale (ACT) bleven de schoorsteenemissies binnen de geurnormen, maar volgens onderzoekers konden bronnen als tanks en zwaar beladen vrachtwagens wel tot overschrijding van de strengste geurtoets leiden, vooral bij de dichtstbijzijnde woningen.
'Geen van de berekende concentraties stoffen overschrijdt de normen voor blootstelling van lange of korte duur, noch nabij woningen noch op de plaats waar de hoogste concentratie in de leefomgeving voorkomt. Ook niet als rekening wordt gehouden met de ongunstige situaties en de diverse onzekerheden in de berekende concentraties. Negatieve effecten voor de gezondheid op zowel korte als lange termijn zijn op basis van de verspreidingsberekeningen niet te verwachten.
Sommige stoffen kunnen geuroverlast veroorzaken beneden de grenswaarden, waarbij negatieve effecten voor de gezondheid kunnen optreden. Op basis van de verspreidingsberekeningen kan geurhinder in de woonomgeving optreden als gevolg van de styreenemissies bij Plasticon en de geuremissies uit diffuse bronnen bij de asfaltcentrale. De grenswaarden voor geur worden echter niet overschreden.'
Het grootschalige gezondheidsonderzoek uit 2011 kan anno 2026 gedateerd worden genoemd. De omstandigheden zijn 15 jaar later immers anders doordat de asfaltcentrale anders produceert en meer oud asfalt hergebruikt, wat voor meer stankoverlast en overschrijdingen van de milieunormen zorgt.
In antwoord op raadsvragen van Hengelose Burgers over gezondheidsrisico’s verwijst het college op 25 juni 2024 nog steeds naar het betreffende onderzoek van 15 jaar geleden (2008 tot 2011) in samenwerking met RIVM en VROM-inspectie.
De gemeente Hengelo zegt dat de negatieve effecten voor de gezondheid op zowel korte als lange termijn niet zijn te verwachten en laat weten dat de aanbevelingen uit dat gedateerde onderzoek zijn opgepakt.
'De huidige metingen geven geen aanleiding om een dergelijk onderzoek nog een keer te doen. Wel zijn we aan het onderzoeken of we de vierjaarlijkse gezondheidsmonitor van de GGD kunnen aanpassen, meer specifiek gericht op de hinderbeleving in Hengelo-Zuid.'
Volgens burgemeester en wethouders is er geen sprake van gezondheidsrisico’s: “In verhouding tot de uitstoot van bijvoorbeeld wegverkeer is de uitstoot van de asfaltcentrale verwaarloosbaar. Dit neemt niet weg dat de ACT aan de norm moet voldoen. De GGD is betrokken bij dit traject en heeft diverse gesprekken gevoerd met zowel de gemeente als buurtbewoners. De GGD heeft in deze gesprekken aangegeven dat er geen acute gezondheidsrisico’s zijn en dat het percentage kankerpatiënten in de omgeving van de asfaltcentrale niet hoger ligt dan landelijk gemiddeld.”
GGD’en kijken bij Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) vooral naar de gevolgen voor de gezondheid op de lange termijn. Deze stoffen zijn gevaarlijk omdat ze bijvoorbeeld kanker kunnen veroorzaken, het lichaam kunnen verstoren en slecht afbreken in het milieu.
De gezondheidsdienst monitort hoeveel mensen in een bepaalde omgeving of ontstane situatie aan gevaarlijke stoffen worden blootgesteld en of dit risico’s voor de gezondheid oplevert. Daarbij wordt gekeken of de gemeten hoeveelheden onder de advieswaarden van het RIVM blijven.
De GGD werkt volgens zogenaamde MMK-richtlijnen (Medische Milieukunde), die als basis wordt gebruikt bij beoordeling van milieu- en gezondheid-vraagstukken en risico’s van stoffen.
Hoewel de gemeente Hengelo op basis van GGD-informatie zegt dat er geen gevolgen voor de volksgezondheid zijn, verscheen vorig jaar ook een rapport van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL) waaruit blijkt dat mensen die in de buurt van industrie wonen, hun gezondheid vaker als minder goed ervaren dan andere Nederlanders.
Dat NIVEL-onderzoek is gebaseerd op gegevens uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van 2016, 2020, 2022 en laat zien dat bewoners rond meerdere industriële hotspots in Nederland gemiddeld slechter scoren op algemene gezondheid, mentale gezondheid en chronische aandoeningen.
Omwonenden van industrie ervaren hun gezondheid als ‘matig’ of ‘slecht’, maar ook psychische klachten, zoals stress en somberheid, komen relatief vaak voor. Daarnaast rapporteren bewoners in deze gebieden vaker lichamelijke klachten en chronische ziekten dan inwoners van niet-industriële regio’s.
Overigens wordt er wel een kanttekening gemaakt: sociale factoren spelen mogelijk nog een aanvullende rol bij de uitkomsten van het onderzoek. Dit is niet specifiek onderzocht, maar industriegebieden liggen vaak in regio’s waar sociaaleconomische problemen vaker voorkomen, wat de gezondheid eveneens kan beïnvloeden.
Hoewel het onderzoek specifiek gaat om gebieden als de IJmond, Rijnmond, Moerdijk, Dordrecht (Chemours), Zuid-Limburg (Chemelot) en de Kanaalzone Terneuzen-Gent, kan er net als bij het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid in 2023 over Industrie en Omwonenden lering worden getrokken voor plaatsen waar bewoners ook dicht bij zware industrieën wonen.
De NIVEL-onderzoekers spreken van een belangrijk signaal voor lokale en landelijke overheden. Zij pleiten daarom voor blijvende monitoring van de gezondheid in industriegebieden en voor beleid dat niet alleen kijkt naar meetbare milieunormen, maar ook naar hoe mensen hun leefomgeving ervaren.
In een overleg tussen bewoners, de asfaltcentrale, de omgevingsdienst en de gemeente op 9 juli 2025 komt de vraag ter sprake wat de volgende stap is als het maximaal aantal last onder dwangsommen is opgelegd?
Een bestuurlijk-juridisch medewerker van de gemeente (die namens de gemeente aan tafel zit) geeft in die bijeenkomst aan dat dan een hogere last onder dwangsom kan worden opgelegd of het toepassen van bestuursdwang. “Dit kan tijdelijke of gedeeltelijke sluiting zijn. Dit is afhankelijk van de situatie op dat moment.”
In het volgende verhaal reconstrueren we hoe gebrek aan communicatie en transparantie en juridische strijd het dossier steeds verder hebben laten vastlopen. De bal ligt bij de hoofdrolspelers als de gemeente en ACT; wat willen die, wat doen ze (niet) en welke belangen spelen er?
Lees verder >>
Deze publicatie en onderzoek is mede tot stand gekomen met steun van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.